Hoezeer kan de positie van onderwijsdeelnemers in het primair, voortgezet en hoger onderwijs en in de bve-sector veranderen? Dit werkdocument geeft aan hoe deelnemers invloed kunnen uitoefenen op het onderwijs via schoolgidsen, schoolplannen, reglementen, klachtrecht, medezeggenschap en onderwijsovereenkomsten.
In de praktijk komen de volgende knelpunten voor:
• hoe moet precies de kwaliteit van een school zichtbaar zijn? Daarover bestaat veel onduidelijkheid
• door schaalvergroting kan de bve-deelnemer nauwelijks kiezen tussen instellingen
• de belangstelling voor medezeggenschap is gering
• in de medezeggenschap is de verhouding tussen onderwijsdeelnemer en personeel ongelijk
• de schaalvergroting in het onderwijs bemoeilijkt de medezeggenschap
• de kennis van leerlingen en studenten over het leerlingen- of studentenstatuut is gering
• in diverse sectoren zijn problemen over de inhoud en werking van examenregelingen
• in de bve-sector ontbreekt de basis voor onderwijsovereenkomsten
• onderwijsovereenkomsten in de bve-sector zijn onvoldoende toegankelijk en leesbaar
• door gebrekkige kennis over hun rechten maken deelnemers weinig gebruik van het klachtrecht, bovendien werpen de instellingen hiervoor hoge drempels op.

