Onderwijsraad wil afrondingspremie succesvolle opleiding

MINISTER MOET SUCCESVOLLE START IN HOGER ONDERWIJS BELONEN 

De eerste periode in het hoger onderwijs kan en moet beter worden benut, vindt de Onderwijsraad. In het eerste jaar van de bachelorfase is de uitval aanzienlijk. In het hoger beroepsonderwijs stopt circa 30% van de studenten na het eerste jaar met de studie; in het wetenschappelijk onderwijs is dat ongeveer 25% (inclusief de studenten die switchen). Los van de kosten is het voor zowel student als instelling vervelend als iemand niet op de juiste plek blijkt te zitten. Hier is dus veel winst te behalen. Aanbevelingen aan de minister zijn: bevorder afspraken over het minimale aanvangsniveau in het hoger onderwijs, bevorder financieel kleinschaligheid, stel een landelijk spreidingsplan op voor university colleges en beloon opleidingen die succesvol zijn in het afronden van de eerste periode met een afrondingspremie. De Onderwijsraad overhandigt vandaag zijn advies Een succesvolle start in het hoger onderwijs aan minister Plasterk (onderwijs).

10 januari 2008

Instellingen in het hoger onderwijs ondernemen al veel initiatieven om ervoor te zorgen dat de verschillende groepen studenten in staat zijn het eerste jaar met succes te volgen en af te ronden. Zo is er de laatste jaren aandacht voor meer contacturen per week, voor heroriëntatietrajecten voor studenten die willen switchen, en voor plusopleidingen (honours) voor zeer gemotiveerde studenten. De Onderwijsraad stelt de minister voor een extra impuls te geven aan initiatieven die de binding van studenten aan de opleiding versterken. Het invoeren van een afrondingspremie als beloning voor een succesvolle eerste periode kan het rendement verhogen. Om het niveau van de opleiding tegelijkertijd te garanderen kan een eerstejaarsovergangsexamen worden ingevoerd. Hierover moeten de opleidingen zelf - in onderling overleg - afspraken maken.

Bevordering van sociale binding door kleinschaligheid en herziening studentenhuisvesting
Studenten die zich verbonden weten met hun opleiding zijn succesvoller in het voltooien van hun opleiding. De raad stelt de minister voor de financiële gevolgen van kleinschaligheid onder ogen te zien en hiertoe zelf berekeningen te laten uitvoeren. Grote opleidingen doen er goed aan zich intern kleinschaliger te organiseren. Voorts stelt de raad voor samen met belangstellende gemeenten een landelijk spreidingsplan op te stellen voor universiteits- en hogeschoolcolleges. Bovendien kunnen instellingen de binding tussen student en opleiding bevorderen door de studentenhuisvesting veel sterker te binden aan de onderwijshuisvesting. Combinaties van wonen en leren moeten in het hoger onderwijs gebruikelijk worden.

Betere inhoudelijke aansluiting bij hoger onderwijs
Tot slot houdt de raad een pleidooi voor het maken van een afspraak aanvang hoger onderwijs om de inhoudelijke aansluiting bij het hoger onderwijs beter te organiseren. De vijf betrokken partijen (havo/vwo/lang-mbo/hbo/wo) moeten gezamenlijk afspraken maken over het vereiste minimale aanvangsniveau. Toekomstige studenten kunnen zich via internettoetsen meten aan deze afspraak en achterstanden wegwerken in zomerscholen voordat zij van start gaan met hun studie. De kans op uitval neemt hierdoor af.