Primair onderwijs

Het primair onderwijs heeft de opdracht zorg te dragen voor de brede ontwikkeling van  leerlingen. Dat wil zeggen: zorgen dat alle leerlingen zich op cognitief, sociaal-emotioneel, cultureel en lichamelijk gebied optimaal kunnen ontplooien en goed voorbereid zijn op hun verdere (school)loopbaan. Het uitvoeren van deze opdracht stelt eisen aan de structuur van een school, aan docenten en schoolleiders en aan ouders. Het advies Een stevige basis voor iedere leerling (2011) gaat hier uitgebreid op in.

Ruimte voor brede ontwikkeling met bijzondere aandacht voor taal en rekenen

De brede taakstelling van het primair onderwijs houdt in dat er aandacht is voor zowel de cognitief-intellectuele als de sociaalemotionele ontwikkeling van leerlingen. Een goede beheersing van taal en rekenen beschouwt de raad als noodzakelijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling. Bijzondere aandacht voor deze vakken is dan ook op zijn plaats. De raad adviseerde reeds in 1999 om leerstandaarden te ontwikkelen voor taal en rekenen (Zeker weten. Leerstandaarden als basis voor toegankelijkheid, 1999). De minister heeft dit uitgewerkt in de referentieniveaus.

Overigens gaat het de raad bij taal om zowel Nederlands als Engels. In het licht van de toenemende internationalisering wordt het steeds belangrijker om vroeg te beginnen met het aanleren van vreemde talen, zodat iedere leerling op dit gebied aan het eind van zijn schoolcarrière over voldoende vaardigheden beschikt (Vreemde talen in het onderwijs, 2008). De raad adviseert om voor het primair onderwijs een ambitieus eindniveau voor Engels vast te stellen en van daaruit een sectoroverstijgende leerlijn Engels te ontwikkelen (Een stevige basis voor iedere leerling, 2011; Internationaliseren met ambitie, 2016).

Belangrijk is dat de aandacht voor taal en rekenen niet leidt tot een kwaliteitsvermindering bij andere vakken (bijvoorbeeld wereldoriëntatie, cultuureducatie of science) of tot minder aandacht voor de sociaalemotionele ontwikkeling (Een stevige basis voor iedere leerling, 2011). In het primair onderwijs is dit zo mogelijk nog belangrijker dan in andere onderwijssectoren, omdat hier de basis wordt gelegd voor de verdere (school)loopbaan. Burgerschap is daarom een belangrijk thema in het primair onderwijs. In het advies Verder met burgerschap (2012) en zijn advies over het Wetsvoorstel verduidelijking burgerschapsopdracht (2018) adviseert de raad hoe het burgerschapsonderwijs meer vorm kan krijgen. In het dossier Vorming en Burgerschap wordt hier verder op in gegaan. Bij alle drie de domeinen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming verdienen de internationale kanten ervan aandacht. Het is dan ook belangrijk dat alle basisscholen internationalisering daadwerkelijk oppakken (Internationaliseren met ambitie, 2016).

Cultuur verdient eveneens een centrale plek in het curriculum. Om hierbij te helpen kan een referentiekader cultuureducatie ontwikkeld worden en zouden scholen deskundiger moeten worden op het gebied van cultuureducatie. Tevens doen de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur een oproep aan de culturele instellingen om meer samen te werken met elkaar en de scholen. De overheid zou dit moeten faciliteren.(Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren! 2012). Ten slotte vraagt de toekomstige samenleving om aandacht voor leer- en denkvaardigheden en ‘advanced skills’, ook in het primair onderwijs (Maatschappelijke achterstanden van de toekomst, 2011; Een smalle kijk op onderwijskwaliteit, 2013).

Uitdagend onderwijs voor alle leerlingen

Een andere vereiste voor een goede ontwikkeling van leerlingen is onderwijs dat voor iedere leerling uitdagende doelen stelt. Van belang is daarvoor ook dat scholen op een opbrengstgerichte manier werken en dat leerling- en schoolprestaties regelmatig worden geëvalueerd. Hierdoor is het mogelijk om snel bij te sturen als een leerling of een leerlingengroep extra hulp of extra uitdaging nodig heeft; er kan individueel maatwerk geleverd worden. De raad vindt dat leerwinst en toegevoegde waarde goede instrumenten zijn om scholen te helpen hun onderwijs te verbeteren, maar dat ze niet bruikbaar zijn voor een oordeel over de kwaliteit van de school als geheel (Toegevoegde waarde: een instrument voor onderwijsverbetering - niet voor beoordeling, 2014)

Een verplichte eindtoets in groep 8 en een verplicht leerlingvolgsysteem passen binnen deze visie op onderwijs. Daarbij acht de raad het evenwel van belang dat scholen de vrijheid hebben om zelf een toets te kiezen, zolang deze voldoet aan door de minister gestelde voorwaarden (Toetsing in het primair onderwijs, 2011). De raad adviseert scholen om bij belangrijke overgangsmomenten, zoals bij de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs, het belang van de leerling centraal te stellen, maatwerk te bieden aan specifieke groepen leerlingen en loopbaanontwikkeling en -begeleiding te verbeteren.

In het advies Passend onderwijs voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte (2011) gaat de raad in op het wetsvoorstel over passend onderwijs. De raad staat achter de doelen van het conceptwetsvoorstel, maar signaleert problemen bij de uitvoering in de praktijk. De raad doet daarom een twaalftal aanbevelingen. In het dossier Speciaal onderwijs en zorg in het regulier onderwijs staat de visie van de raad op dit thema verder beschreven. De raad stelt in het advies Samen voor een ononderbroken schoolloopbaan (2014) dat er meer samenhang nodig is in de aanpak van problematiek van jongeren voor wie de inzet van onderwijsondersteuning en jeugdhulp wordt gevraagd. Binnen deze samenwerking is momenteel vooral oog voor het proces en minder voor de inhoud. Om inhoudelijke samenwerking verder te ontwikkelen, is volgens de raad een gezamenlijke focus nodig. Een ononderbroken schoolloopbaan zou daarbij het uitgangspunt moeten zijn. In het advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd (2017) benadrukt de raad dat bestuurlijke verbindingen tussen deze domeinen versterking behoeven.

Tot slot is er aandacht voor groepen die vanwege hun thuissituatie minder kansen krijgen en daardoor minder goed presteren in het onderwijs. De raad acht het onderwijsachterstandenbeleid, dat voor deze groepen is bedoeld, nog steeds van belang. Scholen zouden de middelen hiervoor bewust moeten inzetten voor de juiste groepen kinderen, zodat vooruitgang binnen de groepen zichtbaar wordt (Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen, 2013, zie ook het dossier Onderwijsachterstanden)

Professionele schoolcultuur

Bij passend en uitdagend onderwijs hoort een professionele schoolcultuur met goede docenten en schoolleiders. In Nederland hebben de scholen relatief veel autonomie met betrekking tot de invulling en de organisatie van het onderwijs. Deze autonomie moet volgens de raad ook behouden blijven. Tegelijkertijd hoort bij een professionele houding dat scholen bereid zijn verantwoording af te leggen aan de leerlingen/ouders en de samenleving.

Opbrengstgericht werken vraagt onder andere van docenten en schoolleiders dat zij toetsresultaten kunnen omzetten in handelingen en doelen. Hierin is nog verbetering mogelijk, aldus de raad. Een verplichte inschrijving in een beroepsregister met daaraan gekoppelde eisen zou een positieve stimulans kunnen zijn  voor docenten om zich op dit gebied verder te ontwikkelen (zie ook het dossier Leraren).

Investeer in kinderopvang en vroeg- en voorschoolse educatie

Een uitdagende omgeving acht de raad ook van belang voor kinderen op jonge leeftijd. Voor kinderen die een risico lopen op onderwijsachterstand bestaat er al voor- en vroegschoolse educatie: speciale programma’s voor kinderen vanaf tweeënhalf jaar waarin al spelende aandacht wordt besteed aan de taal- en rekenontwikkeling. Voor andere kinderen is er enkel opvang, die veelal niet gericht is op (spelend) leren. De raad pleit er daarom voor in Naar een nieuwe kleuterperiode in de basisschool (2010) alle kinderen vanaf drie jaar een ontwikkelingsgericht programma van vier dagdelen aan te bieden op de basisschool. Dit kan tevens ongewenste segregatie helpen voorkomen. Ook pleit de raad voor een specialisatie in de docentenopleiding voor het jonge (3-8) en het oudere kind (6-12). Op advies van de Tweede Kamer is in het werkprogramma voor 2015 opnieuw een advies over het jonge kind opgenomen.

In het advies Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen (2013) pleit de raad voor meer en systematischer onderzoek naar voor- en vroegschoolse educatie, zodat de kwaliteit hiervan beter wordt en de educatie effectiever.

School als gemeenschap

De ontwikkeling van een kind vindt uiteraard niet alleen binnen de muren van de school plaats. Ouders vervullen een belangrijke rol bij het leerproces op school. De raad ziet een duidelijke meerwaarde in de betrokkenheid van ouders en pleit daarom voor een grotere betrokkenheid van ouders bij de school (Ouders als partners, 2010). Pedagogisch partnerschap is stimulerend voor de ontwikkeling van leerlingen. De raad wil daarbij de relatie niet verder formaliseren en juridiseren dan nu het geval is, maar hecht met name waarde aan de ontwikkeling van de gemeenschap met betrokkenen om de school heen.

De visie van de raad op de rol van de  school als gemeenschap komt ook in het advies Aanpassing kerndoelen seksualiteit en seksuele diversiteit (2012) naar voren. De raad geeft hieraan aan dat álle leerlingen recht hebben op onderwijs in een veilige omgeving waarin ze geaccepteerd en gerespecteerd worden. Het bevorderen van acceptatie van seksuele diversiteit maakt hier onderdeel van uit. De raad vindt aanpassing van de kerndoelen om voorlichting over seksualiteit en seksuele diversiteit verplicht te stellen echter niet de aangewezen weg, omdat de kerndoelen bewust open geformuleerd zijn, zodat scholen hun eigen invulling eraan kunnen geven.

Antipestbeleid maakt onderdeel uit van de wettelijke plicht van scholen om te zorgen voor een veilig schoolklimaat, en daarmee sociale veiligheid, zo stelt de raad. Scholen kunnen hierbij gebruikmaken van een antipestprogramma, maar moeten ook ruimte houden een andere aanpak te kiezen (Wetsvoorstel sociale veiligheid op school, 2014).

Publicaties Onderwijsraad

  • Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd

    7 september 2017 | Advies

    Volgens de Onderwijsraad is het tijd om goed te kijken naar de rol van gemeenten op onderwijsterrein. De raad roept het Rijk op om een breed samengesteld beraad over dit onderwerp te organiseren. Hij geeft dat beraad tien principes mee als denk- en afwegingskader en hij formuleert zeven agendapunten.

    Verder lezen ›

  • Wetsvoorstel sociale veiligheid op school

    16 september 2014 | Advies

    De Onderwijsraad adviseert staatssecretaris Dekker (onderwijs) het concept wetsvoorstel sociale veiligheid op school te heroverwegen. Scholen zijn nu al wettelijk verplicht te zorgen voor een veilig schoolklimaat, en daarmee ook voor sociale veiligheid. Antipestbeleid maakt daarvan onderdeel uit, zo stelt de raad. Scholen kunnen hierbij gebruikmaken van een antipestprogramma, maar moeten ook ruimte houden een andere aanpak te kiezen.

    Verder lezen ›

  • Toegevoegde waarde

    7 april 2014 | Advies

    Leerwinst en toegevoegde waarde zijn goede instrumenten om scholen te helpen hun onderwijs te verbeteren. Ze zijn echter niet bruikbaar voor een oordeel over de kwaliteit van de school als geheel.

    Verder lezen ›

  • Herijking bekwaamheidseisen

    19 december 2013 | Advies

    De minister heeft de Onderwijsraad verzocht om een advies uit te brengen over het voorstel van de Onderwijscoöperatie voor herijking van de bekwaamheidseisen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

    Verder lezen ›

  • Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen

    12 september 2013 | Advies

    De Onderwijsraad pleit voor het handhaven van het huidige volume van achterstandsmiddelen. Voorts adviseert hij de verdeelsystematiek van de middelen te vereenvoudigen en scholen aan te sporen transparanter te zijn over hun beleid en besteding van het geld. Tegelijkertijd is het nodig te investeren in gericht onderzoek om meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van verschillende maatregelen.

    Verder lezen ›

  • Aanpassing kerndoelen seksualiteit en seksuele diversiteit

    28 september 2012 | Advies

    In de visie van de Onderwijsraad hebben álle leerlingen recht op onderwijs in een veilige omgeving waarin ze geaccepteerd en gerespecteerd worden. Een veilig schoolklimaat behoort tot de basiskwaliteit van iedere school. Alleen dan kunnen jongeren zich ontplooien tot zelfbewuste burgers. Het bevorderen van acceptatie van seksuele diversiteit maakt hier onderdeel van uit. De raad vindt aanpassing van de kerndoelen om voorlichting over seksualiteit en seksuele diversiteit verplicht te stellen niet de aangewezen weg. Het advies van de Onderwijsraad is 20 juni 2012 uitgebracht aan de minister. De regering heeft het advies op 28 september 2012 openbaar gemaakt.

    Verder lezen ›

  • Een stevige basis voor iedere leerling

    20 juni 2011 | Advies

    De Onderwijsraad ondersteunt in grote lijnen de kabinetsplannen voor het primair onderwijs, zoals die zijn neergelegd in het actieplan Basis voor presteren. Hij staat positief tegenover de in het actieplan voorgestelde maatregelen om opbrengstgericht te werken. Op enkele punten acht de raad verbetering van het actieplan mogelijk. Hij formuleert vier aanbevelingen.

    Verder lezen ›

  • Naar een nieuwe kleuterperiode in de basisschool

    26 mei 2010 | Advies

    Uitbreiding van het basisonderwijs met een pedagogisch aanbod voor alle driejarigen, gekoppeld aan een herziening van de kleuterperiode. Dat stelt de Onderwijsraad voor, om zo de voor- en vroegschoolse ontwikkeling van alle jonge kinderen te stimuleren.

    Verder lezen ›

  • Ouders als partners

    17 februari 2010 | Advies

    Dit advies gaat over de positie en betrokkenheid van ouders in het onderwijs. De raad onderscheidt drie posities van ouders: als individueel rechthebbende, als partner van de school en als lid van een ouder-ouderverband. De aanbevelingen van de raad richten zich op een koerswijziging van het landelijk beleid: verdere uitbouw van de positie als rechthebbende zal niet veel extra opleveren, beter is te koersen op een verdere uitbouw van de twee andere posities. 

    Verder lezen ›

  • Kaders voor de referentieniveaus

    24 juli 2009 | Advies

    Het advies Kaders voor de referentieniveaus geeft commentaar bij het voorstel van wet tot vaststelling van regels over referentieniveaus voor de taal- en rekenvaardigheden bij leerlingen.

    Verder lezen ›

  • Partners in onderwijsopbrengst

    17 december 2008 | Advies

    De onderwijsinspectie constateerde in 2008 dat het onderwijs te weinig ‘opbrengstgericht' is: er is te weinig aandacht voor het verbeteren van cognitieve prestaties. De raad vindt dat het verbeteren hiervan een zaak is van alle betrokkenen: de school, leraren, ouders en leerlingen. Uitverkocht.

    Verder lezen ›

  • Onderwijs en maatschappelijke verwachtingen

    17 december 2008 | Advies

    Steeds meer maatschappelijke taken komen op het bordje van de school te liggen. Zorg voor veiligheid, het tegengaan van segregatie, het voorkomen van overgewicht maar ook bijvoorbeeld fietsles of het verzorgen van ontbijt. Scholen moeten zelf bepalen welke maatschappelijke taken ze precies op zich nemen.

    Verder lezen ›

  • Een rijk programma voor ieder kind

    3 juli 2008 | Advies

    De pedagogische invalshoek blijft in het debat over kinderopvang te veel onderbelicht, vindt raad. Elk kind in de leeftijd van nul tot twaalf jaar heeft recht op een samenhangend programma van opvang, educatie en opvoeding. Het geeft hem of haar betere ontwikkelingskansen.

    Verder lezen ›

  • Richtpunten bij onderwijsagenda's

    29 mei 2008 | Advies

    De raad vergelijkt zes strategische agenda's voor het onderwijs en adviseert erover. Het gaat om agenda's voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger onderwijs, het afgesloten convenant over het Actieplan Leerkracht en het Actieplan rond Leren en Werken.

    Verder lezen ›

  • Presteren naar vermogen

    1 februari 2007 | Advies

    Ga onderpresteren tegen door maatwerk te leveren in het primair en voortgezet onderwijs. Naar schatting tien procent van het totaal aantal leerlingen kan op alle begaafdheidsniveaus beter presteren dan het nu doet.

    Verder lezen ›

  • Een vlechtwerk van opvang en onderwijs

    27 februari 2006 | Advies

    Het vervlechten van opvangvoorzieningen en onderwijs is goed voor de ontwikkeling van kinderen. De raad is voorstander van het koppelen van voor- en naschoolse opvang aan de basisschool, maar vindt dat scholen de tijd moeten krijgen om het goed te regelen.

    Verder lezen ›

  • Koers primair onderwijs: werken aan gezamenlijke doelen

    29 september 2004 | Advies

    Koers Primair Onderwijs, het meerjarenbeleidsplan van het ministerie van OCW, bevat een visie op de toekomst van het primair onderwijs. De raad oordeelt positief over het langetermijnbeleid (tot 2010). Toch vindt de raad dat de koers op twee punten moet worden bijgesteld.

    Verder lezen ›

  • Wat scholen toevoegen

    14 augustus 2003 | Advies

    Wat draagt een basisschool bij aan de kennis en vaardigheden van een kind? Om de toegevoegde waarde te bepalen, wil de raad de leerprestaties van een kind in groep 3 afzetten tegen de prestaties van hetzelfde kind aan het eind van de basisschool, in groep 8. Ook invloeden van buitenaf moeten worden meegeteld.

    Verder lezen ›

  • Spelenderwijs. Kindercentrum en basisschool hand in hand

    27 juni 2002 | Advies

    De huidige kinderopvangvoorzieningen sluiten niet goed aan bij de behoeften van ouders en kinderen. De raad pleit er daarom voor dat peuterspeelzalen en kinderdagverblijven worden omgevormd tot kindercentra die samenwerken met basisscholen.

    Verder lezen ›

  • De kern van het doel

    25 april 2002 | Advies

    De commissie Wijnen stelt een herziening voor van de kerndoelen basisonderwijs. De raad staat daar positief tegenover, maar doet twee aanvullende aanbevelingen: ontwikkel leerstandaarden en handhaaf Engelse taal als een verplicht vak op de basisschool (en in Friesland de Friese taal).

    Verder lezen ›