Om mee te draaien in onze kenniseconomie moeten burgers goed zijn opgeleid én hun kennis en vaardigheden blijven ontwikkelen. De Onderwijsraad wil het leren in alle levensfasen stimuleren.
De raad kent vier basisfuncties toe aan ‘een leven lang leren’:
- reparatie: wie geen opleiding heeft gevolgd op jonge leeftijd, moet dat later kunnen inhalen;
- wisseling in loopbaan: wie er pas op latere leeftijd achter komt dat hij iets anders wil doen of talenten ontdekt, moet een opleiding kunnen volgen om een switch te maken;
- bij de tijd blijven en vooruitkomen in de samenleving: volwassenen moeten hun kennis en competenties actueel kunnen houden om zo hun arbeidsmarktpositie op peil te houden en te werken aan verbetering van hun positie;
- sociaal-culturele en persoonlijke functie: mensen leren niet alleen voor hun arbeidsloopbaan, maar ook om zich in algemene zin te blijven ontwikkelen.
Om deze basisfuncties optimaal te realiseren heeft de raad een aantal aanbevelingen geformuleerd.
- versterk het aanbod;
- laat belanghebbenden investeren in postinitieel onderwijs;
- maak het hoger onderwijs aantrekkelijk voor werkenden;
- verzilver kennis en vaardigheden die buiten school zijn aangeleerd; en
- formuleer een visie op het toekomstperspectief voor onderwijs aan volwassenen.
Versterk het aanbod
Het volwassenenonderwijs in Nederland bestaat uit een private (niet-bekostigde instellingen) en een publieke (bekostigde instellingen) component. Meer wisselwerking tussen beide deelsystemen is wenselijk. Voor het aanbod van volwassenenonderwijs is het van belang dat de referentiefunctie van het onderwijs in het publieke bestel versterkt wordt: voor iedereen moet duidelijk zijn welke kennis en vaardigheden verbonden zijn aan welk diploma. Oftewel: wat is een diploma waard? Omdat er op dit moment geen onafhankelijk referentiekader bestaat en ook geen eigen kader voor de private sector, is het aanbod weinig transparant. De raad stelt dat een nauwe verbinding tussen private opleidingen en publieke instellingsexamens nodig is. Aanbieders dienen daarnaast rekening te houden met de beperkte tijd en financiële middelen die afnemers ter beschikking hebben (Middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen,2009; Een diploma van waarde; 2010).
Laat belanghebbenden investeren in postinitieel onderwijs
Burgers, het bedrijfsleven en de overheid kunnen meer investeren in onderwijs voor werkenden en werkzoekenden. De raad vindt bijvoorbeeld dat scholen en bedrijven de handen ineen moeten slaan om gezamenlijk opleidingsprogramma’s te financieren. De raad vraagt zich daarnaast af waarom het aantal deels publiek bekostigde leerplaatsen voor dertigplussers in het middelbaar beroepsonderwijs wordt gelimiteerd. Dit leidt ertoe dat het voor mensen zonder vo-diploma moeilijker wordt zich op latere leeftijd nog toegang tot het hoger onderwijs te verschaffen – een extra drempel bij een leven lang leren (Werk maken van een leven lang leren, 2003; Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011).
Versterk toegankelijkheid en waarde diploma
Examinering in het middelbaar en hoger onderwijs kan beter worden georganiseerd en breder toegankelijk worden gemaakt. Iedereen die wil moet de kans krijgen examen te doen en een diploma te behalen, ongeacht of hij al dan niet de bijbehorende opleiding heeft gevolgd. Het openstellen van de examens in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs leidt tot een vergelijkbare situatie als bij de staatsexamens in het voortgezet onderwijs. Daarbij zouden relevante, beroepsgerichte onderdelen in het hoger onderwijs, zoals de leraren- en gezondheidszorgopleidingen, genormeerde examens moeten krijgen, zodat de waarde van de diploma’s transparant is en behouden blijft (Examinering: draagvlak en toegankelijkheid, 2006; Een diploma van waarde, 2010).
Verzilver kennis en vaardigheden die buiten de school zijn opgedaan
De raad vindt dat kennis en vaardigheden die buiten het onderwijs zijn verworven, beter benut kunnen worden. In een vrijwilligersfunctie bijvoorbeeld kan iemand dingen leren die relevant zijn voor een baan. Vrijstelling op grond van elders verworven competenties zou verleend moeten kunnen worden, bijvoorbeeld wanneer met een assessment kan worden aangetoond dat het niveau van beheersing vergelijkbaar is met kennis opgedaan in een reguliere opleiding. Overigens vindt de raad dat vrijstelling op grond van elders verworven competenties zou moeten worden beperkt, tot bijvoorbeeld 20 à 25% van de omvang van de opleiding (Werk maken van een leven lang leren, 2003; Een diploma van waarde, 2010).
Een toekomstperspectief voor onderwijs aan volwassenen
Een leven lang leren is onderdeel van de Lissabondoelstellingen (geformuleerd in 2000) en in die zin een richtpunt voor het onderwijsbeleid. Er is echter geen langetermijnvisie geformuleerd op onderwijs aan volwassenen (educatie) door de Nederlandse overheid. Illustratief hiervoor is dat het actieplan Focus op vakmanschap 2011-2015 slechts het voornemen bevat om gedurende deze kabinetsperiode de zogeheten oormerking van educatiegelden te handhaven. Doordat de financiering van het volwassenenonderwijs de afgelopen jaren voor de roc’s steeds een onzekere factor is geweest, dreigt de bestaande infrastructuur op dit terrein te worden afgebroken (Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011).

