Waarborgen nodig voor kwaliteit en toegankelijkheid bij internationalisering hoger onderwijs

Internationalisering van het hoger onderwijs is gewenst, maar gaat niet vanzelf goed. Er zijn strikte waarborgen nodig voor de kwaliteit en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Dat heeft de Onderwijsraad aan minister Van Engelshoven meegegeven als inbreng voor haar visiebrief over internationalisering, die binnenkort naar de Tweede Kamer gaat.

Zoals in zijn eerdere advies Internationaliseren met ambitie (2016) benadrukt de raad dat opleidingen, instellingen en overheid terecht op internationalisering hebben ingezet. Steeds meer opleidingen worden in het Engels verzorgd en er zijn inmiddels ruim 75.000 buitenlandse studenten in Nederland. Dat levert voortdurend discussie op over verengelsing, verdringing van Nederlandse studenten en de kosten van de studie van buitenlandse studenten.

De raad wijst erop dat internationalisering om meer gaat dan Engels en studentenmobiliteit. Het gaat volgens de raad vooral om het internationaal competent worden van studenten. Opleidingen kunnen daar op allerlei manieren aan werken, ook digitaal. De raad roept de overheid op om oog te hebben voor verschillen binnen het hoger onderwijs, waardoor niet met één aanpak voor het hele hoger onderwijs kan worden volstaan.

De raad adviseert de overheid om op de zeven onderstaande thema’s de kwaliteit en toegankelijkheid te waarborgen en zo schaduwzijden van internationalisering zo veel mogelijk te beperken.

  1. de instellingsvisie en structurele inbedding in het onderwijs;
  2. kennis en vaardigheden van docenten;
  3. eisen aan studenten en grip op de instroom;
  4. een inclusieve studeeromgeving;
  5. bekostiging en doelmatige besteding;
  6. doorlopende leerlijnen; en
  7. de variëteit binnen het stelsel.

De raad waarschuwt voor eenzijdige (taal)keuzes bij internationalisering. Aandacht voor het Nederlands blijft nodig. Daarnaast zijn ook andere vreemde talen dan Engels van belang. Het wetsartikel over de onderwijstaal aan hogescholen en universiteiten is volgens de raad aan herziening toe. 

De raad is van mening dat hogescholen en universiteiten omwille van de capaciteit en kwaliteit moeten kunnen sturen op de instroom van buitenlandse studenten. De toegankelijkheid van het onderwijs mag niet onder druk komen te staan. Bij kwaliteit van het onderwijs gaat het ook om de diversiteit binnen de studentengroep. Daarnaast maakt een eenzijdige instroom opleidingen en instellingen kwetsbaar. De raad acht de huidige selectiemogelijkheden te beperkt en vindt dat binnen een Europees kader naar selectie-instrumenten gezocht dient te worden.

Ten slotte vraagt de relatie tussen internationalisering en de bekostiging aandacht. Er is een risico dat de instroom van buitenlandse studenten een te groot beslag legt op het voor het hoger onderwijs beschikbare budget. Dat moet voorkomen worden. De raad geeft in overweging om op Europees niveau afspraken te maken over compensatie van studiekosten als er veel meer buitenlandse studenten naar een land komen dan dat jongeren uit dat land in het buitenland gaan studeren.