(Voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs

De raad hecht grote waarde aan het beroepsonderwijs. Vakkrachten worden er opgeleid voor belangrijke functies in de samenleving. Tevens neemt het middelbaar beroepsonderwijs een onmisbare plaats in binnen het onderwijsstelsel als route voor sociale mobiliteit.

Ten aanzien van het mbo en de voorbereidende fase daarvan, het vmbo, neemt de raad de volgende standpunten in:

  • houd beroepsopleidingen herkenbaar en praktijkgericht;
  • koester de doorstroommogelijkheden in de beroepskolom;
  • besteed voldoende aandacht aan burgerschap en internationalisering;
  • waardeer vakmanschap in de hele onderwijskolom;
  • streef naar docenten op masterniveau voor algemeen vormende vakken, en expertise op masterniveau in elk team voor beroepsgerichte vakken;
  • verduidelijk positie, bekostiging en aanbod van entreeopleidingen;
  • ontwikkel alternatieven voor de startkwalificatie,  zodat alternatieve routes naar het diploma mogelijk zijn.

Een van de pijlers van het beroepsonderwijs in Nederland is sinds de invoering van de WEB (Wet educatie en beroepsonderwijs) in 1996 de zogenoemde drievoudige kwalificatiestructuur gericht op arbeidsmarkt, doorstroom en burgerschap. Volgens de raad is het van belang deze drievoudige kwalificatiestructuur te behouden en zo mogelijk te versterken. Deze gedachte ligt ten grondslag aan de eerste drie standpunten.

Houd beroepsopleidingen herkenbaar en praktijkgericht

Voor het beroepsonderwijs is de relatie met de beroepspraktijk onmisbaar. Stages vormen hierin een belangrijke schakel. Vergaande reductie van de onderwijstijd die beschikbaar is voor stages, kan die schakel onder druk zetten. Voor leerlingen die moeite hebben het laagste niveau te halen, zou een variant ontwikkeld moeten worden waarin de praktijk nog meer centraal staat. Het moet voor studenten, ouders en toekomstige werkgevers duidelijk zijn voor welk beroep(sveld) wordt opgeleid. Wanneer de arbeidsmarktrelevantie of de vraag op de arbeidsmarkt in het geding is, moeten studenten worden gewaarschuwd zodat ze weten waar ze aan toe zijn. In het uiterste geval kunnen hieraan bekostigingsconsequenties worden verbonden. Anderzijds kan de overheid ook helpen kleine, maatschappelijk relevante opleidingen open te  houden. (Ontwikkelingsrichtingen voor het middelbaar beroepsonderwijs, 2009; Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011; Zicht op een macrodoelmatig opleidingsaanbod, 2012; Meer kansen voor kwetsbare jongeren, 2013)

De raad heeft eind 2014 positief geadviseerd over het concept Wetsvoorstel profielen in het vmbo. Daarin wordt een nieuwe inhoud en een aangepaste structuur voorgesteld van de (beroepsgerichte) programma’s en examens in het vmbo, als start van een proces om het vmbo zo in te richten dat het meer toekomstbestendig wordt en beter kan inspelen op de specifieke problemen waar de sector mee kampt. In het advies Herkenbaar vmbo met sterk vakmanschap geeft de raad de contouren aan van de gewenste toekomstige structuur van het vmbo. Hij stelt voor de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen samen te voegen tot één opleiding vakmanschap en de gemengde en theoretische leerwegen tot één opleiding mavo (Profielen in het vmbo, 2014; Herkenbaar vmbo met sterk vakmanschap, 2015). Om een voldoende aanbod aan de verschillende profielen te garanderen is het volgens de raad belangrijk dat de bekostiging per leerling aansluit bij reële kosten van vooral de duurdere techniekprofielen. Ook acht de raad een eenmalige investeringsimpuls voor de invoering van de nieuwe vmbo-profielen nodig (Verfijning vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs, 2016). Vanuit een oogpunt van gelijke kansen pleit de raad voor meer inzet op internationalisering in het vmbo en mbo, waarbij ook beroepsgerichte internationale oriëntatie, kennis en vaardigheden aandacht krijgen (Internationaliseren met ambitie, 2016).

Koester de doorstroommogelijkheden in de beroepskolom

Doorstroommogelijkheden – van vmbo naar mbo, tussen verschillende niveaus van het mbo en van mbo naar hbo – vergroten de kans dat zo veel mogelijk talent wordt benut. De raad is dan ook van mening dat doorstroom in principe mogelijk moet zijn, zowel binnen als buiten hetzelfde beroependomein. Het formaliseren van verlengd vmbo kan uitval bij de overgang naar mbo helpen voorkomen. Voor de doorstroom naar het hbo mogen aan mbo-studenten geen andersoortige eisen worden gesteld dan aan studenten afkomstig van havo/vwo. De diverse niveaus binnen het beroepsgerichte onderwijs dienen daarnaast goed op elkaar aan te sluiten. (zie ook het dossier voortgezet onderwijs; verder Examens in  het vmbo, 2009; De weg naar de hogeschool, 2009; Ontwikkelingsrichtingen voor het beroepsonderwijs, 2009; Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011; Meer kansen voor kwetsbare jongeren, 2013; Overgangen in het onderwijs, 2014)

Besteed voldoende aandacht aan burgerschap

Gezien de leeftijd en de vooropleiding van mbo-studenten is aandacht voor burgerschap van groot belang, ook met het oog op doorstroom naar het hbo. Burgerschap hoeft daarbij niet in afzonderlijke leervakken gestalte te krijgen, maar kan juist geintegreerd worden in de beroepskwalificatie. Daarvoor zijn systematische kennisopbouw en voldoende ondersteuning voor de instellingen en docenten onmisbaar. De inhoudelijke kern van burgerschapsonderwijs bestaat volgens de raad uit het leren functioneren in een democratische gemeenschap. (Onderwijs en burgerschap, 2003; Ontwikkelingsrichtingen voor het middelbaar beroepsonderwijs, 2009; Verder met burgerschap in het onderwijs, 2012).

Streef waar mogelijk naar docenten op masterniveau

De raad vindt het van belang dat ook in het beroepsonderwijs docenten op masterniveau zijn opgeleid. Voor een drempelloze doorstroom van mbo-4 naar hbo is het nodig dat de studenten de algemene vakken op hetzelfde niveau hebben afgerond als de havisten. Hiertoe moeten docenten mbo-4 ook hetzelfde niveau hebben als hun collega’s op de havo, dat wil zeggen met een eerstegraadsopleiding. Ten tweede pleit de raad ervoor dat het behalen van een masterdiploma de standaard wordt voor  de leraren in de algemene vakken in het vmbo en mbo,  door beschikbare tijd en middelen in dit perspectief te plaatsen. Omdat dit voor beroepsgerichte vakken niet altijd haalbaar is, adviseert de raad in elk geval te streven naar voldoende expertise op masterniveau binnen elk team (Goed opgeleide leraren voor het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs, 2011; Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011; Kiezen voor kwalitatief sterke leraren, 2013)

Verduidelijk de positie, bekostiging en het aanbod van entreeopleidingen

 In Nederland geldt iedereen die geen diploma heeft behaald op minimaal mbo 2-niveau, als voortijdig schoolverlater. Voortijdig schoolverlaten zet mensen op een achterstand die later moeilijk overbrugbaar is. Om deze uitval zo veel mogelijk te voorkomen, is een goed vangnet nodig bij de overgang tussen vmbo en mbo. De voorgenomen entreeopleidingen, die de plaats moeten gaan innemen van het huidige mbo-1, kunnen zo’n vangnet vormen. Het is van belang dat de positie van deze entreeopleidingen in het bestel helder is – bijvoorbeeld ten opzichte van de verschillende leerwegen op het vmbo, en ten opzichte van de rest van het mbo. Daarnaast moeten er voldoende middelen beschikbaar zijn om de vaak kwetsbare jongeren die het betreft te begeleiden, en moet er in elke regio een gemakkelijk bereikbare entreeopleiding zijn. (Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs, 2011)

Ontwikkel van alternatieven voor de startkwalificatie en meer flexibiliteit in het stelsel, zodat alternatieve routes naar het diploma mogelijk zijn

Er is een diverse groep jongeren die de startkwalificatie om uiteenlopende redenen niet (kunnen)  halen. Om te voorkomen dat deze jongeren vervolgens ook op de arbeidsmarkt uitvallen, adviseert de raad voor deze groep alternatieven voor de startkwalificatie en meer flexibiliteit in het stelsel te ontwikkelen. Een arbeidsmarkt gericht uitstroomprofiel van de entreeopleiding kan in deze gevallen uitkomst bieden. In dit extra uitstroomprofiel staat leren op de werkplek centraal, onder goede begeleiding. Jongeren krijgen zo beroepsvaardigheden aangeleerd. Daarnaast krijgen ze taal en rekenen, maar toegepast op het werk dat ze doen. Een schakelprogramma op mbo 2-niveau kan uitval op dat niveau helpen beperken. (Meer kansen voor kwetsbare jongeren, 2013)

Publicaties Onderwijsraad

  • Herkenbaar vmbo met sterk vakmanschap

    19 juni 2015 | Advies

    Het vmbo heeft te kampen met afnemende leerlingenaantallen in de basis- en beroepsgerichte leerwegen, een onoverzichtelijk aanbod en een negatief imago. De raad pleit in dit advies voor clustering van de vier leerwegen in het vmbo tot twee opleidingen: vakmanschap en mavo.

    Verder lezen ›

  • Profielen in het vmbo

    17 oktober 2014 | Advies

    Op verzoek van de staatssecretaris adviseert de Onderwijsraad over het concept-wetsvoorstel Profielen in het vmbo. De raad ziet de invoering van de profielen als een goede stap in de richting van meer flexibiliteit en maatwerk, maar voor een toekomstbestendige vmbo is meer nodig. Hij geeft de staatssecretaris daarom in overweging om dit advies te bezien in samenhang met een door de raad nog op te stellen breder advies over het vmbo.

    Verder lezen ›

  • Overgangen in het onderwijs

    3 maart 2014 | Advies

    De raad constateert dat overgangen in het onderwijs nu niet soepel genoeg verlopen. De raad pleit voor het centraal stellen van het belang van leerlingen tijdens overstapmomenten en werkt dit uitgangspunt uit in drie aanbevelingen.

    Verder lezen ›

  • Meer kansen voor kwetsbare jongeren

    12 december 2013 | Advies

    Een startkwalificatie is van groot belang voor de zelfredzaamheid van jongeren. Door hogere eisen wordt het voor kwetsbare jongeren echter moeilijker om deze minimale basis te verwerven. Dit advies richt zich op de vraag hoe ook deze jongeren voorbereid kunnen worden op een zelfstandige en waardevolle positie op de arbeidsmarkt en in de samenleving.

    Verder lezen ›

  • Een smalle kijk op onderwijskwaliteit

    4 november 2013 | Advies

    In deze derde editie van de Stand van educatief Nederland geeft de raad een analyse van het Nederlandse onderwijs. Hoe staat het onderwijs er voor? Is het goed voorbereid op de toekomst? De raad constateert dat het Nederlands onderwijs het in internationale vergelijkingen goed doet. Maar hij signaleert daarnaast een aantal risico's. Om deze risico's te verkleinen formuleert de raad een drietal uitdagingen voor het onderwijsbeleid.

    Verder lezen ›

  • Kiezen voor kwalitatief sterke leraren

    24 januari 2013 | Advies

    Onderwijs staat of valt met goede leraren. De raad pleit in dit advies daarom voor een sterkere sturing op kwaliteit. Hij benadrukt het belang van een integrale aanpak zoals onder andere bepleit door de commissie-Rinnooy Kan. Bovendien adviseert de raad meer gebruik te maken van de mogelijkheden om (aankomende) leraren te selecteren, om de beroepsstandaard te verhogen, om professioneel schoolleiderschap te stimuleren en om in de regio samen te werken.

    Verder lezen ›

  • Goed opgeleide leraren voor het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs

    19 april 2011 | Advies

    Hoe kan het opleidingenstelsel leraren adequaat toerusten voor het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs?Hierbij wordt zowel gekeken naar de kwaliteit van de lerarenopleidingen als naar de aantrekkelijkheid ervan. De Onderwijsraad pleit er in dit advies voor om de bestaande opleidingen voor leraren vmbo en mbo aan te passen. Dit is nodig omdat ze onvoldoende rekening houden met de kenmerken van die onderwijstypen. Leraren in het vmbo moeten kennis hebben van hun vak en van het beroepenveld, maar ook beschikken over specifieke pedagogische en didactische competenties. Leraren in het mbo moeten vooral beroepsgerichte en vakinhoudelijke competenties goed ontwikkeld hebben. Zij moeten bovendien betere voorbereid zijn op het functioneren in competentiegericht onderwijs en op het werken met kwalificatiedossiers.

    Verder lezen ›

  • Om de kwaliteit van het beroepsonderwijs

    19 april 2011 | Advies

    In het Actieplan mbo Focus op vakmanschap 2011-2015 richt het kabinet zich op het verbeteren van de kwaliteit van het beroepsonderwijs, bijvoorbeeld door het vereenvoudigen van de kwalificatiestructuur. Het plan bevat echter ook maatregelen die de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van het beroepsonderwijs kunnen verminderen, waarschuwt de Onderwijsraad. De raad spreekt zijn zorg uit over het inperken van de onderwijstijd die beschikbaar is voor stages. Ook vraagt hij nadrukkelijk de directe koppeling van een opleiding aan de specifieke beroepspraktijk niet uit het oog te verliezen.

    Verder lezen ›

  • De weg naar de hogeschool

    30 november 2009 | Advies

    De Onderwijsraad buigt zich in dit advies over de aansluiting tussen middelbaar en hoger beroepsonderwijs. De uitval van mbo’ers in het hoger beroepsonderwijs is aan de hoge kant en het rendement aan de lage kant. De raad ziet echter geen reden om het algemeen instroomrecht vanuit mbo-opleidingen in het hoger beroepsonderwijs te beperken. 

    Verder lezen ›

  • Ontwikkelingsrichtingen voor het middelbaar beroepsonderwijs

    23 november 2009 | Verkenning

    In deze verkenning schetst de Onderwijsraad de stand van zaken in het middelbaar beroepsonderwijs en gaat hij na in hoeverre het systeem toekomstbestendig is. De conclusie is dat dit inderdaad het geval is, en dat er drie ontwikkelingsrichtingen denkbaar zijn waarin het middelbaar beroepsonderwijs zich verder kan ontwikkelen. Het is met name aan de sector zelf om – uiteraard binnen wettelijke grenzen - keuzes te maken, eventueel ook op locatieniveau. De onderscheiden richtingen zijn: 1) meer verbindingen met algemeen voortgezet onderwijs; 2) verdere verticalisering binnen de beroepskolom; en 3) betere benutting van private mogelijkheden. 

    Verder lezen ›

  • Richtpunten bij onderwijsagenda's

    29 mei 2008 | Advies

    De raad vergelijkt zes strategische agenda's voor het onderwijs en adviseert erover. Het gaat om agenda's voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger onderwijs, het afgesloten convenant over het Actieplan Leerkracht en het Actieplan rond Leren en Werken.

    Verder lezen ›

  • Betere overgangen in het onderwijs

    1 december 2005 | Advies

    Te veel leerlingen vallen uit en te weinig stromen door naar hogere opleidingen. Om dit aan te pakken pleit de raad voor verbetering van de onderwijsprogramma's en voor een betere begeleiding van leerlingen bij overgangsmomenten. Leerlingen moeten zelf ook een ‘tandje bijzetten'. 

    Verder lezen ›

  • Koers BVE: doelgericht zelfbestuur

    21 september 2004 | Advies

    Het meerjarenplan Koers BVE van het ministerie van Onderwijs bevat voorstellen voor verbetering van het mbo. De raad onderstreept die intentie van harte. Hij dringt daarbij aan op doelgericht zelfbestuur van de instellingen. Goed zelfbestuur kan bijdragen aan het vergroten van de sociale cohesie en het verhogen van het opleidingspeil, conform de Europese doelen.

    Verder lezen ›

  • Onderweg in het beroepsonderwijs

    16 juni 2003 | Advies

    Het vmbo, mbo en hbo zijn voor jongeren nog te veel aparte werelden. De raad vindt het daarom tijd dat overheid, onderwijsinstellingen en bedrijven doordrongen raken van het idee dat ze onderdeel zijn van een ‘leerketen'. De leerloopbaan van de leerling moet centraal staan, niet de afzonderlijke opleiding(en). Stapelen moet weer mogelijk worden.

    Verder lezen ›

  • WEB: Werk in uitvoering. Een voorlopige evaluatie van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs

    25 september 2001 | Advies

    Op verzoek van de minister van OCenW adviseert de raad over de WEB, die in 1996 is ingevoerd.

    Verder lezen ›

  • Koers bve

    30 november 2000 | Advies

    Op verzoek van de minister van OCenW adviseert de raad over de beleidsnota Koers bve, 'Perspectief voor het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneducatie'.

    Verder lezen ›

  • Agenda BVE

    18 november 1999 | Advies

    In het advies over Agenda BVE. Perspectieven voor educatie en beroepsonderwijs aan de minister van OCenW gaat de raad in op een aantal thema's en vraagstukken die de komende jaren aandacht verdienen.

    Verder lezen ›