De Onderwijsraad wil het huidige gesloten bestel in het hoger onderwijs gedeeltelijk openbreken. Zo krijgen niet-bekostigde instellingen, zoals de LOI Hogeschool of een buitenlandse universiteit, de kans om één of meer van hun opleidingen door de Nederlandse overheid te laten financieren.
De raad kiest voor gereguleerde toelating om de concurrentie in het hoger onderwijs aan te wakkeren. Toetreding van private aanbieders tot deze markt kan een verrijking betekenen: meer maatwerk, meer variatie in duur en aanbod van opleidingen, meer keuzemogelijkheden voor studenten en meer rendement.
De raad wil de toetreding niet helemaal vrij laten. De toestroom van meer aanbieders zou dan de verdeling van het overheidsbudget te veel versnipperen over allerlei instellingen en opleidingen. Bovendien zou de continuïteit van bepaalde opleidingen onder druk komen te staan: mogelijk verdwijnen opleidingen, met kapitaalvernietiging als gevolg.
Hanteer dezelfde voorwaarden
Als nieuwe aanbieders willen toetreden tot het bekostigde hoger onderwijs, moeten ze aan dezelfde voorwaarden voldoen als de huidige bekostigde instellingen. Dat wil zeggen dat een opleiding zonder kwaliteitskeurmerk van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geen recht heeft op toetreding. De overheid bepaalt vervolgens of ze een geaccrediteerde opleiding bekostigt. Criteria daarvoor zijn zaken als (financiële en regionale) toegankelijkheid, doelmatigheid (privaat en maatschappelijk rendement) en de beschikbare ruimte in het bekostigde deel van het bestel.
Experimenteer met toelating
De raad adviseert om eerst te experimenteren met het toelaten van nieuwe aanbieders in het hoger onderwijs. Hij beschrijft twee mogelijkheden. De overheid kan in een bepaalde sector, bijvoorbeeld de gezondheidszorg, het rijksbudget en het aantal opleidingen verhogen. Elke instelling met een geaccrediteerde opleiding kan dan meedingen naar overheidsgeld. Voor het tweede mogelijke experiment is geen extra geld nodig. Instellingen kunnen hierin meedingen naar bekostiging van een opleiding zodra een bestaande opleiding zijn accreditatie verliest (en daarmee dus zijn recht op bekostiging).
