De kloof tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek kan kleiner. De raad vindt dat onderzoekers, lerarenopleiders, onderwijsadviseurs en leraren de handen ineen moeten slaan bij het toepassen van onderzoeksresultaten. De minister doet er daarom goed aan samenwerkingsinitiatieven te stimuleren
22 april 2003
Eerder al publiceerde de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) verbeteringsvoorstellen, toegespitst op zuiver wetenschappelijk onderzoek. De Onderwijsraad neemt nu ook het praktijkgericht onderwijsonderzoek en de gebruikerszijde (de scholen) onder de loep. De adviezen vullen elkaar goed aan.
Vorm kennisgemeenschappen
De raad pleit voor de vorming van ‘kennisgemeenschappen'. Hierin kunnen onderzoekers, intermediairs die onderzoek ontsluiten (lerarenopleiders, beleidsmakers, onderwijsadviseurs) en gebruikers van de resultaten (schoolleiders en leraren) samenwerken. De kennisuitwisseling leidt tot betere, meer bruikbare en verrassende resultaten. Leraren kunnen bijvoorbeeld aansturen op praktijkgerichter onderzoek.
Om subsidie te kunnen ontvangen moet een kennisgemeenschap aan bepaalde eisen voldoen. Zo is er één aanspreekpunt nodig voor coördinatie en afstemming. Ook moet er toezicht zijn op de voortgang en resultaten van de kennisgemeenschap. Voor de onderzoekskant kan dit een taak zijn van de Vereniging van Universiteiten(VSNU) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Voor de praktijkkant, de scholen, is de onderwijsinspectie de aangewezen kandidaat. De toezichthouders kunnen bovendien bekendheid geven aan goede voorbeelden van de kennisgemeenschappen.
Geef leraren tijd en ruimte
De Onderwijsraad wil dat leraren met affiniteit voor onderzoek de kans krijgen om deel te nemen in een kennisgemeenschap, of zich (deels) kunnen ontplooien tot een medewerker die onderzoek vertaalt naar de praktijk van de school. De schoolleiding moet daarvoor ruimte en tijd maken - bijvoorbeeld door die leraren daadwerkelijk in staat te stellen om 10% van hun werktijd aan deskundigheidsbevordering te besteden. De schoolleiding moet daartoe verplicht worden, leraren moeten worden aangemoedigd er gebruik van te maken.

