Onderwijsraad: Verruiming wettelijke kaders voor eindtoetsing risicovol

Verruiming van de wettelijke kaders van eindtoetsing is niet het goede instrument om maatwerk te stimuleren. Daarnaast is verruiming van die wettelijke kaders risicovol. Dit stelt de Onderwijsraad in zijn advies Maatwerk binnen wettelijke kaders: eindtoetsing als ijkpunt voor het funderend onderwijs. Met het advies, dat vandaag aan staatssecretaris Dekker van OCW wordt aangeboden, waarschuwt de raad voor overhaaste en ondoordachte stelselwijzigingen. De raad is een voorstander van maatwerk, maar adviseert de wettelijke kaders rond eindtoetsing in het funderend onderwijs ongemoeid te laten. Verruiming van de wettelijke kaders brengt risico’s met zich mee voor de brede vorming in het funderend onderwijs, de toegang tot en doorstroom binnen het vervolgonderwijs, het waarborgen van gelijke kansen en de waarde van een diploma op de arbeidsmarkt.

Verruiming van de wettelijke kaders is risicovol

De eindtoetsing in het primair onderwijs en de examens in voortgezet onderwijs vormen belangrijke ijkpunten in het huidige onderwijsstelsel. Deze ijkpunten waarborgen dat leerlingen een brede vorming krijgen en een bepaald basisniveau bereiken. Ze waarborgen ook dat leerlingen goed kunnen doorstromen naar vervolgopleidingen. Het modulair samenstellen van diploma’s (met deelcertificaten op verschillende niveaus) houdt geen rekening met de samenhang in het curriculum en doorlopende leerlijnen. Het is niet duidelijk waar een leerling met bijvoorbeeld een combinatie van havo- en vwo-vakcertificaten terecht kan. Voor het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt wordt het lastig om het niveau van deze kandidaat te bepalen. Dat doet afbreuk aan het civiel effect van het diploma, dat op duidelijkheid en vertrouwen is gebaseerd. De onzekerheid over het diploma zal de arbeidsmarkt en het vervolgonderwijs ertoe aanzetten vaker zelf testen en toelatingsexamens af te nemen of nieuwe eisen te stellen. In het buitenland gebeurt dit al. Dit zet de deur open naar subjectieve toelatingscriteria die negatief kunnen uitwerken, in het bijzonder voor leerlingen uit sociaal zwakkere groepen.

Daling van kwaliteitsniveau onderwijs

Wanneer leerlingen niet alleen vakken op een hoger niveau, zoals nu het geval is, maar ook op een lager niveau kunnen afsluiten, zal een deel van de leerlingen deze mogelijkheid aangrijpen om het zichzelf gemakkelijker te maken op school. Ook leraren hebben dan minder prikkels om leerlingen ‘op niveau te brengen’. Dit kan uiteindelijk leiden tot een daling van de kwaliteit van het onderwijs en grotere afstroom dan nu het geval is. De raad waarschuwt daarom voor het ondoordacht invoeren van een maatwerkdiploma.

Huidige wettelijke kaders eindtoetsing staan maatwerk niet in de weg

De raad constateert dat scholen binnen de huidige wettelijke kaders van eindtoetsing volop ruimte hebben om tegemoet te komen aan verschillen tussen leerlingen. Scholen zijn vrij om het onderwijsproces naar eigen inzicht vorm te geven en kunnen ook tot op zekere hoogte de eindtoetsing variëren tussen leerlingen. In het primair onderwijs vindt binnen de les al vaak differentiatie plaats op basis van het niveau en tempo van de individuele leerling. In het voortgezet onderwijs gebeurt dit minder. Een belangrijke reden hiervoor is dat maatwerk een beroep doet op de vaardigheid van leraren om te kunnen differentiëren. Bij de meer verregaande vormen van maatwerk zijn er tevens organisatorische uitdagingen, zoals een passend rooster voor verschillende leertrajecten, de afstemming van lesinhoud en het op elkaar laten aansluiten van curricula van verschillende schooltypen. Volgens de raad worden deze belemmeringen niet weggenomen door de wettelijke kaders voor eindtoetsing te verruimen.

Geen overhaaste en ondoordachte stelselwijzigingen

In lijn met het advies van de commissie-Dijsselbloem waarschuwt de raad in dit advies voor overhaaste en ondoordachte stelselwijzigingen. Politiek draagvlak voor onderwijsvernieuwingen betekent niet automatisch draagvlak in het onderwijsveld. Daarnaast zijn onderwijshervormingen die niet worden onderbouwd met voorafgaand onderzoek risicovol, met mogelijke negatieve gevolgen voor de verdere onderwijsloopbaan en maatschappelijke carrière van leerlingen.