Hoe kunnen maatschappelijke voorhoedes een bijdrage leveren aan het onderwijs?

Nog niet zo lang geleden kregen plattelandskinderen die goed konden leren een duwtje in de rug van de pastoor of dominee. De geestelijke kwam bij vader en moeder thuis om erop te wijzen dat doorleren goed was voor hun kroost. Dat deed hij vanuit een verantwoordelijkheidgevoel voor de jongere in kwestie, maar ook voor de samenleving als geheel. Tegenwoordig lijkt het bon ton om alleen maar kritiek te leveren op het onderwijs. Wie er niet beroepsmatig bij is betrokken, voelt zich niet meer verantwoordelijk voor het opleiden van jongeren. De Onderwijsraad wil dit tij keren. Maatschappelijke voorhoedes moeten het onderwijs ‘koesteren'.  

 

We verwachten veel van het onderwijs, niet alleen op het gebied van kennis, maar ook van burgerschap. Scholen kunnen veel, maar niet alles. Ze kunnen hulp gebruiken bij het toenemend aantal taken dat de samenleving hun oplegt. Hoe is die hulp van buitenaf te organiseren? Deze vraag stond centraal in een door de Onderwijsraad georganiseerd debat op 15 oktober in Utrecht. Net als het debat een maand eerder in Tilburg stond het in het teken van het negentigjarig bestaan van de raad. De bijeenkomst in Utrecht werd op prikkelende wijze geleid door hoogleraar Theo Camps, bestuursvoorzitter van de Berenschot Groep en zelf - naar eigen zeggen - door de pastoor "onder de koe vandaan getrokken".

In zijn openingswoord legt raadsvoorzitter Fons van Wieringen uit dat de gedachte is dat als de verschillende maatschappelijke voorhoedes zich inzetten voor het onderwijs, anderen hen zullen volgen. "Mensen uit de bovenlagen in de sport, dienstverlening, cultuur, gezondheid en media moeten zich afvragen wat zij persoonlijk kunnen doen. Daar moet een eenduidige en eenvoudige vorm voor komen. Welke ‘interface ‘past het best erbij? Is dat een ‘maatschappelijk programma' dat iedere school kan hebben voor mensen die er tijd in willen steken?"

Welbegrepen eigenbelang

Rien Nagel, directeur van de Rabobank Utrecht, geeft een voorzet voor de discussie. "Wij zijn een maatschappelijk betrokken organisatie. We hadden een tijd lang last van brommerjeugd die rondhing voor ons pand op Kanaleneiland. Het ging zo ver dat onze medewerkers onder begeleiding naar hun auto moesten. Toen hebben wij onze maatschappelijke betrokkenheid vanuit een welbegrepen eigenbelang getoond. We hebben een bureau opgezet om stages te werven voor die brommerhelden. Dat ging uitstekend vanuit een netwerk van ondernemers."We hebben een bureau opgezet om stages te werven voor de brommerjeugd. Het leverde honderden stages op. En toen liep het spaak op de uitvoering in de scholen."Het leverde honderden stages op in zestig bedrijven. En toen liep het spaak op de uitvoering in de scholen. Vooral de roc's slaagden er niet in voldoende stagiaires te leveren."

Daarmee heeft Nagel een belangrijk punt te pakken dat vaker zal terugkeren in het debat: de maatschappelijke voorhoede is best bereid zich in te zetten voor scholen, maar ervaart een mismatch op operationeel niveau. Jelle Kaldewaij, bestuursvoorzitter van NUOVO (een koepel voor negen scholen voor voortgezet onderwijs in Utrecht) erkent dat inspirerende contacten met de buitenwereld kunnen stuklopen op praktische bezwaren. Te meer daar Kaldewaij denkt dat een goede relatie tussen scholen en de buitenwereld het onderwijs aanzienlijk kan verrijken. Kinderen kunnen op talloze manieren anders leren dan alleen in traditionele schoolbanken."Bedrijven verwachten op een bepaald moment een bepaalde hoeveelheid leerlingen, docenten brengen allerlei redenen in waarom dat niet kan. We zouden daarvoor toch eleganter oplossingen moeten kunnen bedenken."

Morele plicht

Simone de Wit van de Hogeschool Domstad zegt: "Op de vraag of we een morele plicht hebben om het onderwijs verder te helpen zeg ik geen nee. Voor mij is het: ja, maar dan? Ik zou op zaterdag best iets willen doen. Als bewoner van Amsterdam heb ik een tijdje een afvalbak geadopteerd. Ik wees mensen erop om die te gebruiken. Zoiets zou ik ook in het onderwijs wel willen doen." Hans Boutellier van het Verwey Jonker instituut denkt dat er weinig burgers zijn die niet iets voor het onderwijs willen doen. Maar op welke wijze wordt dat interessant voor scholen - gezien het feit dat er al zoveel van ze wordt gevraagd? "Die pastoor opereerde vanuit de verticale structuur van de verzuiling samenleving. Hoe kun je een horizontaal georganiseerde omgeving van de school effectief inzetten? Matchingsprojecten zijn bijvoorbeeld de moeite waard: werk maken van één op één koppelingen."

Bert van der Roest van FC Utrecht is heel duidelijk over wat hij met zijn voetbalclub wil. "Wij zijn een commercieel bedrijf met als corebusiness een goede wedstrijd spelen. We zijn ervan overtuigd dat als we midden in de samenleving staan, er een vorm van wederkerigheid optreedt. We krijgen er meer bezoekers door, en met meer bezoekers gaan wij beter spelen." FC Utrecht wilde daarbij het hooliganprobleem aanpakken. "We dachten: laten we zorgen dat we het publiek binnenkrijgen dat wij willen hebben", zegt Van der Roest. "En dan moet je beginnen bij het onderwijs." FC Utrecht ontvangt niet alleen regelmatig scholen voor een rondleiding met een kort programma, maar heeft ook - dicht bij het trainingsveld - een voorziening opgezet voor kinderen met een leerachterstand.

Stem verheffen

Er zijn ook andere rollen die de voorhoede kan vervullen. Trude Maas-De Brouwer, verbonden aan de Utrecht Development Board: "Wie verheft zijn stem eens tegen het voortdurende gekanker op onderwijs? Dat kan iets zijn voor de voorhoede." Ze is minder optimistisch dan andere aanwezigen over de bereidheid van individuen om zich in te zetten. "Mensen zeggen toch snel dat het de taak van de overheid is. Het gemak waarmee alles omhoog geparachuteerd wordt zie ik niet afnemen." Dat komt misschien ook doordat plannen implementatiekracht missen, zo erkent ook Maas-De Brouwer. De voorhoede moet niet alleen plannen maken, maar het ook op zich nemen dat ze worden uitgevoerd en dat ze na een jaar nog draaien.

"Als een project is afgelopen, loopt het vaak weg," beaamt gedeputeerde van de provincie Utrecht Marjan Haak-Griffioen. "Ik zou persoonlijk best van alles willen doen, maar dat kan blijkbaar alleen in projectvorm. Waar is nou de marktplaats waar ik mijn diensten kan aanbieden?" Bij de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht hebben ze daarvoor een projectbureau ingericht bij een van de faculteiten. Eva van der Molen van de Hogeschool: "Dat is bij ons de interface die het contact met de buitenwereld tot stand brengt. Het bureau selecteert de aanbiedingen en duwt en trekt net zo lang totdat het past. Het is een absoluut noodzakelijke voorwaarde voor vruchtbare contacten met de buitenwereld." Oude structuren moeten daarbij soms worden losgelaten. Marion Jacobse van de stichting Sophies Kunstprojecten merkt op dat projecten van haar stichting in Utrecht vooral gedraaid hebben in de vakantieperiode. Het aanhaken bij de scholen bleek te moeilijk.

Adopteer een school

"Til het maatjesproject op een hoger niveau en adopteer een school, zou ik zeggen, " zegt Jan Jaap Blüm van Ballast-Nedam. Hij vindt dat je de inspirators van buiten kunt halen, maar dat de school ervoor moet zorgen dat de inspiratie beklijft. In Amsterdam-West is daadwerkelijk een school geadopteerd door mensen uit de maatschappelijke voorhoede. Onder andere PvdA-coryfee Felix Rottenberg en journaliste Margalith Kleijwegt ontfermden zich over een vmbo-school waarmee het bijzonder slecht ging. Karin Verkerk van de Amarantis Onderwijsgroep en bestuurder van de school in kwestie vertelt dat er in vier jaar tijd een samenwerkingsverband van de grond kwam met een heleboel partijen rondom de school. Inmiddels is het Calvijn met Junior College een succesverhaal.

Voor een goed partnership moeten de partijen zich overgeven. Ans van Hoof van de kinderopvangorganisatie Ludens is het daarmee eens. Een mooi voorbeeld vindt zij de Vreedzame School: een programma voor de basisschool dat streeft naar een beter sociaal klimaat. In de wijk Overvecht in Utrecht wordt het succesvolle programma uitgebreid naar wijk- en buurtinstellingen. Van Hoof: "Allerlei participanten formuleren eerst hun visie op opvoeding en op kinderen in de maatschappij. Als je met elkaar afspreekt waar je heen wilt dan krijgen je plannen een langere adem in de implementatie."

Tegengeluid

Marja Blom"Soms zie je een verband tussen het aantal maaatschappelijke projecten dat scholen binnenhalen en het achterblijven van prestaties." van het Bureau Christelijk Onderwijs Utrecht (een koepel van basisscholen) wil toch graag een tegengeluid laten horen. Zij zegt: "Soms zie je een verband tussen het aantal projecten dat scholen binnenhalen en het achterblijven van de prestaties. Het kan een vlucht zijn, verlegenheid met je primaire opdracht." De kracht van het programma Vreedzame School zit hem volgens haar in de verbondenheid met het kerncurriculum: rekenen, taal en burgerschap. De school houdt andere dingen buiten de deur. Ze merkt dat scholen lang niet alle subsidies voor maatschappelijke activiteiten kunnen wegzetten: "Kijk naar wat scholen aankunnen met het grote aanbod dat kennelijk om ze heen hangt."

In zijn slotwoord stelt Fons van Wieringen dat hij verschillende interessante dingen heeft gehoord waarmee de Onderwijsraad verder kan. Hij licht een aantal punten uit de discussie. De aanwezige voorhoedes zijn allen bereid persoonlijk iets te doen voor scholen. Dat is een belangrijke constatering. Hun bijdragen aan de school kunnen direct onderdeel zijn van het leerplan of onderdeel uitmaken van het extra-curriculaire aanbod van een school. Voorbeelden van beide vormen zijn in de discussie besproken. Als het gaat om de eenduidige en eenvoudige interface tussen voorhoedes en de school, lijkt een ‘maatschappelijk programma', een maatschappelijk aanbod per school, een aantrekkelijke vorm. Het is zaak dat programma een algemeen herkenbare figuur te laten zijn. Het moet niet zozeer door leraren worden opgezet, het gaat juist om de bijdragen van externe smaakmakers die willen laten zien dat de school de moeite waard is, ook voor hun. Ze melden zich aan: wat kan ik doen in jullie maatschappelijk programma in het komend jaar? De raad gaat zich verder verdiepen in uitwerkingsmogelijkheden, om een helder en compleet beeld voor te stellen aan de minister en het onderwijsveld.