Dit onderzoek van het ITS beschrijft het voor iedereen toegankelijke vreemdetalenonderwijs in Nederland.
Aanbieders zijn vooral instituten, volksuniversiteiten en particulieren. Gemiddeld hebben zij twintig docenten in dienst, meestal native speakers. Vooral de standaard Europese talen staan op het programma: Frans, Engels, Spaans (de drie meest bezochte cursussen), Italiaans en Duits. Van de niet-Europese talen scoort Chinees het hoogst.
De cursussen en instellingen zijn scheef verdeeld over de regio's. De meeste zijn te vinden in het midden en zuiden van het land, de minste in de noordelijke provincies. Gemiddelde cursisten zijn autochtone Nederlanders, tussen de veertig en vijftig jaar. Zij volgen een cursus vanwege hun werk. Taalcursussen zijn er verder vooral voor kinderen onder de twaalf jaar. Zij nemen vaak deel om hun moedertaal te leren of vanwege een verhuizing naar het buitenland. Chinees en Engels zijn het populairst bij kinderen.

