Technologie en onderwijsleerprocessen

Ontwikkelingen in digitale technologie gaan snel. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor hoe leerlingen en studenten leren? En voor hoe docenten onderwijs ontwikkelen en geven? De regering heeft de Onderwijsraad gevraagd om een verkenning van de rol van technologie in het onderwijs en de mogelijke consequenties daarvan voor onderwijsleerprocessen.

 

©Onderwijsraad

Binnen scholen wordt in toenemende mate met digitale technologie gewerkt en die technologie kan steeds meer. Eerst waren digitale tools nog vooral een andere manier om hetzelfde lesmateriaal aan te bieden. Bijvoorbeeld hetzelfde boek maar dan op een tablet of een digitale quiz in de klas in plaats van je hand opsteken. Inmiddels wordt ook technologie gebruikt die meer doet. Het gaat om toepassingen van kunstmatige intelligentie en big data. Die maken technologie adaptief, interactief en/of slim. Deze technologie beantwoordt bijvoorbeeld vragen van studenten, ondersteunt interactieve simulaties voor praktijkoefeningen of analyseert hoe leerlingen opdrachten maken. In sommige gevallen past de technologie automatisch de opdrachten aan aan hoe goed een leerling of student de stof beheerst.

Verkenning

Welke kansen en risico’s bieden deze nieuwe technologische ontwikkelingen voor onderwijs ontwikkelen, geven en volgen? En voor de sociale kant van samen naar school gaan of samen studeren? Wat kan dat betekenen voor de rol van de docent? Dat zijn de vragen die centraal staan in de verkenning van de Onderwijsraad.

De raad maakt bij de voorbereiding van deze verkenning gebruik van de deskundigheid van twee externe leden: mevrouw Inge Molenaar, universitair docent bij het Behavioural Science Institute (BSI) van de Radboud Universiteit en mevrouw Nynke Bos, lector teaching, learning en technology bij Hogeschool InHolland.

De verkenning verschijnt naar verwachting in het tweede kwartaal  2022.