Het meerjarenplan Koers BVE van het ministerie van Onderwijs bevat voorstellen voor verbetering van het mbo. De raad onderstreept die intentie van harte. Hij dringt daarbij aan op doelgericht zelfbestuur van de instellingen. Goed zelfbestuur kan bijdragen aan het vergroten van de sociale cohesie en het verhogen van het opleidingspeil, conform de Europese doelen.
Geef uitblinkers ruimte
Koers BVE streeft naar meer uitblinkers in de mbo-3- en mbo-4-opleidingen. Zo komen er meer goede vaklieden op de arbeidsmarkt én stromen meer mbo-leerlingen door naar het hbo. Het mbo en het hbo moeten wel nauwer samenwerken. De raad wijst ook op werkende mbo-ers die qua werkervaring al functioneren op hbo-niveau. Het formeel erkennen van hun competenties leidt tot een indirecte doorstroom naar het hbo-niveau.
Maak de scheiding tussen schools en buitenschools leren minder strikt
De raad bepleit een verdere uitbreiding van wederkerend onderwijs, dat wil zeggen: afwisselend leren op school en in de praktijk. Er moet een minder strikte scheiding komen tussen schools en buitenschools leren. Het onderwijs moet daarvoor meer samenwerken met derden. Met portfolio's en competentiekaarten kan worden vastgelegd wat iemand weet en kan. Ook wil de raad een uitgebreid geautomatiseerd systeem om kennis te kunnen uitwisselen over leerlingen.
Voer de nieuwe kwalificatiestructuur snel in
De raad maakt zich zorgen over de trage invoering van de vernieuwde kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. Deze structuur moet de overstap van vakgericht naar competentiegericht onderwijs ondersteunen. Om het proces te versnellen wil de raad de opleidingen minder nauwkeurig, dus breder, laten omschrijven. Ook stelt hij voor een proefperiode in te stellen voor de implementatie van de kwalificatiestructuur.
Vereenvoudig de bekostiging
Tot slot dringt de raad aan op doelgericht bestuur van de onderwijsinstellingen. Het geeft ze meer ruimte om goede afspraken te maken in de regio. De raad stelt een simpeler manier van bekostiging voor: financiering op basis van inschrijving van leerlingen in een brede groep van opleidingen, in plaats van inschrijving voor een specifiek programma. Deze aanpak leidt tot minder bureaucratie bij de instellingen en is makkelijker te controleren. Leerlingen kunnen zo beter doorstromen.

