Onderwijsachterstanden

In verschillende adviezen bepleit de raad maatregelen gericht op het voorkomen of verkleinen van onderwijsachterstanden. Uitgangspunt moet zijn dat alle onderwijsdeelnemers hun talenten maximaal kunnen ontplooien. Belangrijk is dat het beleid zo veel mogelijk evidence based is en integratiebevorderend. Voorkomen van achterstanden is daarbij beter dan achteraf herstellen. Maar ook jongeren die niet, of slechts met heel veel moeite, een startkwalificatie kunnen halen, moeten zo veel mogelijk kansen krijgen in het onderwijs.

Zet in op voorkomen en verkleinen (taal)achterstand in primair onderwijs

De raad adviseert in te zetten op het voorkomen en zo snel mogelijk inlopen van onderwijsachterstanden. De raad stelt daarbij voor alle driejarigen vijf ochtenden te laten spelen en leren in een pedagogisch rijke omgeving onder verantwoordelijkheid van de basisschool en onder leiding van goed opgeleid personeel. (Ambities voor het jonge kind voor de basisschool, 2008; Naar een nieuwe kleuterperiode in de basisschool, 2010). De minister heeft deze aanbeveling deels overgenomen en is in 2011 pilots gestart met ontwikkelingsprogramma’s voor driejarigen. Deze pilots zijn - in tegenstelling tot de aanbeveling - toegespitst op kansarmere kinderen.

De raad adviseert ook om te kiezen voor die indicatoren voor de gewichtenregeling die wetenschappelijk gezien de beste voorspeller vormen, zodat de leerlingen die het nodig hebben bereikt worden (Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen, 2013).

Ook voor oudere kinderen in het primair (en voortgezet onderwijs) zijn extra onderwijstijd en doelgroepprogramma’s gericht op taal, rekenen en maatschappelijke oriëntatie belangrijk om (verdere) achterstand te voorkomen (Uitgebreid onderwijs, 2010).

Stimuleer behalen startkwalificatie

In het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs wordt geïnvesteerd in het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (stoppen met school voordat de startkwalificatie op tenminste mbo 2-niveau is behaald). De raad is hier een voorstander van, vanwege het belang van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. Goede doorstroom- en stapelmogelijkheden en een ‘warme overdracht’ tussen de onderwijssectoren kan uitval deels voorkomen (Betere overgangen in het onderwijs, 2005; Doorstroom en talentontwikkeling, 2007). Dit geldt zowel voor de overgangen in het funderend onderwijs als de overgangen naar en tussen de verschillende sectoren in het vervolgonderwijs (Overgangen in het onderwijs, 2014). De raad adviseert ook om twee uitstroomprofielen in te stellen in de entreeopleiding; een dat leidt naar een mbo 2-opleiding en een dat toeleidt naar de arbeidsmarkt. Hiermee krijgen ook potentiële uitvallers een kans op de arbeidsmarkt. Daarnaast moeten er meerdere routes komen om een startkwalificatie te halen om tegemoet te komen aan de diversiteit van de groep jongeren die moeite heeft met halen hiervan.

Bouw kennis op over goed onderwijs aan kansarmere leerlingen

Er is nog weinig wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van verschillende maatregelen om goed onderwijs te bieden aan kansarmere leerlingen. De raad adviseert te investeren in een meer systematische kennisopbouw. Dit kan scholen helpen om hun achterstandsmiddelen doelgerichter in te zetten en de beoogde effecten te realiseren. Voor een succesvolle opbouw van kennis is samenwerking nodig tussen scholen, onderwijsontwikkelaars en onderzoekers.

Er is niet één aanpak die op alle scholen werkt. De raad is daarom voorstander van een grote mate van vrijheid voor scholen bij de besteding van middelen. Scholen dienen gegeven hun omstandigheden en gegeven de beschikbare wetenschappelijke evidentie een bewuste keuze te kunnen maken voor het benutten van de achterstandsmiddelen (Naar meer evidence based onderwijs, 2006; Ruim baan voor stapsgewijze verbeteringen, 2011; Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen, 2013). In de beleidsreactie op het advies Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen geeft de staatssecretaris aan het belang van kennisopbouw te delen.

Stimuleer sociale samenhang

De raad hecht veel waarde aan omgang tussen kinderen met verschillende achtergronden, zoals etniciteit en sociaal-economische situatie. (De verbindende schoolcultuur, 2007; Bakens voor spreiding en integratie, 2002; Vroeg of laat, 2010; Een onderwijsstelsel met veerkracht, 2014). De raad pleit daarom voor een verbindende schoolcultuur. Scholen hebben zelf een grote verantwoordelijkheid in het tot stand brengen hiervan. Zij hebben hiervoor verschillende opties, maar in alle gevallen is het van belang dat bestuurders en docenten beschikken over interculturele vaardigheden en dat de school uitdraagt iedereen te respecteren. Ook de hierboven bepleite uitbreiding van voor- en vroegschoolse educatie naar alle leerlingen draagt bij tot sociale samenhang. Gemeenten zijn hierin een belangrijke partner voor scholen: zowel vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderwijsachterstandenbeleid als ook vanuit een verbindende en regisserende rol tussen domeinen, belangen, bronnen van kennis en lokale partijen (zie Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd, 2017).

Selectie voor een bepaald onderwijstype op jonge leeftijd (groep 8) kan segregatie in de hand werken (zie Vroeg of laat, 2010; Een onderwijsstelsel met veerkracht, 2014), omdat leerlingen van verschillende sociaaleconomische of etnische achtergronden in verschillende onderwijsstromen terechtkomen. Dit kan worden tegengegaan door het gezamenlijk organiseren van niet-doorstroomvakken en door stapelings- en doorstroommogelijkheden naar andere onderwijstypen open te houden. Het selectiemoment zou eventueel uitgesteld kunnen worden voor bepaalde groepen, bijvoorbeeld in junior colleges.

Voorkom onderpresteren

In 2007 sprak de raad voor het eerst over ‘nieuwe achterstanden’ (Presteren naar vermogen, 2007). In dit advies signaleerde de raad niet alleen onderpresteren bij klassieke kansarmere groepen (kinderen van laagopgeleide ouders en allochtonen), maar werd ook onderbouwd dat onderpresteren bij leerlingen met een hoog IQ relatief vaker voorkomt dan bij leerlingen met een gemiddelde of een lage IQ-score. In de beleidsreactie neemt de staatssecretaris onderpresteren serieus en spreekt schoolleiders en docenten aan op hun verantwoordelijkheid. Om een oplossing te bieden ontwikkelt de overheid referentieniveaus voor taal en rekenen.

Ook zijn zowel de raad als de minister van mening dat opbrengstgericht werken en tussentijdse toetsing van belang zijn om onderpresteren eerder zichtbaar te maken (Een stevige basis voor iedere leerling, 2011; Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs, 2011).

 Wees bewust van risico’s maatschappelijke ontwikkelingen

In de verkenning Maatschappelijke achterstanden van de toekomst (2011) brengt de raad maatschappelijke ontwikkelingen in kaart en de risico’s op achterstand die daarmee samenhangen. Het belang van onderwijs neemt in de toekomst alleen maar toe. Het is daarom van groot belang te blijven investeren in het behalen van een minimale opleidingsbasis (vergelijkbaar met een startkwalificatie) voor zoveel mogelijk mensen. De raad verwacht dat in de toekomst bij werknemers en burgers in toenemende mate een beroep zal worden gedaan op competenties zoals probleemoplossend vermogen, kritisch denken, zelfstandigheid, samenwerking en sociale en communicatieve vaardigheden. Het is belangrijk daaraan in alle schooltypen aandacht te besteden (zie ook Een eigentijds curriculum, 2014).

De raad heeft ook geadviseerd over de bekostiging van het onderwijsachterstandenbeleid. Zie hiervoor het dossier Financiering en bekostiging.

Publicaties Onderwijsraad

  • Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd

    7 september 2017 | Advies

    Volgens de Onderwijsraad is het tijd om goed te kijken naar de rol van gemeenten op onderwijsterrein. De raad roept het Rijk op om een breed samengesteld beraad over dit onderwerp te organiseren. Hij geeft dat beraad tien principes mee als denk- en afwegingskader en hij formuleert zeven agendapunten.

    Verder lezen ›

  • Vluchtelingen en onderwijs. Naar een efficiĆ«ntere organisatie, betere toegankelijkheid en hogere kwaliteit

    23 februari 2017 | Advies

    In de afgelopen jaren kwamen er door oorlogsgeweld meer vluchtelingen naar Nederland dan voorheen. Hun perspectieven op betaald werk en volwaardige participatie in de samenleving zijn slecht. In dit advies buigt de Onderwijsraad zich over de vraag: hoe kan het onderwijs vluchtelingen beter op weg helpen? Hij richt zich daarbij op kinderen en volwassenen zonder startkwalificatie.

    Verder lezen ›

  • Meer kansen voor kwetsbare jongeren

    12 december 2013 | Advies

    Een startkwalificatie is van groot belang voor de zelfredzaamheid van jongeren. Door hogere eisen wordt het voor kwetsbare jongeren echter moeilijker om deze minimale basis te verwerven. Dit advies richt zich op de vraag hoe ook deze jongeren voorbereid kunnen worden op een zelfstandige en waardevolle positie op de arbeidsmarkt en in de samenleving.

    Verder lezen ›

  • Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen

    12 september 2013 | Advies

    De Onderwijsraad pleit voor het handhaven van het huidige volume van achterstandsmiddelen. Voorts adviseert hij de verdeelsystematiek van de middelen te vereenvoudigen en scholen aan te sporen transparanter te zijn over hun beleid en besteding van het geld. Tegelijkertijd is het nodig te investeren in gericht onderzoek om meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van verschillende maatregelen.

    Verder lezen ›

  • Maatschappelijke achterstanden van de toekomst

    8 december 2011 | Verkenning

    De arbeidsmarkt stelt steeds weer nieuwe en vaak ook zwaardere eisen aan de komende generaties. Het onderwijs moet hierop inspelen en jongeren de gelegenheid geven zich op de toekomst voor te bereiden. Aanwezig talent dient optimaal te worden benut. De raad brengt in deze verkenning maatschappelijke ontwikkelingen in kaart en de risico's op achterstand die daarmee samenhangen. Hieruit volgen enkele beleidsimplicaties.

    Verder lezen ›

  • Vroeg of laat

    8 maart 2010 | Advies

    Geen verplicht uitstel van selectie voor iedereen, maar wel verbeteringen in het huidige stelsel om bestaande zwaktes tegen te gaan. Dat is het oordeel van de Onderwijsraad naar aanleiding van de vraag of het Nederlandse onderwijs te vroeg selecteert (namelijk op 12-jarige leeftijd wanneer de keuze voor het voortgezet onderwijs wordt gemaakt). Er is zeker een aantal zwakke punten te benoemen, maar volgens de raad kan niet worden aangetoond dat deze alleen door uitstel van selectie zouden worden opgelost. Wel is het nodig om meer doorstroomvoorzieningen te creeëren en kritisch te kijken naar initiatieven van scholen die vroege selectie bevorderen, zoals het inrichten van gymnasiumbrugklassen. 

    Verder lezen ›

  • Doorstroom en talentontwikkeling

    27 november 2007 | Verkenning

    Verbeter de doorstroom in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Zorg ervoor dat leerlingen die door de vroege selectie niet op de goede plek zitten, alsnog van onderwijssoort kunnen veranderen. Geef ze daarvoor voldoende basiskennis mee.

    Verder lezen ›

  • Presteren naar vermogen

    1 februari 2007 | Advies

    Ga onderpresteren tegen door maatwerk te leveren in het primair en voortgezet onderwijs. Naar schatting tien procent van het totaal aantal leerlingen kan op alle begaafdheidsniveaus beter presteren dan het nu doet.

    Verder lezen ›

  • Werk- en ervaringsonderwijs voor jongeren tot 23 jaar

    29 september 2005 | Advies

    Ongeveer 4% van de jongeren van 18 tot 23 jaar heeft geen startkwalificatie, werkt niet, gaat niet naar school en ontvangt geen uitkering. De raad vindt het belangrijk dat ook deze ca. 37.000 jongeren actief deelnemen aan de maatschappij. Gemeenten moeten daartoe enige dwang en drang kunnen toepassen.

    Verder lezen ›

  • Tot hier en nu verder

    30 november 2004 | Advies

    Jongeren die de school voortijdig verlaten moeten op kosten van de samenleving een vaardigheidsbepaling doen die uitwijst wat zij geleerd hebben. Met de uitkomsten kan een onderwijsprogramma op maat worden gemaakt, dat alsnog leidt tot het minimale niveau nodig voor de arbeidsmarkt (mbo-2).  

    Verder lezen ›

  • Hoe kan onderwijs meer betekenen voor jongeren?

    17 mei 2004 | Advies

    Onderwijs kan veel leerlingen ver brengen. Maar het onderwijs alléén kan niet goed inspelen op de behoeften van leerlingen met ernstige gedragsproblemen of juist bijzondere talenten. Daarvoor is hulp nodig van andere organisaties: van hulpverlening tot culturele instanties.

    Verder lezen ›

  • Over leerlinggewichten en schoolgewichten

    29 augustus 2002 | Advies

    In dit vervolgadvies borduurt de raad voort op zijn eerdere advies Wat ’t zwaarst weegt… De raad gaat in op aanvullende vragen van de staatssecretaris van Onderwijs over de hoogte van de gewichten voor achterstandsleerlingen, het investeren in jonge risicokinderen en de taaltoetsen die deel uitmaken van de door de raad voorgestelde nieuwe regeling Nederlands als tweede taal. 

    Verder lezen ›

  • Aansturing van onderwijskansen

    7 juni 2000 | Advies

    Scholen en gemeenten verdienen steun bij het bestrijden van onderwijsachterstanden. Volgens de raad zijn de oorzaken van die achterstanden zo divers en complex dat voor de bestrijding daarvan één oplossing niet mogelijk is.

    Verder lezen ›

  • Toegankelijkheid van het Nederlandse onderwijs

    25 juni 1997 | Advies

    Wat houdt het begrip toegankelijkheid in als het gaat om het Nederlandse onderwijs? In deze verkenning geeft de raad antwoord op (onder meer) deze vraag. Hij neemt daarmee een aanloop naar het voorgenomen adviestraject Toegankelijkheid.

    Verder lezen ›