De dossiers zijn thematisch ingedeeld. Elk dossier biedt een overzicht van het gedachtegoed van de raad over het desbetreffende onderwerp, overzichtelijk bijeen gebracht en voorzien van links naar relevante documenten en gerelateerde adviezen.

Overzicht dossiers

Primair onderwijs

Het primair onderwijs heeft de opdracht zorg te dragen voor de brede ontwikkeling van leerlingen. Dat wil zeggen: zorgen dat alle leerlingen zich op cognitief, sociaal-emotioneel, cultureel en lichamelijk gebied optimaal kunnen ontplooien en goed voorbereid zijn op hun verdere (school)loopbaan. Het uitvoeren van deze opdracht stelt eisen aan de structuur van een school, aan docenten en schoolleiders en aan ouders. Dit dossier geeft de belangrijkste adviezen van de raad weer.

 

Speciaal onderwijs en zorg in het regulier onderwijs (zorgleerlingen)

Leerlingen die extra zorg behoeven om onderwijs te volgen, kunnen leerlinggebonden financiering ontvangen. Hiermee krijgen zij extra zorg in het regulier onderwijs of een plaats in het speciaal onderwijs. De raad heeft verschillende adviezen uitgebracht over zorg in het onderwijs. De belangrijkste aanbevelingen worden hier weergegeven.

 

Voortgezet onderwijs

Het voortgezet onderwijs omvat een algemeen vormende en een beroepsgerichte richting, beide met verschillende niveaus en leerwegen. De vele onderwijsroutes maken ook de schoolorganisaties divers, kleinschalige categoriale ‘gymnasia’ bestaan naast grote heterogene scholen- gemeenschappen. De variëteit in het voortgezet onderwijs maakt dat de adviezen van de Onderwijsraad zich soms toespitsen op specifieke niveaus en leerwegen. Toch is in de advisering een aantal overkoepelende thema’s te onderkennen.

 

(Voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs

De raad hecht grote waarde aan het beroepsonderwijs. Het middelbaar beroepsonderwijs neemt een onmisbare plaats in binnen het onderwijsstelsel. Het is de plek waar vakkrachten worden opgeleid voor belangrijke functies in de samenleving. Ook is het een belangrijke route voor sociale mobiliteit en vergroot het de bereikbaarheid van hoger onderwijs voor grote groepen leerlingen, die ‘anders’ leren dan leerlingen in het algemeen vormend onderwijs.

 

Hoger onderwijs

Het hoger onderwijs leidt mensen op voor de kenniseconomie. Om ervoor te zorgen dat in de toekomst de innovatieve kracht van de kenniseconomie intact blijft en versterkt wordt, is hoger onderwijs van hoge kwaliteit noodzakelijk. Ook is van belang dat het hoger onderwijs creativiteit en innovatief denkvermogen stimuleert.

 

Onderwijsachterstanden

In verschillende adviezen bepleit de raad maatregelen gericht op het voorkomen of verkleinen van onderwijsachterstanden. Uitgangspunt moet zijn dat alle onderwijsdeelnemers hun talenten maximaal kunnen ontplooien. Voorkomen van achterstanden is daarbij beter dan achteraf herstellen. Belangrijk is dat het beleid zoveel mogelijk evidence based is en integratiebevorderend. Verschillende maatregelen worden door de raad genoemd.

 

Vorming en burgerschap

Jongeren hebben behoefte aan een brede cultuuroverdracht. Deze cultuuroverdracht vormt hun persoonlijkheid en bereidt hen tegelijkertijd voor op het functioneren in de samenleving. Vormend onderwijs reikt jongeren kennis en vaardigheden aan en stelt hen in staat de dialoog aan te gaan en hun standpunt te bepalen ten opzichte van maatschappelijke ontwikkelingen en discussies. De raad is van mening dat de huidige onderwijspraktijk meer kansen biedt voor vorming dan velen vaak denken. Vorming en kennisoverdracht horen bij elkaar; het een kan niet zonder het ander.

 

Leraren

Bij goed onderwijs horen goede én uitstekende leraren. Daarvan zijn er gelukkig veel, maar niet genoeg. Er zijn maatregelen nodig om het beroep aantrekkelijker te maken. De raad heeft hiervoor in diverse adviezen aanbevelingen gedaan.

 

Examens en examenprocedures

Examens dienen volgens de raad aan drie essentiële voorwaarden te voldoen. Ze dienen betrouwbaar, toegankelijk en doelmatig te zijn. Betrouwbare examens geven de samenleving zekerheid over wat er is geleerd. Een grotere toegankelijkheid kan helpen het opleidingsniveau van de bevolking te verhogen. De raad buigt zich regelmatig over de vraag hoe de examens opengesteld kunnen worden én hoe competenties kunnen meewegen die buiten het onderwijs zijn verworven. Tot slot heeft de raad aandacht voor de doelmatigheid van examens. Als examens los van het reguliere onderwijs kunnen worden afgenomen, is een kosten-batenanalyse nodig en verdienen logistieke en organisatorische aspecten aandacht.

 

Internationalisering en Europa

Van oudsher maken de geografische ligging van Nederland en onze economische bedrijvigheid een internationale oriëntatie noodzakelijk. Kennis over andere landen en over onze positie in de wereld was en is van groot belang. Daar komt bij dat de samenleving internationaliseert en Nederland in toenemende mate met andere landen concurreert op de wereldmarkt, ook als het gaat om het aanbieden van opleidingen. De raad vindt dat internationalisering daarom een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn van het onderwijs. In dit dossier bespreekt de raad de hoofdpunten van zijn advisering op dat terrein.

 

Een leven lang leren

Om mee te draaien in onze kenniseconomie moeten burgers goed zijn opgeleid én hun kennis en vaardigheden blijven ontwikkelen. De Onderwijsraad wil het leren in alle levensfasen stimuleren. De raad kent vier basisfuncties toe aan ‘een leven lang leren’: reparatie; wisseling in loopbaan; bij de tijd blijven en vooruitkomen in de samenleving; en de sociaal-culturele functie.

 

Ontwikkeling en ondersteuning van onderwijs

Voortdurende aandacht voor verbetering en vernieuwing van het onderwijs is van groot belang om blijvend onderwijs van hoge kwaliteit te garanderen. Om het onderwijs systematisch te kunnen verbeteren is samenwerking tussen scholen, leraren, onderzoekers en onderwijsontwikkelaars essentieel. In dit kader heeft de raad de afgelopen jaren diverse aanbevelingen gedaan.

 

Bestuur en organisatie van het onderwijs

Welke positie hebben overheid, schoolbesturen, leraren, ouders en andere belanghebbenden in het onderwijs? Welke verdeling van bevoegdheden hoort daarbij? De raad pleit voor duidelijke en evenwichtige verhoudingen, voor zo min mogelijk bestuurlijke drukte en voor variëteit in bestuursvormen.

 

Financiering en bekostiging

De overheid speelt een belangrijke rol bij de bekostiging en financiering van onderwijs. In leerplichtig onderwijs draagt de overheid het grootste deel van de kosten, in het onderwijs na de leerplichtige leeftijd (bijvoorbeeld het hoger onderwijs of scholing in het kader van een leven lang leren) is vaak sprake van een combinatie van publieke en private bekostiging. Private bekostiging kan ook gepaard gaan met publieke financiering, bijvoorbeeld in het geval waarbij studiefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een lening. De raad heeft in verschillende adviezen standpunten hierover ingenomen.