De ene school kan beter uit de voeten met beleidsvrijheid - meer autonomie - dan de andere. Hoeveel vrijheid een school aan kan is afhankelijk van zijn beleidsvoerend vermogen. De raad pleit ervoor om variatie in autonomie mogelijk te maken voor scholen in het primair en voortgezet onderwijs.

8 januari 2002

8 januari 2002

Scholen moeten in staat zijn die combinatie van mensen en materieel te vinden die het beste past bij hun leerlingen en hun omgeving. Als dit ‘beleidsvoerend vermogen' groot genoeg is kunnen scholen zelf bepalen of ze veel of weinig inperkende maatregelen of sturing van de overheid nodig hebben. Die keuze is niet op alle gebieden wenselijk, maar bijvoorbeeld wel bij de invoering van lumpsumfinanciering in het basisonderwijs, de inrichting van het lesprogramma of een vrijere invulling van de CAO. De raad wil de keuzes wettelijk mogelijk maken via experimenten en ontheffingen.

Verhoog de kwaliteit van de leiding en leraren

De kwaliteit van de schoolleiding is een bepalende factor voor het beleidsvoerend vermogen van een school. De raad pleit voor een samenhangend pakket van maatregelen om de kwaliteit van de leiding en de leraren te verhogen. Denk hierbij aan het formuleren van beroepsstandaarden, coaching en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. Leraren moeten bijvoorbeeld gestimuleerd worden in zelfsturende teams te werken of gezamenlijk onderwijsvernieuwingen vorm te geven. Ook is het goed om naar interne kleinschaligheid te streven en grote scholengemeenschappen onder te verdelen in kleinere (deel)scholen en teams.

Maak ‘opting out' wettelijk mogelijk

De laatste jaren is er door schaalvergroting veel variatie ontstaan in organisatie- en bestuursvormen in het onderwijs. Op zich een goede zaak, vindt de raad. Een zekere schaal is nodig voor het beleidsvoerend vermogen van de school, maar hij moet wel beheersbaar blijven. Scholen moeten zelf kunnen bepalen hoe zij zich organiseren. Dus wel of niet fuseren, wel of niet aansluiten bij het Participatiefonds (dat de kosten voor zieke personeelsleden dekt). In het uiterste geval zouden scholen of groepen leraren de kans moeten krijgen om een eigen onderwijsconcept te ontwikkelen en daarmee uit het bestaande bestuurlijke verband te stappen. De raad pleit voor de wettelijke mogelijkheid van deze ‘opting out' om het ontstaan van al te grote scholen en besturen tegen te gaan, leraren weer in een actieve rol te brengen en initiatieven aan te moedigen.

Bestel publicatie