Hogescholen en universiteiten hebben veel vrijheid bij het vormgeven van examens. Dat leidt soms tot ongewenste situaties. Zo beoordelen docenten die een afstudeerder begeleiden, vaak ook als enige het eindproduct. Tijd voor meer objectieve en transparante eindbeoordelingen, vindt de raad.

2 juli 2004

Verander de samenstelling van examencommissies

Bij veel universiteiten is examineren een puur interne aangelegenheid. De exameneisen zijn vaak niet helder, waardoor de beoordeling subjectief kan zijn. Bovendien komt het voor dat managers zitting nemen in de examencommissies. De raad ziet dat liever niet. Universiteiten en hogescholen zijn voor het geld dat ze van het Rijk krijgen afhankelijk van het aantal afgestudeerden. Om belangenverstrengeling te voorkomen en de kwaliteit van de examens te waarborgen pleit de raad voor externen in de examencommissies van hogescholen en universiteiten.

Pas de werkwijze van examencommissies aan

Ook de werkwijze van examencommissies vereist aanpassing. De commissies moeten meer doen dan alleen controle. Ze kunnen bijvoorbeeld kwalificatie-eisen opstellen en betrokken zijn bij procedures voor erkenning van competenties die buiten het onderwijs zijn verworven (evc). Het einddiploma mag niet helemaal uit deelcertificaten bestaan; een scriptie of een afstudeerproject geeft de buitenwacht meer inzicht in wat de afgestudeerde in zijn mars heeft.

Tot slot vindt de raad dat een goede examinering zwaarder moet meetellen bij de beoordeling van de opleidingskwaliteit. Een onvoldoende op examenbeleid wil zeggen dat een opleiding een kwaliteitskeurmerk niet verdient, en dus is uitgesloten van door de overheid erkende diploma's en van overheidsbekostiging. De raad pleit ervoor de aanbevelingen uit te werken in de nieuwe wet op het hoger onderwijs. 

Bestel publicatie