De Onderwijsraad is het adviesorgaan voor de regering op het terrein van het onderwijs. De raad adviseert over de hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied van het onderwijs. Hij neemt een onafhankelijke positie in zowel ten opzichte van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en dat van Economische Zaken als ten opzichte van het onderwijsveld. Niet alleen adviseert de raad - gevraagd dan wel ongevraagd - de betrokken bewindslieden, maar ook de Eerste en Tweede Kamer kunnen om advies vragen. Ook gemeenten kunnen in speciale bij de wet geregelde gevallen een beroep doen op de Onderwijsraad.

Samenstelling

De raad telt ten minste acht en ten hoogste negentien leden. Zij worden bij Koninklijk Besluit op persoonlijke titel voor een periode van maximaal vier jaar benoemd. Daarna kunnen zij twee maal worden herbenoemd. Zij zijn onafhankelijk en vertegenwoordigen geen belangengroepen. De leden van de raad worden benoemd vanwege hun deskundigheid en zijn afkomstig uit verschillende geledingen van de maatschappij (onderwijs, wetenschap, het openbaar bestuur).

Ondersteuning

De raad wordt inhoudelijk en facilitair ondersteund door het secretariaat. De directeur van het bureau is tevens secretaris van de raad. De stafmedewerkers, ieder vanuit zijn of haar deskundigheid, zorgen voor de input voor adviezen en andere publicaties. De overige medewerkers staan garant voor de facilitaire ondersteuning.