Speciaal onderwijs en extra ondersteuning in het regulier onderwijs

Leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte, die daardoor niet goed mee kunnen komen in het regulier onderwijs, kunnen extra onderwijsondersteuning krijgen. Deze ondersteuning kan geboden worden in het regulier onderwijs of op een school voor speciaal onderwijs. Sinds 1 augustus 2014 is de Wet passend onderwijs in werking getreden. Reguliere scholen en scholen voor speciaal onderwijs kennen sindsdien een zorgplicht en zijn verenigd in regionale samenwerkingsverbanden.

De raad heeft verschillende adviezen uitgebracht over zorg in het onderwijs, met de volgende aanbevelingen:

1. Versterk de samenwerking tussen regulier onderwijs en jeugdhulpverlening, en stel hierbij de schoolloopbaan centraal;
2. Versterk de draagkracht van reguliere scholen voor het omgaan met gedragsproblemen;
3. Verbeter de kwaliteit van onderwijs aan zorgleerlingen;
4. Voer wetgeving passend onderwijs zorgvuldig en in de tijd haalbaar in.

Stel bij samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening de schoolloopbaan centraal

Er is meer samenhang nodig in de aanpak van problematiek van jongeren voor wie de inzet van onderwijsondersteuning én jeugdhulp wordt gevraagd. Met de Wet passend onderwijs en de nieuwe Jeugdwet beoogd de rijksoverheid samenwerking tussen beide domeinen te stimuleren. De raad constateerde echter dat binnen deze samenwerking vooral oog is voor het proces en minder voor de inhoud (Samen voor een ononderbroken schoolloopbaan, 2014). Om een samenhangende aanpak aan jongeren te kunnen bieden, is inhoudelijke samenwerking echter wel een voorwaarde.

De raad vindt dat een ononderbroken schoolloopbaan een gezamenlijk uitgangspunt van onderwijs en jeugdhulpverlening zou moeten zijn. Om inhoudelijke samenwerking verder te ontwikkelen en een ononderbroken schoolloopbaan van kwetsbare jongeren te waarborgen, adviseert de raad verder om de toegankelijkheid van de jeugdhulpverlening voor het onderwijs te vergroten. Hierbij is een actieve rol voor schoolbesturen in het lokale overleg weggelegd. Ook zou de jeugdhulpverlening een structureel onderdeel moeten worden van de ondersteuningsstructuur op school (zie ook Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd, 2017). Daarnaast is zowel bij onderwijs- als jeugdhulpverleningsprofessionals een verandering nodig in denkbeelden, attitudes en gedrag.

De schoolloopbaan houdt niet op na het voortgezet onderwijs. Veel kwetsbare jongeren willen de overstap naar het mbo maken. Het mbo neemt in passend onderwijs echter een aparte positie in waardoor de doorgaande onderwijs-zorglijn onder druk komt te staan. De raad pleit er dan ook voor om de bestaande zorgplicht van het mbo meer in lijn te brengen met die van het primair- en voortgezet onderwijs en er voor te zorgen dat jongeren ook na hun 18e jaar gebruik kunnen blijven maken van jeugdhulpverlening.

Voer wetgeving passend onderwijs zorgvuldig en in de tijd haalbaar in

Het beleidstraject passend onderwijs wil waarborgen dat leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte passend onderwijs ontvangen, bij voorkeur in het reguliere onderwijs, en tegelijkertijd de sterke groei van zorgleerlingen terugdringen. Basis van het voorstel is de introductie van een zorgplicht voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs nieuwe stijl. Zorgplicht houdt in dat het schoolbestuur waar de ouders hun kind aanmelden, ervoor moet zorgen dat het kind binnen het samenwerkingsverband een passende onderwijsplek en ondersteuning krijgt. Ouders hoeven dit dan niet meer zelf te regelen. In een regio moet sprake zijn van een gevarieerd aanbod van passend onderwijs, zodat er geen (langdurig) thuiszittende zorgleerlingen meer zijn.

In 2011 adviseerde de raad over het concept-wetsvoorstel passend onderwijs (Passend onderwijs voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte) en onderschreef de doelen ervan. De raad stelde een driedeling in zorg voor: basiszorg (door de leraar), breedtezorg (op de school, ook in samenwerking met externen) en dieptezorg (buiten de school, in speciale onderwijsvoorzieningen). De raad benadrukte de centrale rol van de leraar in het succes van passend onderwijs. Dit vraagt om professioneel onderwijspersoneel, een kwalitatief sterke initiële opleiding en goede postinitiële opleidingstrajecten.

De raad was van mening dat het in het wetsvoorstel genoemde tijdspad te kort is om de beoogde maatregelen te kunnen treffen. Bovendien waren er nog veel onduidelijkheden, omdat het wetgevingstraject ten tijde van het advies nog niet was afgerond. Dit geldt bijvoorbeeld voor  samenwerking in nieuwe samenwerkingsverbanden. De wet zou daarom pas in werking moeten treden twee jaar nadat zij ook door de Eerste Kamer is aangenomen.

Versterk de samenwerking tussen regulier onderwijs en andere voorzieningen

De raad maakte zich in 2004 sterk voor de samenwerking tussen scholen en externe deskundigen rond zorgleerlingen. Daarbij pleitte de raad voor de verspreiding en verbetering van zorgadviesteams (Hoe kan onderwijs meer betekenen voor jongeren?, 2004). In dergelijke adviesteams kan een school samen met deskundigen, zoals maatschappelijk werkers, jeugdpsychologen en jeugdartsen, overleggen en beslissen over de ondersteuning aan zorgleerlingen. De raad stelde dat binnen deze teams het onderwijs de voortrekker moet zijn en zo lang mogelijk verantwoordelijk moet blijven voor een leerling. Scholen zouden via trekkingsrechten een claim moeten kunnen leggen op de tijdsinvestering van bepaalde deskundigen.

Een gezamenlijke lokale of regionale agenda blijkt een belangrijk richtsnoer te zijn voor samenwerking. Hoewel veel gemeenten en scholen werken met lokale educatieve agenda’s,  is dit nog geen vanzelfsprekendheid en dienen deze agenda’s ook inhoudelijk breder vorm te krijgen. Gemeenten kunnen hier als procesregisseur fungeren in de verbinding tussen domeinen en lokale partijen, terwijl scholen het primaat behouden over de onderwijsinhoud (Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd, 2017). 

Verbeter de kwaliteit van het speciaal onderwijs

Er is in de afgelopen jaren kritiek geweest op de kwaliteit van het speciaal onderwijs (basisschoolleeftijd) en het voortgezet speciaal onderwijs. Dit heeft onder andere geleid tot de invoering van kerndoelen voor het speciaal onderwijs, om zo de opbrengstgerichtheid te bevorderen. De raad was het in 2008 eens met de introductie van kerndoelen, maar vond dat ze verder geconcretiseerd moesten worden (Kerndoelen en leerstandaarden voor het speciaal onderwijs). De raad pleitte verder voor de invoering van op het speciaal onderwijs aangepaste referentieniveaus.

In 2010 reageerde de raad op een wetsvoorstel om de kwaliteit van het voortgezet speciaal onderwijs te verbeteren met de invoering van drie uitstroomprofielen (Wetsvoorstel vso, 2010). De belangrijkste aanbevelingen van de raad betroffen het uitgangspunt dat zelfredzaamheid centraal zou moeten staan in het onderwijs. Daarnaast vond de raad dat het doel van speciaal onderwijs altijd deelname aan vervolgonderwijs of arbeidsmarkt moet zijn. Deelname aan dagbesteding kan daarom niet een gelijkwaardig uitstroomprofiel zijn, bijzondere gevallen uitgezonderd. Ten slotte stelde de raad voor het handelingsplan niet te vervangen door het ontwikkelingsperspectief. Het ontwikkelingsperspectief is immers een visie op het einddoel van het onderwijs aan een bepaalde leerling, het handelingsplan is een instrument waar dit perspectief onderdeel van zou moeten zijn.

Versterk de draagkracht van scholen voor het omgaan met gedragsproblemen

Het werken aan gedragsproblemen op school begint met sterk onderwijs en goede leraren (De school en leerlingen met gedragsproblemen, 2010). De ideale school heeft hiertoe een duidelijk  pedagogisch-didactisch klimaat met regels en voldoende aandacht. Gewenst gedrag wordt geoefend en beloond, ongewenst gedrag genegeerd en zo nodig bestraft.

Nuchter en kritisch

Het scholenveld en de bewindslieden van OCW zouden nuchter en kritisch moeten staan tegenover de classificatie van probleemgedrag. Gedrag is immers niet statisch, maar te veranderen door de leerlingen zelf, met behulp van leraren, schooldirecteuren, ouders en hulpverleners. Spreek als school en lerarenteam af kritisch te blijven als het gaat om het gebruik van medische en psychiatrische termen om gedrag te beschrijven, aldus de raad. Bedenk bovendien dat leraren een belangrijke signalerende taak hebben, maar dat het stellen van een diagnose voorbehouden moet zijn aan gedragsdeskundigen.

Steun scholen in het omgaan met gedragsproblemen

De overheid kan scholen helpen hun draagkracht ten aanzien van leerlingen met gedragsproblemen verder te versterken. Praktijkvoorbeelden toegankelijk maken, scholing en meer handen in de klas  zijn beproefde middelen. Het effectieve gedrag van sommige leraren blijkt bovendien goed te omschrijven en te leren aan anderen. Van belang zijn een positieve grondhouding, effectieve instructie, effectief klassenmanagement, een stevige relatie tussen leraar en leerling en planmatig werken aan gedragsverandering. Leraren hebben hierbij ondersteuning nodig vanuit de lerarenopleiding, het schoolbestuur en schoolleiders.

Publicaties Onderwijsraad

  • Passend onderwijs

    5 december 2016 | Advies

    De Ondewijsraad brengt advies uit over de voortgang en implementatie van passend onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

    Verder lezen ›

  • Samen voor een ononderbroken schoolloopbaan

    3 november 2014 | Advies

    Dit advies richt zich op de vraag hoe de inhoudelijke samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening bevorderd kan worden. De raad vindt dat een ononderbroken schoolloopbaan van jongeren een gezamenlijk uitgangspunt in de samenwerking zou moeten zijn. Daarvoor is het nodig dat schoolbesturen een actievere rol spelen in het lokale overleg met gemeenten. Ook zou de jeugdhulpverlening een structureel onderdeel moeten worden van de ondersteuningsstructuur op school.

    Verder lezen ›

  • Passend onderwijs voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte

    4 mei 2011 | Advies

    De raad adviseert over het concept-wetsvoorstel passend onderwijs. Dit concept-wetsvoorstel beoogt een herziening van het stelsel van speciale onderwijszorg.

    Verder lezen ›

  • Wetsvoorstel kwaliteit vso

    11 november 2010 | Advies

    De raad adviseert over het wetsvoorstel in verband met de kwaliteit van het speciaal en voortgezet onderwijs. De raad stelt in de eerste plaats dat eerst de principiële vraag beantwoord zou moeten worden of er een wettelijk onderscheid moet zijn tussen regulier en speciaal onderwijs. Los daarvan stelt de raad op enkele punten van het wetsvoorstel een aanscherping voor.

    Verder lezen ›

  • De school en leerlingen met gedragsproblemen

    15 februari 2010 | Advies

    De Onderwijsraad heeft vandaag zijn advies De school en leerlingen met gedragsproblemen gepubliceerd. In het advies staan de volgende vragen centraal: Hoe kan het onderwijs aan leerlingen met gedragsproblemen verbeterd worden? Welke rol heeft de overheid hierin? Uitverkocht.

    Verder lezen ›

  • Kerndoelen en leerstandaarden voor het speciaal onderwijs

    19 december 2008 | Advies

    De raad brengt advies uit over het ontwerp-besluit over kerndoelen in het speciaal onderwijs (Besluit kerndoelen WEC)

    Verder lezen ›