Het onderwijs kan een sterkere bijdrage leveren aan de verbetering van het Nederlandse innovatiesysteem dan het nu doet. De raad wil lectoren introduceren op universiteiten en roc's. Binnen het hbo is dit een beproefde methode: lectoren blijken daar het innovatief vermogen van onderwijsinstellingen te vergroten.
De Onderwijsraad ziet verschillende rollen voor het onderwijs, variërend van ‘uitvoerder' tot ‘initiator' van een netwerk. Ook moet het onderwijs nauwer samenwerken met bedrijven en maatschappelijke instellingen. Aan onderwijsinstellingen de taak zich regionaal beter te profileren en in hun beleid méér ruimte te geven aan kennisontwikkeling. De overheid kan het innovatiebeleid verder versterken. Bijvoorbeeld door het geven van financiële prikkels, samenwerking tussen de ministeries van OCW en Economische Zaken, en het ondersteunen van onderwijsinstellingen bij het uitwisselen van kennis.
Kies voor maatwerk
De bve-sector zou innovatiekringen moeten introduceren, waarbij een coördinerende docent het voortouw neemt. Het hbo zou actiever moeten deelnemen aan innovatienetwerken. Ook zou hij in de regio een regierol moeten vervullen. De lectoren in het hbo moeten daartoe meer naar buiten treden en de bestaande kenniskringen aanvullen met innovatiekringen. Het wetenschappelijk onderwijs kan vooral meer doen door onderzoek(sresultaten) te gebruiken voor intensievere contacten met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Steek innovatiegelden Paasakkoord direct in het onderwijsveld
De raad vindt ook dat een deel van de vrijgekomen innovatiegelden (Paasakkoord 2005) direct naar de onderwijsinstellingen moet. Zij kunnen daarmee innovatiekringen en de daarbij horende lector(achtige) functies (verder) opbouwen. De minister kan er daarnaast voor zorgen dat onderwijs meer aan bod komt in het Innovatieplatform. Denk hierbij aan het oprichten van een werkgroep onderwijs en innovatie, die zich specifiek richt op de rol van het onderwijs bij innovatie.

