Zelf arrangeren leermiddelen geeft leraar meer regie
ONDERWIJSRAAD: ZET IN OP OPEN LEERMIDDELEN
De investeringen sinds 1980 in het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ict) in het onderwijs hebben al veel opgeleverd. Er zijn goede resultaten geboekt, bijvoorbeeld op het gebied van de ict-infrastructuur binnen scholen. Tegelijkertijd zijn er grote verschillen tussen de onderwijsinstellingen in hun inzet van ict. De technologische ontwikkeling is buitengewoon boeiend en gaat snel.
Gegeven deze ontwikkelingen wil de raad de koers vooral richten op open leermiddelen: digitale leermiddelen die voor een groot deel vrij toegankelijk zijn, en die leerkrachten naar behoefte kunnen ‘arrangeren', aanvullen of veranderen. De raad presenteert zijn advies Onderwijs en open leermiddelen vandaag aan de Tweede Kamer.
De raad is van mening dat nu het juiste moment is aangebroken om het gebruik en ontwikkelen van open leermiddelen - op nationale schaal - een impuls te geven. De bereidheid van docenten en leraren om gebruik te maken van de innovatieve mogelijkheden van ict neemt toe. En niet onbelangrijk: het arrangeren van leermiddelen - het bewerken of ordenen van de digitale content op een dusdanige manier dat er een relevant leermiddel ontstaat - versterkt de vakinhoudelijke en didactische professionaliteit van de leraar. Dit kan als belangrijk neveneffect hebben dat het beroep voor nieuwe generaties leraren aantrekkelijker wordt. Tegelijkertijd kan het onderwijs meer op maat, motiverender, interactiever en actueler worden gemaakt. Dit komt de kwaliteit van het onderwijs ten goede. De minister kan aan scholen en leraren een stimulerend voorbeeld geven door een open doorlopende leergang (van 3 jaar tot 18 jaar) te laten ontwikkelen voor een van de kernvakken (bijvoorbeeld taal of rekenen).
Om weloverwogen investeringen te kunnen doen ter bevordering van open leermiddelen dienen kosten en baten goed tegen elkaar te worden afgewogen, vindt de Onderwijsraad. In een dergelijke analyse moet niet alleen worden gekeken naar de huidige besteding van financiële middelen - zoals geld dat gebruikt wordt om methoden aan te schaffen - maar ook naar middelen in ‘natura'. Dit zijn bijvoorbeeld de activiteiten die leraren nu al ondernemen in het kader van leermiddelenontwikkeling en het toepasbaar maken van leermiddelen. Beide elementen moeten worden meegenomen in de analyse om te komen tot een systeem van (veel meer) open leermiddelen. De raad betrekt daarbij overigens uitdrukkelijk ook de aanwending van schoolboekengelden.

