Bij de overstap naar een bachelor-master-systeem in het hoger onderwijs moeten de instellingen maximale ruimte krijgen om het systeem naar eigen inzicht in te vullen, adviseert de raad. De invoering moet over vier jaar zijn afgerond.
5 juli 2000
Onlangs heeft de minister de Bologna-verklaring ondertekend. In deze verklaring is vastgelegd dat Europese landen overstappen op het Angelsaksische model van hoger onderwijs. Doel hiervan is de verschillende opleidingen beter met elkaar te kunnen vergelijken en daarmee de internationale mobiliteit van studenten te vergroten door flexibele leerwegen mogelijk te maken.
Hoger onderwijs in twee cycli
Het hoger onderwijs zal straks gebaseerd zijn op twee cycli: undergraduate en graduate. De undergraduate fase in het hbo duurt vier jaar. Deze beroepsopleiding leidt tot het einddiploma (‘professional') bachelor, met als bijbehorende titel bijvoorbeeld Bachelor of education (B.Ed.). HBO-ers die na een periode van werkervaring toch hun kennis willen verdiepen, moeten een voortgezette beroepsopleiding kunnen volgen die wordt afgesloten met een wettelijk erkende mastergraad (bijvoorbeeld Master of Engineering, M.Eng.). Voorwaarde is wel dat de opleiding geaccrediteerd is.
In het wetenschappelijk onderwijs duurt de undergraduate fase drie jaar. Na deze brede academische opleiding mag men zich bachelor noemen: Bachelor of Arts (B.A.) of Bachelor of Science (B.Sc.). Universiteiten moeten studenten stimuleren om daarna een mastersopleiding te volgen. Deze graduatefase varieert van één tot drie jaar. In principe dient elk bachelordiploma toegang te bieden tot een vervolgstudie. Voor degenen die direct gaan werken na hun bachelordiploma, moeten universiteiten flexibele en aantrekkelijke (deeltijd)opleidingen aanbieden. Zo kunnen ook zij later naast een baan een vervolgopleiding volgen.
Het promotietraject is alleen toegankelijk voor studenten met een master op zak. De beoordeling van de kandidaat behoort net als nu tot de verantwoordelijkheid en de bevoegdheid van de instelling.
Accrediteer alle opleidingen
Een onafhankelijk accrediteringsorgaan moet zowel de inhoudelijke kwaliteit van de opleiding als het niveau garanderen. De internationale vergelijking van opleidingen en diploma's wordt hierdoor eenvoudiger. De instellingen hebben het keurmerk nodig om wettelijk erkende graden te kunnen verlenen en om eventueel in aanmerking te komen voor bekostiging. Het accreditatiesysteem moet uiterlijk 1 januari 2002 worden ingevoerd. De invoering van de bachelor-master-structuur kan twee jaar daarna worden afgerond.

