In dit onderzoek, uitgevoerd door ITS/IOWO, staat de examinering in het hoger onderwijs centraal, met speciale aandacht voor transparantie en externe kwaliteitsborging.
Samengevat zijn de conclusies:
• het hoger onderwijs gebruikt zowel interne als externe referentiepunten bij de vaststelling van de opleidingseindtermen;
• de vertaling van de opleidingskwalificaties naar het curriculum gebeurt lang niet altijd systematisch en transparant;
• voor de kwaliteit van afzonderlijke tentamens zijn vooral inhoudelijke vakdeskundigen verantwoordelijk;
• de kwaliteit van de examinering wordt bewaakt binnen de kaders van de opleiding of de faculteit;
• garanties voor het civiel effect van diploma's (het vertrouwen van de samenleving in de diploma's) geven de instellingen voornamelijk via monitoring van de onderwijskwaliteit; en
• aan externe referentiekaders voor examinering heeft het hoger onderwijs geen behoefte.
Hogescholen en universiteiten denken de kwaliteit van hun examinering te waarborgen door de invoering van portfolio's en assessments, en door betere samenwerking en afstemming tussen instellingen in het hoger onderwijs onderling.

