Leven lang leren

Om voorbereid te zijn op een toekomst waarin iemand meerdere functies op de arbeidsmarkt vervult, moeten burgers goed zijn opgeleid én hun kennis en vaardigheden blijven ontwikkelen. De Onderwijsraad wil het leren in alle levensfasen stimuleren.

De raad kent vier basisfuncties toe aan ‘een leven lang leren’:

  • reparatie: wie geen opleiding heeft gevolgd op jonge leeftijd, moet dat later kunnen inhalen;
  • wisseling in loopbaan: wie er pas op latere leeftijd achter komt dat hij iets anders wil doen of talenten ontdekt, moet een opleiding kunnen volgen om een switch te maken;
  • bij de tijd blijven en vooruitkomen in de samenleving: volwassenen moeten hun kennis en competenties actueel kunnen houden om zo hun arbeidsmarktpositie op peil te houden en te werken aan verbetering van  hun positie;
  • sociaal-culturele en persoonlijke functie: mensen leren niet alleen voor hun      arbeidsloopbaan, maar ook om zich in algemene zin te blijven ontwikkelen.

Om deze basisfuncties optimaal te realiseren heeft de raad een aantal aanbevelingen geformuleerd.

  1. versterk het aanbod;
  2. laat belanghebbenden investeren in postinitieel onderwijs;
  3. maak het hoger onderwijs aantrekkelijk voor werkenden;
  4. verzilver kennis en vaardigheden die buiten school zijn aangeleerd; en formuleer een visie op het toekomstperspectief voor onderwijs aan volwassenen; en
  5. verplicht leraren tot bij- en nascholing om hun professionalisering vorm te geven.

Versterk het aanbod

Het volwassenenonderwijs in Nederland bestaat uit een private (niet-bekostigde instellingen) en een publieke (bekostigde instellingen) component. Meer wisselwerking tussen beide deelsystemen is wenselijk. Voor het aanbod van volwassenenonderwijs is het van belang dat de referentiefunctie van het onderwijs in het publieke bestel versterkt wordt: voor iedereen moet duidelijk zijn welke kennis en vaardigheden verbonden zijn aan welk diploma. Oftewel: wat is een diploma waard? Omdat er op dit moment geen onafhankelijk referentiekader bestaat en ook geen eigen kader voor de private sector, is het aanbod weinig transparant. De raad stelt dat een nauwe verbinding tussen private opleidingen en publieke instellingsexamens nodig is. Aanbieders dienen daarnaast rekening te houden met de beperkte tijd en financiële middelen die afnemers ter beschikking hebben (Middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen,2009; Een diploma van waarde; 2010).

Voor het waarborgen van de kwaliteit van de volwasseneneducatietrajecten, die onderwijs verzorgen dat leidt tot het behalen van een startkwalificatie, ziet de raad een bijzondere verantwoordelijkheid voor de overheid. Het gaat immers om het aanleren van basisvaardigheden. De raad is geen tegenstander van marktwerking bij educatietrajecten als er heldere kwaliteitseisen en duidelijke doelen gesteld zijn.

In het advies Vakmanschap voortdurend in beweging (2016) pleit de raad voor een krachtige regierol van de regio bij de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in het kader van een leven lang leren.

Laat belanghebbenden investeren in postinitieel onderwijs

Burgers, het bedrijfsleven en de overheid kunnen meer investeren in onderwijs voor werkenden en werkzoekenden. De raad vindt bijvoorbeeld dat scholen en bedrijven de handen ineen moeten slaan om gezamenlijk opleidingsprogramma’s te financieren. De raad vraagt zich daarnaast af waarom het aantal deels publiek bekostigde  leerplaatsen voor dertigplussers in het middelbaar beroepsonderwijs wordt gelimiteerd. Dit leidt ertoe dat het voor mensen zonder vo-diploma moeilijker wordt zich op latere leeftijd nog toegang tot het hoger onderwijs te verschaffen – een extra drempel bij een leven lang leren (Werk maken van een leven lang leren, 2003; Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011).

De raad stelt voor dat werknemers een persoonlijk budget opbouwen voor postinitiële scholingsactiviteiten. Werknemers kunnen dit budget gebruiken voor het verbeteren van hun ‘employability’ in de huidige baan, maar kunnen het ook inzetten bij intersectorale mobiliteit of bij werkloosheid (Vakmanschap voortdurend in beweging, 2016).

Versterk toegankelijkheid en waarde diploma

Examinering in het middelbaar en hoger onderwijs kan beter worden georganiseerd en breder toegankelijk worden gemaakt. Iedereen die wil moet de kans krijgen examen te doen en een diploma te behalen, ongeacht of hij al dan niet de bijbehorende opleiding heeft gevolgd. Het openstellen van de examens in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs leidt tot een vergelijkbare situatie als bij de staatsexamens in het voortgezet onderwijs. Daarbij zouden relevante, beroepsgerichte onderdelen in het hoger onderwijs, zoals de leraren- en gezondheidszorgopleidingen, genormeerde examens moeten krijgen, zodat de waarde van de diploma’s transparant is en behouden blijft (Examinering: draagvlak en toegankelijkheid, 2006; Een diploma van waarde, 2010).

Een doelgroep die daarbij volgens de raad specifieke aandacht vraagt zijn de jongeren die zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt komen (Over de drempel van postinitieel leren, 2012). Voor hen zijn mogelijkheden om op latere leeftijd alsnog hun diploma te halen of om hun vaardigheden uit te breiden van groot belang. Om deze mogelijkheden toegankelijk te maken is het nodig dat ze aansluiten bij hun specifieke behoeften. Bijvoorbeeld is het belangrijk om de dagelijkse leer- en werkomgeving centraal te laten staan.

Verzilver kennis en vaardigheden die buiten de school zijn opgedaan

De raad vindt dat kennis en vaardigheden die buiten het onderwijs zijn verworven, beter benut kunnen worden. In een vrijwilligersfunctie bijvoorbeeld kan iemand dingen leren die relevant zijn voor een baan. Vrijstelling op grond van elders verworven competenties zou  verleend moeten kunnen worden, bijvoorbeeld wanneer met een assessment kan worden aangetoond dat het niveau van beheersing vergelijkbaar is met kennis opgedaan in een reguliere opleiding. (Werk maken van een leven lang leren, 2003; Een diploma van waarde, 2010). Wel is het van belang om de kwaliteit van de ervaringscertificaten te borgen door het toezicht op het erkenningsproces te verscherpen en de kwaliteit van de evc-aanbieders zichtbaarder te maken (Over de drempel van postinitieel leren, 2012)

Een toekomstperspectief voor onderwijs aan volwassenen

Een leven lang leren is onderdeel van de Lissabondoelstellingen (geformuleerd in 2000) en in die zin een richtpunt voor het onderwijsbeleid. Er is echter geen langetermijnvisie geformuleerd op onderwijs aan volwassenen (educatie) door de Nederlandse overheid. Illustratief hiervoor is dat het actieplan Focus op vakmanschap 2011-2015 slechts het voornemen bevat om gedurende deze kabinetsperiode de zogeheten oormerking van educatiegelden te handhaven. Doordat de financiering van het volwassenenonderwijs de afgelopen jaren voor de roc’s steeds een onzekere factor is geweest, dreigt de bestaande infrastructuur op dit terrein te worden afgebroken (Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011). Indien in deze infrastructuur veranderingen plaatsvinden, is het van belang dat kwaliteit en toegankelijkheid van het aanbod, vooral voor laagopgeleiden zonder startkwalificatie, prioriteit krijgen (Over de drempel van postinitieel leren, 2012). In het advies Meer innovatieve professionals, 2014 bepleit de raad ook dat het hoger onderwijs een belangrijker plaats gaat vervullen in het leven lang leren.

Verplichte bij- en nascholing voor leraren

Zowel in de verkenning Leraar zijn als in het advies Kiezen voor kwalitatief sterke leraren (beide uit 2013) noemt de raad het belang van continue leren door reflectie op het eigen presteren (Leraar zijn) en bij- en nascholing (Kiezen voor kwalitatief sterke leraren). Hierdoor kunnen leraren zich blijven ontwikkelen en worden ze steeds professioneler. De verplichting voor leraren en schoolleiders tot bij- en nascholing zou onderdeel moeten worden van een verplicht, publiekrechtelijk register. Er zouden sancties moeten komen voor het niet voldoende bijscholen.

Publicaties Onderwijsraad

  • Vakmanschap voortdurend in beweging

    13 oktober 2016 | Advies

    De Onderwijsraad heeft op verzoek van de Tweede Kamer een advies uitgebracht over de vraag hoe de aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt beter kan, zowel voor het einde van initiële opleidingen als erna, via een leven lang leren. De raad adviseert regioregie meer te benutten en pleit daarnaast voor het hervormen van de O&O-fondsen en het instellen van een persoonlijk postinitieel scholingsbudget.

    Verder lezen ›

  • Meer innovatieve professionals

    25 november 2014 | Advies

    De raad concentreert zich in dit advies op de wijze waarop het hoger beroepsonderwijs meer innovatieve professionals kan opleiden. Hiervoor vindt de raad het nodig dat de verbindingen tussen de drie kerntaken van het hoger beroepsonderwijs (onderwijs, onderzoek en innovatie van het beroepenveld) worden versterkt.

    Verder lezen ›

  • Leraar zijn

    7 maart 2013 | Verkenning

    De leraar is essentieel voor de kwaliteit van ons onderwijs. Er worden dan ook regelmatig nieuwe (beleids)initiatieven ondernomen om de professionaliteit van leraren verder te versterken. Deze richten zich vooral op de ‘buitenkant’ van het beroep, namelijk de status en het respect van de beroepsgroep, en veel minder op de ‘binnenkant’ van het leraarschap: de houding en het handelen van individuele leraren in hun dagelijkse onderwijspraktijk. Dit lijkt een witte vlek in debat en onderwijsbeleid te zijn. De Onderwijsraad is daarom in gesprek gegaan met ruim 140 leraren en andere deskundigen om zo op zoek te gaan naar wat het tegenwoordig van individuele leraren vraagt om op een goede, professionele manier hun dagelijkse werk te doen; hun persoonlijke professionaliteit.

    Verder lezen ›

  • Kiezen voor kwalitatief sterke leraren

    24 januari 2013 | Advies

    Onderwijs staat of valt met goede leraren. De raad pleit in dit advies daarom voor een sterkere sturing op kwaliteit. Hij benadrukt het belang van een integrale aanpak zoals onder andere bepleit door de commissie-Rinnooy Kan. Bovendien adviseert de raad meer gebruik te maken van de mogelijkheden om (aankomende) leraren te selecteren, om de beroepsstandaard te verhogen, om professioneel schoolleiderschap te stimuleren en om in de regio samen te werken.

    Verder lezen ›

  • Over de drempel van postinitieel leren

    26 juni 2012 | Advies

    Goed initieel onderwijs is de voornaamste manier om duurzame inzetbaarheid van burgers te garanderen. De praktijk laat echter zien dat een deel van de jongeren het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie. Voor deze groep van laagopgeleiden heeft de overheid een belangrijke verantwoordelijkheid. Om de positie van laagopgeleide volwassenen op de arbeidsmarkt en in de samenleving te verstevigen, doet de raad vier aanbevelingen om hen te stimuleren tot postinitieel leren.

    Verder lezen ›

  • Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs

    19 april 2011 | Advies

    In het Actieplan mbo Focus op vakmanschap 2011-2015 richt het kabinet zich op het verbeteren van de kwaliteit van het beroepsonderwijs, bijvoorbeeld door het vereenvoudigen van de kwalificatiestructuur. Het plan bevat echter ook maatregelen die de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van het beroepsonderwijs kunnen verminderen, waarschuwt de Onderwijsraad. De raad spreekt zijn zorg uit over het inperken van de onderwijstijd die beschikbaar is voor stages. Ook vraagt hij nadrukkelijk de directe koppeling van een opleiding aan de specifieke beroepspraktijk niet uit het oog te verliezen.

    Verder lezen ›

  • Middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen

    9 juli 2009 | Verkenning

    Het publieke onderwijs voor volwassenen zou meer deeltijdmogelijkheden moeten aanbieden, de examencommissies in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs kunnen hun rol in het volwassenenonderwijs sterker profileren. Het private onderwijs voor volwassenen kan strikter worden gelegd langs de lat van het Europees Kwalificatiekader en de afrondende diplomering na het volgen van een veelheid aan cursussen vraagt om een zekere vorm van toezicht.

    Verder lezen ›

  • Werk maken van een leven lang leren

    5 november 2003 | Advies

    Om mee te draaien in onze kenniseconomie moeten burgers goed zijn opgeleid én hun kennis en vaardigheden voortdurend ontwikkelen. ‘Een leven lang leren' geeft ze daarvoor de beste kansen. De raad wil het leren in alle levensfasen stimuleren.

    Verder lezen ›

  • Leren in samenspel. Ontwikkelingen en inspiraties

    18 februari 2003 | Advies

    Dit advies bouwt voort op de verkenning Leren in een kennissamenleving. De raad draagt ideeën aan om de ontwikkeling van nieuwe en bestaande, succesvolle combinaties van leren binnen èn buiten de school te stimuleren en ondersteunen. Voor de opstelling van dit advies heeft de raad gebruik gemaakt van een rapport van de B&A Groep Beleidsonderzoek en Advies en van een studie van het Max Goote Kenniscentrum (dr. Frans de Vijlder).

    Verder lezen ›

  • Een leven lang leren in het bijzonder in de bve-sector

    31 maart 1998 | Advies

    Diverse maatschappelijke en economische ontwikkelingen leiden ertoe dat onderwijs niet langer een voorbereiding kan bieden voor de gehele beroepsloopbaan. Een systeem van meer permanente opleiding en scholing – een leven lang leren – wordt noodzakelijk. De Onderwijsraad heeft in zijn advies vier typen competenties onderscheiden; hij adviseert op grond daarvan dat naast beroepsprofielgerelateerde competenties ook leer- en loopbaancompetenties in de kwalificatiestructuur voor de bve-sector worden uitgewerkt.

    Verder lezen ›