Naar het overzicht van 2005

Publicatie zoeken

Uitgebreid zoeken

Dossiers

De raad vindt de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en onderzoek (WHOO) niet nodig. Hij is kritisch over de wijzigingen die de wet beoogt. Zo vindt de raad het zorgelijk dat de nieuwe wet de docenten van hogescholen en universiteiten buiten beschouwing laat.

2 december 2005

Staatssecretaris Rutte van onderwijs wil met de WHOO zorgen voor een nieuw, stabiel en evenwichtig stelsel voor het hoger onderwijs. Het moet de randvoorwaarden waarborgen waarbinnen instellingen en professionals hun taken kunnen vervullen. De raad vindt echter dat de wet dit nauwelijks doet. Het miskent dat instellingen tot nu toe een behoorlijke kwaliteit hebben geleverd, bij toenemende studentenaantallen en teruglopende overheidsfinanciering. Verder is er te weinig aandacht voor de docenten. Op een aantal punten is er wel dringend wetgeving nodig, maar daarvoor is geen nieuwe wet nodig.

Pas de huidige WHW aan

De raad adviseert de staatssecretaris om simpelweg wijzigingen aan te brengen in de bestaande WHW (Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek). Dit kan onder meer bij onderwerpen als toegepast onderzoek door de hogescholen, de student als lid van de onderwijsgemeenschap en een geschillenregeling voor studenten.

Kies voor een interactieve aanpak én voor draagvlak

De raad is wel positief over de interactieve aanpak tijdens de voorbereiding van het wetsvoorstel. Hij denkt echter dat de wet te snel tot stand gekomen is. Daardoor is het wetsvoorstel onvoldoende doordacht en is het draagvlak ervoor niet groot genoeg. Aan de basis van de beoogde regelingen hoort een breed gedeelde visie te liggen op het stelsel voor hoger onderwijs. Die visie ontbreekt. De raad deelt de zorgen zoals die bijvoorbeeld door de VSNU (de koepel van universiteiten) en de Inspectie van het Onderwijs naar voren zijn gebracht. 

Bestel publicatie