Om mee te draaien in onze kenniseconomie moeten burgers goed zijn opgeleid én hun kennis en vaardigheden voortdurend ontwikkelen. ‘Een leven lang leren’ geeft ze de beste kansen. De Onderwijsraad wil het leren in alle levensfasen stimuleren.

Ieder mens leert tijdens zijn hele leven. In zijn adviezen over dit thema zoomt de raad in op volwassenen. Daarbij kiest hij voor een brede invulling van het concept: levenslang leren dient niet alleen economische doelen, maar ook de culturele vooruitgang van de samenleving en de persoonlijke ontwikkeling van burgers. Het is voor iedereen van belang.

De raad deed diverse aanbevelingen om levenslang leren te stimuleren. Ook andere partijen namen initiatieven. We zetten ze op een rijtje.

Laat belanghebbenden investeren in postinitieel onderwijs

Burgers, het bedrijfsleven en de overheid kunnen meer investeren in onderwijs voor werkenden en werkzoekenden. De raad vindt bijvoorbeeld dat scholen en bedrijven de handen ineen moeten slaan en gezamenlijk opleidingsprogramma’s moeten financieren. Burgers die reïntegreren op de arbeidsmarkt kunnen in ruil voor scholings- of werkervaringsplaatsen een deel van hun uitkering afstaan. De overheid kan programma’s financieren die sectoroverschrijdend of innoverend zijn (zie Werk maken van een leven lang leren uit 2003).

Mede als reactie op deze aanbevelingen zijn de ministeries van Onderwijs en van Sociale Zaken in 2005 gestart met een projectdirectie Leren & Werken. De directie moet de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt op regionaal niveau verbeteren.

Verzilver kennis en vaardigheden die niet op school zijn aangeleerd

De raad vindt dat kennis en vaardigheden die buiten het onderwijs zijn verworven ook benut moeten worden. Mensen kunnen in veel situaties leren. In bijvoorbeeld een vrijwilligersfunctie kan een mens dingen leren die hij/zij in een baan goed kan gebruiken. Voor deze vaardigheden moet iemand een certificaat kunnen krijgen. De raad pleit er sinds 2003 voor te investeren in het toegankelijk maken van examens, waarbij gedacht kan worden aan een bredere inzet van staatsexamens, het opzetten van een open examenstelling in het hoger onderwijs en het verbeteren van procedures voor de erkenning van ‘elders verworven competenties’ of evc (zie Werk maken van een leven lang leren uit 2003).

Inmiddels is een convenant Kwaliteit voor EVC ondertekend door diverse belanghebbenden: het ministerie van Onderwijs, brancheorganisaties en onderwijsinstellingen. Gezamenlijk gaan zij de evc-procedures verbeteren.

Maak het hoger onderwijs aantrekkelijker voor werkenden

De raad wil het hoger onderwijs aantrekkelijker maken voor werkenden. Levenslang leren moet in deze sector doorklinken. Dat betekent dat het aandeel private opleidingen zal toenemen en dat het hoger onderwijs minder exclusief een publiek systeem zal blijven (zie De helft van Nederland hoogopgeleid uit 2005). Daarnaast kan de examinering beter en beter toegankelijk. Iedereen die dat wil moet de kans krijgen examen te doen en een diploma te behalen, ongeacht of hij de bijbehorende opleiding heeft gevolgd. Het openstellen van de examens aan hogescholen en universiteiten is te vergelijken met het staatsexamen in het voortgezet onderwijs. De raad wil er een zelfstandige exameninstelling voor in het leven roepen (zie Examinering: draagvlak en toegankelijkheid uit 2006 en Examinering in het hoger onderwijs uit 2004).

Inmiddels hebben hogescholen en het ministerie van Onderwijs gezamenlijk de Associate Degree trajecten opgestart: tweejarige hbo-programma’s die een opstap zijn voor werkenden en mbo’ers om verder te studeren.

Laat internationalisering een onderdeel zijn van levenslang leren

Samenwerken en samenleven met anderstaligen, een buitenlandse afzetmarkt verkennen, of op de hoogte blijven van trends binnen je vakgebied. Steeds vaker moeten burgers over de grens kijken. Internationalisering is van belang, of mensen nu buiten Nederland werken of hier blijven. De raad vindt dat er aandacht nodig is voor internationale competentiewaardering én adviseert om internationale afspraken te maken met beroepssectoren over postinitieel onderwijs.

Andere partijen: recente initiatieven

Niet alleen de Onderwijsraad hield zich bezig met levenslang leren. De Raad voor Werk en Inkomen en de brancheorganisaties kondigden in januari 2008 de ontwikkeling aan van een ‘tweede leerweg’ die het opleidingsniveau van de Nederlandse beroepsbevolking gaat verhogen.

In mei 2008 startten de ministeries van Onderwijs en Sociale Zaken de publiekscampagne Weet waar je staat, vraag je ervaringscertificaat. Deze campagne moest het publiek bekend maken met evc. En in juni kondigden de beide ministeries een denktank Leven lang leren aan.

De minister van Sociale Zaken heeft tot slot de commissie-Bakker geïnstalleerd. Deze commissie rapporteerde over een beter functionerende arbeidsmarkt en heeft daarbij als belangrijke aandachtspunten scholing en kennisontwikkeling.

In de praktijk: levenslang leren nog niet op stoom

Hoewel levenslang leren dus op beleidsniveau veel aandacht heeft gekregen, is het in de praktijk nog niet structureel en systematisch van de grond gekomen. Zowel in het privaat onderwijs als in het publiek onderwijs kan worden toegewerkt naar een inzichtelijker en dekkender geheel van aanbieders. Veel aanbieders in vooral het middelbaar beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs vinden dat het thema niet op hun bordje thuis hoort. Het hoger beroepsonderwijs biedt wel trajecten aan, die zijn afgestemd op volwassenen. De private markt springt in het gat en daardoor is het aanbod erg versnipperd. De Onderwijsraad zal hierover in 2009 nader adviseren.