Onderwijsraad: nieuwe doorstroomvoorzieningen nodig

Het is niet nodig het selectiemoment voor de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs voor alle leerlingen uit te stellen. Uitstel leidt namelijk niet altijd tot een verbetering van schoolprestaties. Dat stelt de Onderwijsraad in zijn advies Vroeg of laat, dat hij vandaag aanbiedt aan staatssecretaris Van Bijsterveldt (OCW). Er zijn wel enkele nieuwe doorstroomvoorzieningen nodig in het voortgezet onderwijs. “De mogelijkheden die het voortgezet onderwijs biedt moeten beter worden benut. Op cruciale punten moeten de onderwijssoorten dichter bij elkaar komen om de leerlingen een beter perspectief te geven. Dat geldt vooral voor groep 8 en het begin van het voortgezet onderwijs, voor de combinatie mavo en havo en voor combinaties van algemeen en beroepsonderwijs.”, aldus Fons van Wieringen, voorzitter van de Onderwijsraad. 

De Onderwijsraad ziet belangrijke verbetermogelijkheden in het koppelen van vmbo-tl (theoretische leerweg) aan havo in een gemengde brugklas, in een minder strikte scheiding tussen algemeen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en in juniorcolleges.

Gemengde brugklassen vmbo-tl/havo voorkomen te laag presteren

Vooral leerlingen die in afzonderlijke vmbo-tl-klassen onderwijs volgen, lopen het risico lager te presteren dan zij eigenlijk zouden kunnen. De raad vindt dan ook dat er eigenlijk geen afzonderlijke vmbo-tl-brugklassen mogen zijn, maar dat er altijd een combinatie moet zijn met een havo-brugklas. De raad stelt voor leerlingen in deze klassen voor de doorstroomvakken zoals Nederlands en wiskunde instructie op twee niveaus te geven en te beoordelen volgens vmbo-tl-normen en volgens havo-normen.

Minder strikte scheiding tussen algemeen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs

Nederland kent, zeker in vergelijking met het buitenland, een strikte scheiding tussen algemeen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Om de doorstroom tussen beroeps- en algemeen voorgezet onderwijs te bevorderen en leerlingen meer zicht te geven op het beroepenveld, is het wenselijk deze twee routes meer met elkaar te mengen. Bijvoorbeeld door in het vmbo-tl, het havo en mogelijk ook het vwo een of twee (intrasectorale) beroepsgerichte vakken aan te bieden, die aansluiten op of onderdeel zijn van de profielen.

Juniorcolleges voor 11-14-jarigen verzachten overgang van basis- naar voortgezet onderwijs

De Onderwijsraad stelt ontwikkelingsprojecten voor met juniorcolleges, waarbij nadrukkelijk ook het primair onderwijs betrokken is. Juniorcolleges combineren de sterke kanten van het primair onderwijs (zelfstandigheid van leerlingen, samenhang van vakken, en een of twee leerkrachten) en het voortgezet onderwijs (inhoudelijke diepgang, volwassener sfeer). Door het onderwijs voor 11-14-jarigen op deze manier te organiseren, worden zij op een geleidelijke manier voorbereid op de stap naar het vervolgonderwijs. Een juniorcollege geeft in principe toegang tot alle soorten vervolgonderwijs, zodat er geen kans is op ongewenste vervroeging van de selectieleeftijd.