Deze studie bevat antwoorden op vragen van de minister over de openstelling van het Internationaal Baccalaureaat (IB) voor alle leerlingen en reguliere scholen.
Het blijkt dat:
• het aanbieden van het onderwijs in een andere taal (Engels) geen precedent schept en geen claims in de hand werkt op basis van vermeende gelijkheid van Europese talen;
• de financiering van taalonderwijs in een programma dat niet bedoeld is voor het behalen van de kerndoelen, daarentegen wél een precedentwerking kan opleveren;
• er geen mogelijke precedentwerking bestaat binnen het tweetalig onderwijs;
• er geen noodzaak is om de wetgeving voor het voortgezet onderwijs (WVO) te wijzigen om een programma volledig in het Engels aan te bieden; en
• de bestaande wetgeving geen regels bevat over tussentijdse selectie van leerlingen.

