Europa drukt steeds meer een stempel op het Nederlandse onderwijs. Een actieve opstelling en koersbepaling zijn hard nodig om Europese ontwikkelingen zo te sturen dat het Nederlandse onderwijs er profijt van heeft.
Europa oefent vooral via niet-dwingende afspraken steeds meer invloed uit op het Nederlandse onderwijs. Het Lissabon-akkoord is daar het beste voorbeeld van. In 2000 spraken de Europese leiders in Lissabon af het opleidingspeil van de burgers te verhogen en de sociale cohesie in de EU te bevorderen. Daarmee moet Europa in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld zijn.
Verzamel en deel kennis over het Europese onderwijsbeleid
Als Nederland en Europa de Lissabon-doelstellingen willen waarmaken, moet er volgens de raad minder Europees geld naar landbouw gaan en meer naar onderwijs en onderzoek. De raad constateert ook dat de overheid en de onderwijsinstellingen nog te weinig kennis hebben van wat Europa hun kan bieden. Het Nederlandse onderwijsveld is in het Brusselse ‘voorkookcircuit' slecht vertegenwoordigd. Daarom zou Nederland in Brussel een (virtueel) ‘Huis voor het Nederlandse Onderwijs' moeten openen. Daar kunnen de nationale overheid en belangenbehartigers dicht bij het vuur hun krachten bundelen. Ook kan het Huis alle beschikbare informatie over het Europese onderwijsbeleid verzamelen.

