Sociale vorming is een belangrijk deel van de opvoeding van kinderen en jongeren. De Onderwijsraad vindt dat scholen hierin een taak hebben. Het onderwijs moet leerlingen leren samen te leven. Deze gedachte komt al sinds het roerige jaar 2002 terug in diverse adviezen van de raad.

Hoe is de sociale rol van de school in te vullen? De raad heeft het idee van ‘samen leren leven’ uitgewerkt in vier thema’s:

  1. burgerschapsvorming
  2. samenwerking tussen ouders, jongeren en school
  3. het beheersen van segregatie
  4. de ontwikkeling van een verbindende schoolcultuur.

Hieronder beschrijven we de thema’s en noemen de belangrijkste bijbehorende adviezen.

1 Burgerschapsvorming

In 2003 stelde de raad voor wettelijk vast te leggen dat scholen mede burgerschap bevorderen. Burgerschapsvorming zou ook deel moeten uitmaken van de kerndoelen, de eindtermen en de kwalificatiestructuur van verschillende onderwijssectoren. Dit advies (zie Onderwijs en burgerschap uit 2003) is inmiddels grotendeels uitgevoerd. Het primair en het voortgezet onderwijs hebben wettelijk een ‘inspanningsverplichting inzake burgerschapsvorming’ en het onderwerp maakt deel uit van hun nieuwe kerndoelen. De onderwijsinspectie ziet erop toe. Het huidige kabinet maakt zich voorts sterk voor bepaalde werkvormen zoals maatschappelijke stages.

Een jaar later, in 2004, pleitte de raad ervoor ook Europees burgerschap onder de aandacht van leerlingen te brengen (zie Europees burgerschap uit 2004). Intussen is in het voortgezet onderwijs een kerndoel opgenomen over kennis van Europa. Ook op de uitvoering hiervan ziet de inspectie toe.

Tot slot wilde de raad de wet voor het hoger onderwijs op dit punt aanscherpen en verbreden (zie Versteviging van Kennis II uit 2007). Dit advies is niet overgenomen. Het kabinet vond dat voor het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs burgerschapsvorming voldoende is vastgelegd.

In de praktijk hebben veel scholen inmiddels een visie op hun sociale taak vastgelegd. De uitvoering daarvan is nog niet consequent, maar er worden steeds meer initiatieven genomen om dit te verbeteren. Nu is er onderzoek nodig naar de effecten van bepaalde methoden van burgerschapsvorming.

2 Samenwerking tussen ouders, jongeren en school

Om een grotere bijdrage te kunnen leveren aan de sociale vorming van leerlingen doen scholen er goed aan de contacten met ouders te intensiveren. De raad vindt dat de school daarnaast kan zorgen voor voldoende gezamenlijke activiteiten voor leerlingen en de versterking van hun sociale netwerken. Dat laatste kan via onder meer ‘peercoaching’ en mentoring (zie Sociale vorming en sociale netwerken in het onderwijs uit 2005).

De minister reageerde instemmend op dit advies. Er is een landelijke werkgroep ouderparticipatie opgericht en speciaal voor allochtonen een Platform Allochtone Ouders en Onderwijs. Veel scholen proberen op allerlei manieren ouders meer te betrekken bij het onderwijs. De bewindslieden van OCW roepen ouders regelmatig op het contact met de school van hun kind te intensiveren.

3 Beheersen van segregatie

Onderdeel van de sociale rol van de school is het beheersen van segregatie. De Onderwijsraad vond in 2005 dat de aparte wachtlijsten die de stad Rotterdam hanteerde voor autochtone en allochtone kinderen juridisch niet houdbaar waren (zie Bakens voor spreiding en integratie uit 2005). De raad pleitte voor gemengde scholen op basis van achterstand en niet op basis van het juridisch onhoudbare etniciteitscriterium en stelde een aantal (lokaal toe te passen) maatregelen voor om segregatie tegen te gaan.

Als reactie op het advies is in 2007 voor het primair onderwijs een bepaling in de wet opgenomen, die gemeenten en schoolbesturen verplicht jaarlijks overleg te plegen over dit onderwerp. De inspectie rapporteert over de afgesproken doelen. Vlak voor de verschijning van het advies van de Onderwijsraad was een aantal gemeenten, samen met scholen en instanties, bezig te verkennen welke maatregelen mogelijk waren rondom segregatie. Sindsdien zijn daar niet veel gemeenten bijgekomen. Ouderinitiatieven lijken wel toegenomen. De vraag naar de rol van de landelijke en lokale overheid op dit terrein blijkt niet eenvoudig in één invulling te vangen.

4 Een verbindende schoolcultuur

‘Samen leren leven’ heeft voor scholen met een multi-etnische leerlingenpopulatie bijzondere betekenis. De raad stelde in 2007 vast dat gemengde scholen succesvol een ‘wij-gevoel’ kunnen creëren als zij een visie formuleren op het karakter van de school (zie De verbindende schoolcultuur uit 2007). Op basis hiervan ontstaat één schoolbeeld, dat de school uitdraagt naar samenwerkingspartners, ouders en andere betrokkenen. De raad beschreef drie routes die scholen zouden kunnen bewandelen op weg naar een verbindende schoolcultuur. Ook adviseerde hij het streven naar zo’n cultuur te zien als onderdeel van burgerschapsvorming.

De staatssecretaris was het met de raad eens dat scholen een visie behoren te hebben op hun schoolcultuur en bijbehorende activiteiten moeten ontplooien. Ze was van mening dat de Wet op het actief burgerschap hiervoor voldoende handvatten bood.