Leerlingen uit de hogere klassen van het voortgezet onderwijs worden vertrouwensleerling. Een vertrouwensleerling fungeert op vrijwillige basis als vertrouwenspersoon voor alle leerlingen. Alle bestaande hulpverlening blijft bestaan, maar wordt uitgebreid met de mogelijkheid om met een leeftijdsgenoot te praten.
Een vertrouwensleerling kan benaderd worden voor eender welk probleem. Hij/zij volgt een opleiding (ongeveer 2x per trimester) die gegeven wordt door interne en externe begeleiders en kan daarbij ook rekenen op permanente ondersteuning. In de opleiding zitten verschillende thema's: kennismaking, groepsvorming, communicatie, gesprekstechnieken.
Het is niet de bedoeling dat vertrouwensleeerlingen oplossingen gaan zoeken en geven. Hun taak bestaat vooral in het luisteren en vertrouwen geven. Zij zijn gebonden aan een zwijgplicht tegenover hun medeleerlingen, maar niet tegenover begeleiders van het project.
Bij een wekelijks overleg kunnen situaties besproken worden. Vertrouwensleerlingen kunnen steeds terecht bij de begeleiders, ook buiten dit overlegmoment.
De vertrouwensleerlingen kunnen op vastgestelde tijden over een eigen lokaaltje beschikken.

