Onderwijsraad: herijk posities en perspectieven op kwaliteit

Het huidige systeem van interne en externe kwaliteitszorg kan de kwaliteitscultuur verstoren die noodzakelijk is voor verbetering van het hoger onderwijs. Sterke kwaliteitsculturen zijn gebaseerd op een duidelijke onderwijsvisie van betrokken docenten en studenten, collegiaal leiderschap op opleidingsniveau en ondersteuning door de instelling. Docenten en studenten ervaren te weinig betrokkenheid terwijl zij een cruciale rol kunnen vervullen. Instellingsbesturen moeten meer nadruk leggen op het stimuleren van kwaliteitsculturen op opleidingsniveau en meer vertrouwen geven aan het onderwijsproces zelf. De overheid moet zich vooral richten op het waarborgen van publieke waarden. Ruimte voor lokale visies is een voorwaarde voor goed hoger onderwijs. Dit stelt de Onderwijsraad in zijn advies Kwaliteit in het hoger onderwijs. Evenwicht in ruimte, regels en rekenschap. Het advies is vandaag aangeboden aan minister Bussemaker (Onderwijs).

Deze heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden is noodzakelijk om vernieuwing van onderop te stimuleren en continue aandacht te houden voor kwaliteit. Opleidingen – als gemeenschappen van docenten en studenten – moeten hun speelruimte beter benutten. Dit betekent: een gezamenlijke onderwijsvisie ontwikkelen, werken aan een gemeenschappelijk gedragen kwaliteitscultuur en zich blijven verantwoorden ten opzichte van de omgeving. Gelaagde verantwoordelijkheid werkt alleen bij autonomie en vertrouwen en erkenning van elkaars rollen en deskundigheden. Publieke verantwoording afleggen in de vorm van rekenschap over keuzes in kwaliteit is daarbij vanzelfsprekend.

Besturen: schep randvoorwaarden voor sterke kwaliteitsculturen

Binnen hogescholen en universiteiten is een goed evenwicht tussen rekenschap en eigenaarschap van belang. Bestuur en raad van toezicht zijn medeverantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit en horen daarop toe te zien. Het is hun taak ervoor te zorgen dat interne en externe kwaliteitszorg kwaliteitsculturen versterkt en niet verstoort. Zij dienen als hitteschild richting overheid en samenleving. Ook scheppen zij randvoorwaarden voor sterke kwaliteitsculturen op opleidingsniveau en stimuleren zij opleidingen tot kwaliteitsverbetering. Met name het hrm-beleid kan die kwaliteitsculturen meer dan nu ondersteunen. Dit begint al bij de werving en selectie van personeel met visie en ambitie.

Overheid: bied meer ruimte voor verschillende visies op kwaliteit

De overheid dient zich vooral te richten op het bewaken van publieke waarden zoals toegankelijkheid en doelmatigheid en het scheppen van voorwaarden voor kwaliteitsverbetering. De raad stelt voor de instellingstoets kwaliteitszorg af te schaffen ten gunste van kwaliteitsafspraken. De opleidingsaccreditaties moeten blijven bestaan, maar ruimte laten voor een eigen onderwijsvisie van de opleiding. Verder dient de opleidingsaccreditatie zich te beperken tot een beoordeling van de basiskwaliteit. De raad adviseert een scherp onderscheid te maken tussen visitatie en accreditatie. Visitatie – de kritische reflectie tussen ‘peers’ – kan dan meer gericht worden op verbetering. Tot slot beveelt de raad aan de fragmentatie in toezichtkaders en -houders te doorbreken. Dit sluit ook meer aan bij de internationale discussies over kwaliteitsborging van het onde