De Onderwijsraad vindt betrouwbare en toegankelijke examens in het Nederlandse onderwijs van groot belang. De betrouwbaarheid garandeert de waarde van de bijbehorende diploma’s. Een grotere toegankelijkheid van examens kan helpen het opleidingsniveau van de bevolking te verhogen.
Met ‘examinering’ bedoelt de Onderwijsraad: elke afsluitende toets die gericht is op het verzilveren van leerresultaten met een daarbijbehorend civiel effect. De raad vindt dat examens in het Nederlandse onderwijs aan drie essentiële voorwaarden moeten voldoen. Ze moeten betrouwbaar zijn, toegankelijk voor iedereen die denkt over de benodigde kennis te beschikken en, tot slot, doelmatig.
Voorwaarde 1: betrouwbaarheid
Leerlingen, studenten, vervolgopleidingen en potentiële werkgevers moeten vertrouwen kunnen stellen in de examinering in het Nederlands onderwijs. De waarde van de behaalde diploma’s staat of valt daarmee. Het waarborgen van dit zogenoemde civiele effect van examinering beschermt leerlingen en studenten tegen ondeugdelijk onderwijs. Het geeft de samenleving zekerheid over wat er is geleerd. Naast examens vormen ook de examenprocedures een essentieel onderdeel van het systeem. Ook die moeten betrouwbaar en transparant zijn.
Voorwaarde 2: toegankelijkheid
Het is ook van belang dat examens toegankelijk zijn. Examens zijn meestal verbonden aan een opleiding en alleen toegankelijk voor kandidaten die het bijbehorende onderwijs hebben gevolgd. Maar mensen leren ook buiten het onderwijs. Vandaar dat de raad zich regelmatig buigt over de vraag hoe de examens opengesteld kunnen worden én hoe competenties kunnen meewegen die buiten het onderwijs zijn verworven.
Voorwaarde 3: doelmatigheid
Naast de betrouwbaarheid en de toegankelijkheid van examens heeft de raad aandacht voor de doelmatigheid ervan. Als we examens los willen koppelen van het reguliere onderwijs moet er een kosten-batenanalyse worden gemaakt en moeten we kijken naar logistieke en organisatorische aspecten.
Wat adviseerde de raad?
Vergroot de betrouwbaarheid van de examens
Om de betrouwbaarheid van de centrale examens in het voortgezet onderwijs te versterken, zijn verschillende maatregelen nodig. Een daarvan is het omdraaien van de correctievolgorde. Eerst kijkt een leraar van een andere school het examen na en dan pas de leraar van de eigen school. Verder kan aan het diploma een supplement worden toegevoegd met aanvullende informatie zoals extra gevolgde vakken, elders gehaalde certificaten en verdiende prijzen. Ook in het middelbaar beroepsonderwijs en in het hoger onderwijs is het verstandig externe deskundigen te betrekken bij de examinering. Deze aanbevelingen komen uit
Examinering: draagvlak en toegankelijkheid uit 2006.
Een ander middel om de betrouwbaarheid van de examens te vergoten en het bereikte kennisniveau te waarborgen is het aanscherpen van de exameneisen. De raad adviseerde om leerlingen in het havo en vwo alleen in aanmerking te laten komen voor het diploma als ze voldoendes halen voor de drie basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen. Ook in het middelbaar beroepsonderwijs moet de kennis van deze basisvakken omhoog. Om in deze sector de doorstroom te bevorderen naar het hoger onderwijs wil de raad onderzoeken of mbo 4-leerlingen kunnen deelnemen aan havo-examens (zie Versteviging van kennis in het onderwijs II en Doorstroom en talentontwikkeling, beide uit 2007).
De raad heeft opgemerkt dat er in de kwaliteitsagenda’s voor het primair en voortgezet onderwijs en in de strategische agenda voor het middelbaar beroepsonderwijs veel aandacht is voor examinering. De agenda voor het hoger onderwijs moet op dit punt nog worden aangevuld (zie Richtpunten bij onderwijsagenda’s uit 2008).
Plaats de examens op functionele afstand van de opleidingen
Al in 2002 stelde de raad voor de examinering in het Nederlandse onderwijs op functionele afstand van de opleidingen te plaatsen – met uitzondering van de examens in het vmbo en op niveau 1 van het mbo.
Er moet meer nadruk komen op opleidingsonafhankelijke examens; er kan een betere rollenscheiding komen tussen opleiden en beoordelen (zie hierboven); en er kunnen betere afspraken komen over de inhoud en afname van examens (zie Examinering in ontwikkeling uit 2002).
Voor het hoger onderwijs ging de raad nog een stapje verder: hij adviseerde om vergelijkbare opleidingen op vrijwillige basis gezamenlijk een afsluitend bachelorexamen te laten ontwikkelen, zodat studenten dezelfde toetsen afleggen en makkelijker kunnen overstappen binnen de samenwerkende opleidingen (zie Examinering: draagvlak en toegankelijkheid uit 2006).
Maak de examens toegankelijk voor iedereen die een diploma wil halen
Iedereen kan deelnemen aan het staatsexamen in het voortgezet onderwijs. De raad wil dat dit meer bekendheid krijgt en dat ook voor andere onderwijssectoren dit soort voorzieningen wordt getroffen. Voor het hoger onderwijs pleit de raad voor het inrichten van een speciale exameninstelling die dus onafhankelijk van opleidingen examineert (zie Examinering: draagvlak en toegankelijkheid uit 2006).
Slagen voor een examen zonder het bijbehorende onderwijs te hebben gevolgd, is makkelijker als vaardigheden die buiten het onderwijs zijn verworven meetellen. De raad pleit er sinds 2003 voor te investeren in een bredere toepassing van examens en van procedures voor de erkenning van ‘elders verworven competenties’ (evc), ook voor reguliere onderwijsinstellingen (zie Werk maken van een leven lang leren uit 2003).
Welke beleidsmaatregelen nam het ministerie van OCW?
Inmiddels heeft het ministerie van OCW enkele maatregelen aangekondigd voor aanscherping van de exameneisen in het voortgezet onderwijs. Zo zal de tweede correctie van centrale examens worden verbeterd (onder andere wordt een pilot gestart voor het omkeren van de eerste en tweede correctie). Daarnaast is er het voornemen om leerlingen voor het centraal examen gemiddeld een voldoende te halen voor alle vakken om voor een diploma in aanmerking te komen. Verder het voornemen maximaal één 5 als eindcijfer toegestaan voor de drie vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Als wiskunde niet in het examenpakket zit is dit maximaal één onvoldoende voor Nederlands en Engels. Tot slot gaat de onderwijsinspectie toezien op te grote verschillen in resultaten tussen het schoolexamen en het centraal examen.

