Hoger onderwijs

In Nederland is er veel aandacht voor de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dat past bij het belang van goed hoger onderwijs voor onze economie én onze samenleving; en bij de behoefte van mensen om hun talenten optimaal te kunnen ontplooien. Hoger onderwijs moet creativiteit en innovatief denkvermogen stimuleren.

In de advisering van de raad zijn vijf hoofdpunten te onderscheiden:

  • waarborg en verbeter de kwaliteit van het hoger onderwijs op verantwoorde wijze;
  • sluit aan bij de behoeften van verschillende doelgroepen;
  • werp geen onnodige drempels op bij toegang tot en doorstroom binnen het hoger onderwijs;
  • ga uit van autonomie voor instellingen en ruimte voor opleidingen binnen de stelselverantwoordelijkheid van de overheid; en
  • versterk de driehoek onderwijs, onderzoek en innovatie van het beroepenveld.

Waarborg en verbeter de kwaliteit van hoger onderwijs op verantwoorde wijze

De deelname aan het hoger onderwijs is de afgelopen tijd sterk gestegen. De raad meent dat deze stijging niet onnodig belemmerd mag worden, maar stelt dat het streven naar een hogere deelname niet ten koste mag gaan van kwaliteit. Het accreditatiestelsel beoogt deze basiskwaliteit te garanderen. Kwaliteit wordt verder geborgd door een goed systeem van examinering. Daarbij heeft de raad gepleit voor versterking van de positie van de examencommissie, voor het toekennen van een groter gewicht aan het onderdeel examen in het accreditatiekader, en voor het formeel erkennen van eerder verworven competenties als onderdeel van het diploma (Examinering in het hoger onderwijs, 2004; Examinering: draagvlak en toegankelijkheid, 2006; Een diploma van waarde, 2010).

Om hoger onderwijs van internationale allure te realiseren, is echter meer nodig. De raad waarschuwt nadrukkelijk om hierbij rendementsindicatoren niet te verwarren met kwaliteitsindicatoren. Excellentie van opleidingen kan worden bevorderd door in het bekostigingssysteem extra kwaliteit meer te honoreren. Hiervoor dienen financiële middelen beschikbaar te zijn. Verder is de raad voorstander van een ruim aanbod van honours-programma's voor studenten die bovengemiddeld getalenteerd en bovengemiddeld gemotiveerd zijn (Hoger onderwijs: meer kenniswerkers en betere kennisbenutting, 2004; Kwaliteit belonen in het hoger onderwijs, 2007; Een succesvolle start in het hoger onderwijs, 2008; Hoger onderwijs voor de toekomst, 2011).

Voor het bevorderen van kwaliteit is afstemming tussen verschillende benaderingen essentieel. Er zijn ten minste drie aspecten waar aandacht naar hoort uit te gaan: 1) de kwaliteitsopvatting(en) van waaruit het kwaliteitsbeleid wordt ingevuld en de verhouding daarvan tot opvattingen over onderwijskwaliteit die bij studenten en docenten leven; 2) de invloed van instrumenten van kwaliteitsbeleid op de onderwijspraktijk en of zij kwaliteitsculturen versterken of verstoren; en 3) de mate waarin het kwaliteitsbeleid past bij de rollen en verantwoordelijkheden die betrokkenen in het stelsel hebben, met bijzondere aandacht voor de betrokkenheid van studenten en docenten. Ten aanzien van elk van deze drie aspecten is evenwicht in het beleid nodig (Kwaliteit in het hoger onderwijs, 2015).

Sluit aan bij de behoeften van verschillende doelgroepen

De groeiende aantallen studenten in het hoger onderwijs leiden tot differentiatie in de samenstelling van de populatie. Om hieraan tegemoet te komen is variatie in het aanbod naar doelgroep noodzakelijk. Vormen van diversiteit waar meer instellingen aan zouden kunnen werken, zijn differentiatie naar didactiek, brede en smalle bachelors, associate degrees en driejarige trajecten voor vwo’ers (hbo) en meervoudige deelinstructietalen. Volgens de raad hoort daarbij vooral gewerkt te worden met variëteit tussen opleidingen (Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025. 2015).

Ook een koers gericht op profilering van instellingen draagt bij aan differentiatie. De raad adviseert om te sturen op een breed scala aan profileringen. Inhoudelijke profilering door uitruil van masteropleidingen is één van de opties, maar een profiel als instelling met speciale aandacht voor een heterogene studentenpopulatie, kan evenzeer een valide keuze zijn (Hoger onderwijs voor de toekomst, 2011). Ook bij internationalisering ziet de raad ruimte voor profilering (Internationalisering in het hoger onderwijs, 2018).

Werp geen onnodige drempels op bij toegang tot en doorstroom binnen hoger onderwijs

De raad hecht er grote waarde aan dat een ieder hoger onderwijs naar zijn capaciteiten kan volgen. Dit uitgangspunt speelt zowel een rol bij de toegang tot het hoger onderwijs als bij de verdere doorstroom binnen het hoger onderwijs. Voor de doorstroom binnen het hoger onderwijs is het naar mening van de raad van belang oog te hebben voor verschillende wegen waarlangs studenten eenzelfde onderwijspositie kunnen bereiken (Hoger onderwijs voor de toekomst, 2011). Voorts heeft de raad opgeroepen tot een meer actieve bijdrage van het hbo op het vlak van een leven lang leren (Meer innovatieve professionals, 2014). Hoewel de raad internationalisering een positief te waarderen koers vindt, heeft hij erop gewezen dat waarborgen voor onderwijskwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid nodig zijn (Internationalisering in het hoger onderwijs, 2018).

Het is belangrijk dat mbo, havo en vwo inhoudelijk goed aansluiten op het hoger onderwijs. De raad heeft speciale aandacht voor de instroom van mbo’ers. Het algemeen doorstroomrecht naar het hbo voor mensen met een mbo 4-diploma vindt de raad van groot belang. De raad wijst op het belang van goede samenwerking in de onderwijsketen voor een goede aansluiting en vraagt hiervoor extra aandacht als het aanbod aan hoger onderwijs door flexibilisering, differentiatie en maatwerk complexer wordt (Een succesvolle start in het hoger onderwijs, 2008; De weg naar de hogeschool, 2009; Hoger onderwijs voor de toekomst, 2011; Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025. 2015).

De raad steunt een beperkte mate van selectie, maar pleit met name voor een goede ‘matching'. Uitgangspunt is dat selectie altijd gericht moet zijn op een betere afstemming tussen enerzijds het niveau en het profiel van de opleiding en anderzijds de capaciteiten en motivatie van de student. Goede voorlichting door de instellingen is daarbij cruciaal. In aansluiting op een goede matching is ook een actieve begeleiding van de student in de eerste periode van het hoger onderwijs belangrijk bij het tegengaan van uitval (Richtpunten bij onderwijsagenda's, 2008; Een succesvolle start in het hoger onderwijs, 2008; Hoger onderwijs voor de toekomst, 2011; Zicht op een macrodoelmatig opleidingsaanbod, 2012). De raad vindt dat hogescholen en universiteiten meer op hun internationale instroom moeten kunnen sturen (Internationalisering in het hoger onderwijs, 2018).

Ga uit van autonomie voor instellingen en van ruimte voor opleidingen binnen de stelselverantwoordelijkheid van de overheid

Instellingen voor hoger onderwijs hebben baat bij een ruime mate van autonomie. Voor instellingen zouden indicatoren moeten worden ingevoerd, die hen stimuleren zelf hun opleidingsportfolio nauwlettend te monitoren, te verantwoorden en zo nodig aan te passen. Ook pleit de raad voor het opheffen van een aantal beperkende wettelijke bepalingen. Daarbij gaat het om belemmeringen voor bestuurlijke fusies tussen universiteiten en hogescholen, en belemmeringen bij het bepalen van de vestigingsplaats van opleidingen. Er dient wel gewaakt te worden voor ongewenste monopolievorming en voor het verdwijnen van unieke en maatschappelijk relevante opleidingen. (De bestuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs, 2008; Zicht op een macrodoelmatig opleidingsaanbod, 2012).

De raad heeft geadviseerd over de vraag in hoeverre bepaalde verantwoordelijkheden kunnen worden op- of zelfs overgedragen aan intermediaire (sector)organisaties, waaronder de Vereniging Hogescholen (voorheen HBO-raad) en de VSNU. De raad benadrukt dat bij afspraken met sectororganisaties geen onrealistische doelen mogen worden vastgesteld (Richtpunten bij onderwijsagenda's, 2008).

Daarbij is het van belang dat de overheid ook haar verantwoordelijkheid voor het stelsel waarmaakt. Zo heeft de overheid een verantwoordelijkheid voor het onderwijsaanbod op macroniveau. Deze kan zij niet zonder meer bij de collectieve instellingen neerleggen. In het uiterste geval moet de overheid kunnen besluiten om opleidingen te sluiten of juist open te houden (zie Hoger onderwijs voor de toekomst, 2011; Zicht op een macrodoelmatig opleidingsaanbod, 2012; Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025. 2015).

Om de kwaliteit van het hoger onderwijs op verantwoorde wijze te kunnen borgen en verbeteren moeten opleidingen werken aan hun kwaliteitscultuur. Instellingen moeten zich concentreren op het scheppen van gunstige randvoorwaarden voor sterke kwaliteitsculturen bij opleidingen. Met name het hrm-beleid kan die kwaliteitsculturen meer ondersteunen. Bij een duidelijke rolverdeling past dat de overheid zich vooral richt op het bewaken van publieke waarden en het scheppen van voorwaarden voor kwaliteitsverbetering. De opleidingsaccreditaties moeten meer ruimte laten voor een eigen onderwijsvisie van de opleidingen en zich beperken tot een beoordeling van de basiskwaliteit. De raad adviseert een scherp onderscheid te maken tussen visitatie en accreditatie. Visitatie – het kritische gesprek tussen ‘peers’ – kan dan meer gericht worden op verbetering. De raad beveelt ook aan om te verkennen op welke manier fragmentatie in toezichtkaders en -houders kan worden doorbroken (Kwaliteit in het hoger onderwijs, 2015).

De raad heeft ook adviezen uitgebracht over de bekostiging van het hoger onderwijs. Zie hiervoor het dossier Financiering en bekostiging.

Versterk de driehoek onderwijs, onderzoek en innovatie van het beroepenveld

In het advies Meer innovatieve professionals (2014) concentreert de raad zich op de wijze waarop het hoger beroepsonderwijs meer innovatieve professionals kan opleiden. Hiervoor vindt de raad het nodig dat de verbindingen tussen de drie kerntaken van het hoger beroepsonderwijs (onderwijs, onderzoek en innovatie van het beroepenveld) worden versterkt.

Om hoogwaardige professionals te kunnen opleiden is het van belang dat het praktijkgericht onderzoek in het hoger beroepsonderwijs wordt verstevigd. De raad adviseert om in iedere opleiding via geïntegreerde leerlijnen systematisch aandacht te besteden aan het onderzoekend vermogen van studenten. Praktijkonderzoek in het hoger beroepsonderwijs vraagt tevens om het verhogen van het aandeel masteropgeleide en gepromoveerde docenten, en om het uitbreiden van de capaciteit van lectoraten. Een optimale verbinding tussen onderwijs, onderzoek en beroepenveld kan alleen bestaan als hogescholen in de regio meer en sterkere strategische netwerken met de beroepspraktijk vormen en onderhouden, ook met kleine bedrijven.

Publicaties Onderwijsraad

  • Internationalisering in het hoger onderwijs

    29 mei 2018 | Advies

    In het hoger onderwijs is internationalisering enerzijds al vergevorderd. De afgelopen jaren hebben hogescholen, universiteiten en overheden zich ervoor ingezet. Anderzijds dienen zich diverse dilemma’s en vragen aan. Onlangs is discussie ontstaan over verengelsing en een toenemende instroom van buitenlandse studenten. Die discussie roept de vraag op naar de betekenis van internationalisering voor de kwaliteit van het hoger onderwijs.

     

    Verder lezen ›

  • Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025

    5 oktober 2015 | Advies

    Begin juli 2015 heeft de minister van OCW de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025 gepubliceerd. De Onderwijsraad heeft op verzoek van de minister advies uitgebracht over deze agenda.

    Verder lezen ›

  • Kwaliteit in het hoger onderwijs

    28 augustus 2015 | Advies

    De raad heeft zich op verzoek van de Minister van Onderwijs gebogen over de vraag op welke manier de kwaliteit van het hoger onderwijs op verantwoorde wijze verbeterd en gewaarborgd kan worden. Bij de beantwoording van die vraag staat de uitwerking van het concept kwaliteitscultuur centraal.

    Verder lezen ›

  • Meer innovatieve professionals

    25 november 2014 | Advies

    De raad concentreert zich in dit advies op de wijze waarop het hoger beroepsonderwijs meer innovatieve professionals kan opleiden. Hiervoor vindt de raad het nodig dat de verbindingen tussen de drie kerntaken van het hoger beroepsonderwijs (onderwijs, onderzoek en innovatie van het beroepenveld) worden versterkt.

    Verder lezen ›

  • Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs

    11 oktober 2011 | Advies

    In dit advies staat de vraag centraal hoe de overheid, de onderwijsinstellingen en andere actoren in het onderwijs een evenwichtig taalbeleid kunnen voeren, waardoor enerzijds de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige Engelstalige opleidingen wordt bevorderd en anderzijds de positie van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap gewaarborgd blijft. Het advies is geschreven op verzoek van de Eerste Kamer.

    Verder lezen ›

  • Hoger onderwijs voor de toekomst

    22 september 2011 | Advies

    In dit advies reageert de Onderwijsraad op de strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek. De raad staat achter de ambitie van de agenda voor meer kwaliteit en differentiatie. Hij is echter van mening dat de innovatieve kracht van de samenleving door ons hoger onderwijs nog verder versterkt kan worden. Uitstekend hoger onderwijs is nodig voor economische groei en heeft een intrinsieke waarde zowel voor de deelnemers als voor de maatschappij. Vanuit deze visie formuleert de raad vier aanbevelingen.

    Verder lezen ›

  • Wijziging van de Wet studiefinanciering

    22 juli 2011 | Advies

    De Onderwijsraad reageert in dit advies op het wetsvoorstel tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000. Deze wijziging houdt verband met het onderbrengen van de basisbeurs voor masteropleidingen in het sociaal leenstelsel.

    Verder lezen ›

  • De weg naar de hogeschool

    30 november 2009 | Advies

    De Onderwijsraad buigt zich in dit advies over de aansluiting tussen middelbaar en hoger beroepsonderwijs. De uitval van mbo’ers in het hoger beroepsonderwijs is aan de hoge kant en het rendement aan de lage kant. De raad ziet echter geen reden om het algemeen instroomrecht vanuit mbo-opleidingen in het hoger beroepsonderwijs te beperken. 

    Verder lezen ›

  • Een succesvolle start in het hoger onderwijs

    10 januari 2008 | Advies

    In het hoger onderwijs is uitval (inclusief switchen) in het eerste jaar aanzienlijk: 25% op de universiteiten en 30% op de hogescholen. De raad stelt de minister een aantal maatregelen voor om deze percentages terug te dringen. De belangrijkste: beloon een succesvolle start met een afrondingspremie voor de opleiding na het eerste jaar.

    Verder lezen ›

  • Kwaliteit belonen in het hoger onderwijs?

    24 juli 2007 | Advies

    Experimenteer met bonussen voor meer kwaliteit in het hoger onderwijs. Op dit moment is bijzondere kwaliteit nog geen factor bij de bekostiging. De raad wil dat de overheid hier ervaring mee opdoet.

    Verder lezen ›

  • Waardering voor hoger onderwijs

    2 december 2005 | Advies

    De raad vindt de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en onderzoek (WHOO) niet nodig. Hij is kritisch over de wijzigingen die de wet beoogt. Zo vindt de raad het zorgelijk dat de nieuwe wet de docenten van hogescholen en universiteiten buiten beschouwing laat.

    Verder lezen ›

  • De helft van Nederland hoogopgeleid

    1 december 2005 | Advies

    De Nederlandse regering wil het percentage hoger opgeleiden binnen de beroepsbevolking verhogen van 24% naar 50%. Dit is nodig om een van de sterkste kenniseconomieën ter wereld te worden. De raad steunt dit streven en ziet drie manieren om het te verwezenlijken.

    Verder lezen ›

  • Ruimte voor nieuwe aanbieders in het hoger onderwijs

    14 april 2004 | Advies

    De Onderwijsraad wil het huidige gesloten bestel in het hoger onderwijs gedeeltelijk openbreken. Zo krijgen niet-bekostigde instellingen, zoals de LOI Hogeschool of een buitenlandse universiteit, de kans om één of meer van hun opleidingen door de Nederlandse overheid te laten financieren.

    Verder lezen ›

  • Hoger onderwijs: meer kenniswerkers en betere kennisbenutting

    26 maart 2004 | Advies

    De ambities in het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP), het vierjaarlijkse beleidsplan van het ministerie van Onderwijs, zijn nastrevenswaardig. De realisering ervan heeft echter heel wat voeten in de aarde, vindt de raad.

    Verder lezen ›

  • Advies over het wetsvoorstel Accreditatie in het hoger onderwijs

    13 september 2001 | Advies

    Op 29 mei bracht de raad advies aan de minister uit over het (vertrouwelijke) wetsvoorstel inzake accreditatie. Met de publicatie van het wetsvoorstel is nu ook dit briefadvies openbaar.

    Verder lezen ›

  • Hógeschool van kennis. Kennisuitwisseling tussen beroepspraktijk en hogescholen

    16 juli 2001 | Advies

    Samen met de Adviesraad voor het Wetenschaps- en technologiebeleid adviseert de raad over hogescholen en kenniscirculatie.

    Verder lezen ›

  • Invoering bachelor-master-systeem in het hoger onderwijs

    5 juli 2000 | Advies

    Bij de overstap naar een bachelor-master-systeem in het hoger onderwijs moeten de instellingen maximale ruimte krijgen om het systeem naar eigen inzicht in te vullen, adviseert de raad. De invoering moet over vier jaar zijn afgerond.

    Verder lezen ›