Uitgangspunt                                                                                                                       De zorg voor het pedagogisch klimaat en in het bijzonder de zorg voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen is een speerpunt op onze school.

Het welbevinden van onze leerlingen op school en de sfeer in de klas vinden we als team heel erg belangrijk. Wij hebben dan ook besloten te gaan werken met de kanjermethode. We willen kinderen leren op een goede manier met zichzelf en met anderen om te gaan. Leerlingen leren in de kanjertraining omgaan met hun gevoelens, voor zichzelf op te komen, te luisteren naar anderen en conflicten op een goede manier op te lossen. Hierdoor ontstaat een veilig pedagogisch klimaat.

De regels
De kanjerprincipes zijn voor leerlingen vertaald in eenvoudige gedragsregels. De positieve en negatieve aspecten worden gesymboliseerd door kleuren.
- We lachen niet uit (uitlachen is ‘rood', het gedrag van de lolbroek/meeloper/uitslover, maakt grappen ten koste van anderen);
- We spelen niet de baas (wie dat wel doet is ‘zwart', oftewel de pestvogel, aso of bitch);
- We doen niet zielig (zielig doen is ‘geel', het sociaal faalangstige kind);
- We helpen elkaar; (is ‘wit', gewenst (normaal) gedrag, het gedrag van de kanjer);
- We vertrouwen elkaar en zijn te vertrouwen (wit);
- We zijn eerlijk zonder te kwetsen (wit).

De kleuren hebben van oorsprong positieve eigenschappen. De aso/bitch (zwart) heeft durf, lef en natuurlijk leiderschap. De uitslover/meeloper (rood) heeft humor, is een gangmaker en relativeert met humor. De angsthaas (geel) is voorzichtig, bescheiden en behulpzaam. Deze oorspronkelijke goede kwaliteiten worden in de training naar voren gehaald en kinderen worden hiermee gecomplimenteerd. Het is goed om stil te staan wat positieve en negatieve kanten aan je karakter zijn en dat je dat kunt sturen. De humor van ‘rood' kan heel grappig zijn en dat moeten ze absoluut als hun kracht leren zien. Mits ze de humor goed gebruiken.

Ook voor mentoren verandert er veel. Ze leren door de training naar hun eigen rol te kijken. ‘De oplossing ligt bij de kinderen zelf.' Ze krijgen een andere rol en dragen een deel van de verantwoordelijkheid over aan de klas. ‘Leraren zijn opgeleid om voor oplossingen te zorgen, dus het is soms best even wennen om dat ineens anders te doen.'