Goed onderwijsbestuur dient publiek belang

De Onderwijsraad pleit voor het opnemen van een scherpe omschrijving van de expertise die nodig is voor het besturen van onderwijs in de sectorale governancecodes. Ook de normatieve component van goed bestuur moet hierin een plek krijgen. Onderwijsbesturen en raden van toezicht dienen zich aan deze codes te houden en een cultuur te ontwikkelen waarin het vanzelfsprekend is elkaar hierop aan te spreken. Deze maatregelen vergroten het besturend vermogen van onderwijsbesturen. Dat is nodig, want de belangen zijn groot. Besturen dragen immers niet alleen de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs binnen hun eigen instelling, maar ook voor het bredere publiek belang. Dit stelt de Onderwijsraad in zijn advies Publieke belangen dienen, dat vandaag verschijnt.

Overheid en onderwijsbesturen delen de verantwoordelijkheid voor onderwijskwaliteit. Binnen het huidige besturingsmodel en met de huidige regels is ‘goed bestuur’ mogelijk. Het komt er volgens de Onderwijsraad nu op aan dat overheid en onderwijsbesturen hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de praktijk naar behoren vervullen.

Door de grotere zelfstandigheid van onderwijsinstellingen en een overheid op afstand, wordt meer van onderwijsbesturen zelf gevraagd. Een aantal recente incidenten heeft de kwetsbaarheden in de besturing van het onderwijs laten zien. Tevens is de maatschappelijke legitimiteit van onderwijsbesturen onder druk komen te staan. De werkwijzen en het gedrag van besturen zijn voor het verkrijgen (of verspelen) van vertrouwen en draagvlak van groot belang. Besturen en raden van toezicht dienen integer en bescheiden te handelen, met oog voor het publieke belang. Het organiseren van de dialoog met ouders, leerlingen, studenten, leraren en andere betrokkenen bij het onderwijs hoort hierbij. Hier ligt ook een belangrijke opdracht voor de sectororganisaties, stelt de raad. Zij kunnen deze elementen opnemen in de governancecode en toezien op de naleving ervan.

Bovendien kan de kwaliteitsbevorderende rol van de Inspectie beter worden benut, vindt de Onderwijsraad. Via het risicogerichte toezicht concentreert de overheid zich vooral op het bewaken van de ondergrens. Boven deze norm kan de Inspectie scholen helpen bij het verbeteren van hun kwaliteit. Bijvoorbeeld door scholen met elkaar te vergelijken en daarmee feedback te geven op hun prestaties. Deze kwaliteitsbevordering moet zich naar het oordeel van de raad vooral richten op leren en verbeteren. Vormen van ‘verantwoording’ passen hierbij beter dan vormen van toezicht, waar sancties aan verbonden kunnen zijn. Bij verantwoording is interactie en uitwisseling over wat goed gaat en wat niet (en waarom) essentieel. Goed bestuur kan niet zonder.