Nederlandse burgers moeten in onze internationaal georiënteerde samenleving steeds vaker ‘over de grens' kijken. Vooral in hun beroepsleven ervaren ze de gevolgen van een mondiale kenniseconomie en arbeidsmarkt. Internationalisering moet daarom een vanzelfsprekend onderdeel zijn van het onderwijs. De raad heeft daarvoor een agenda opgesteld.
Na vijftien jaar internationalisering is een toenemende mobiliteit van studenten te zien: ze studeren vaker over de grens. De samenwerking met Europese partners is verbeterd. Maar dat is niet voldoende: het proces kan zowel inhoudelijk als organisatorisch beter en sneller verlopen. De raad heeft een internationaliseringsagenda opgesteld met tien onderwerpen (wat internationaliseren) en drie aanbevelingen (hoe internationaliseren?).
Voer een keurmerk in
Een van de aanbevelingen is om een keurmerk in te stellen voor onderwijsinstellingen die internationalisering hoog in het vaandel hebben. Tegelijkertijd worden instellingen die geen keurmerk krijgen, gestimuleerd om activiteiten op dit gebied te starten of te verbeteren. Studenten krijgen zo een beter inzicht in hoeveel aandacht een instelling besteedt aan ontwikkelingen in het buitenland, of hoeveel werk men maakt van studeren over de grens.
Zorg voor internationaliseringsloketten
In elke onderwijssector zou verder een (virtueel) internationaliseringsloket moeten komen. Leerlingen, studenten en docenten kunnen er terecht met vragen over uitwisselingsactiviteiten, aansluiting bij andere instellingen en beurzen. Onderwijsinstellingen kunnen dit zelf organiseren, maar moeten ook kunnen doorverwijzen naar een (virtueel) loket bij intermediaire organisaties.
Stel een Koers Internationalisering op
Er is ook een rol voor de overheid weggelegd in het stimuleren van internationalisering(sbeleid). Zo zou de minister in samenspraak met het veld een Koers Internationalisering kunnen opstellen en daarin een visie kunnen uitwerken. Zo moet er aandacht komen voor het opnemen van internationale kennis en vaardigheden in het curriculum, en voor doorlopende internationale leerlijnen. Maar ook internationalisering in het kader van een ‘leven lang leren' is belangrijk. Verder neemt de buitenlandse concurrentie toe bij het werven van middelbaar en hoger opgeleiden. Een goede profilering van het Nederlands onderwijs over de grens moet bijdragen aan een sterkere concurrentiepositie.

