De afgelopen jaren zijn heel wat maatschappelijke taken op het bordje van de school komen te liggen. Zorg voor veiligheid, het tegengaan van segregatie, het voorkomen van overgewicht maar ook bijvoorbeeld fietsles, kosten van mobieltjes, omgangsvormen, ontbijt en de vraag of de school toezicht kan houden op nachtrust van leerlingen.
In hoeverre - en op welke wijze - een school inspeelt op deze maatschappelijke verwachtingen moet de school zelf bepalen. Dit is afhankelijk van de onderwijsvisie, het leerplan en de mogelijkheden en voorzieningen binnen en buiten de school. Dat zegt de Onderwijsraad in zijn advies Onderwijs en maatschappelijke verwachtingen dat vandaag wordt aangeboden aan staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs).
De wettelijke hoofdfuncties van iedere school zijn kwalificatie en socialisatie. Dat wil zeggen dat scholen hun leerlingen primair moeten voorbereiden op het vervolgonderwijs of toekomstige arbeid (door het overdragen van kennis en vaardigheden) én op deelname aan de maatschappij (door vorming in waarden, normen en attitudes). Overige taken zijn áltijd aanvullend, vindt de Onderwijsraad, en scholen moeten zorgvuldig afwegen in hoeverre zij kunnen en/of willen inspelen op nieuwe taken die zich aandienen.
Drie varianten: multifunctionele, sobere of netwerkschool
Er is geen dwingend model te definiëren waarin scholen een oplossing voor alle vragen kunnen vinden. De eigen onderwijsvisie en omgeving dienen als uitgangspunt bij het bepalen in welke mate - en hoe - een school omgaat met maatschappelijke verwachtingen. Om scholen houvast te bieden bij het bepalen van hun positie heeft de raad de schooltypen geordend in drie varianten:
- de multifunctionele school: een maximumvariant die naast onderwijs ook allerlei ‘diensten' aanbiedt zoals ontspanning en opvang;
- de ‘sobere' school: een minimumvariant die zich richt op de wettelijke kwalificerende en socialiserende functie;
- de netwerkschool: een tussenvariant die taken op zich neemt en in de uitvoering vooral samenwerking zoekt met andere partners.
De Onderwijsraad spreekt nadrukkelijk geen voorkeur uit voor een van de varianten. Zijn advies aan de staatssecretaris is: vertrouw op de professionaliteit van scholen, laat ze vrij in hun keuze en geef de ruimte om nieuwe taken op te pakken in een bij haar keuze passend tempo. De overheid moet instellingen die ruimte bieden en scholen ondersteunen in hun keuzes.
Afwegingskader: onderwijsvisie, omgeving en mogelijkheden
De raad heeft een afwegingskader ontwikkeld dat scholen kan helpen tot een afgewogen besluit te komen en dat helder en zelfbewust uit te dragen. De belangrijkste vragen hierbij zijn: passen de extra taken binnen de eigen onderwijsvisie en het leerplan; komen de activiteiten in het kader van de hoofdfuncties kwalificeren en socialiseren niet in het gedrang door het aangaan van extra taken; en tot slot: beschikt de school voor de uitvoering van de extra taken over de vereiste competenties, tijd en middelen?

