De basisvorming: aanpassing en toekomstbeeld

16 oktober 2001 | Advies

Pas het lesprogramma van de basisvorming aan, om versnippering en een overladen programma tegen te gaan. Splits het aantal vakken in een verplicht kerndeel en een differentieel deel. Breng vakken samen en geef drie beheersingsniveaus aan.

16 oktober 2001

Hoe moet de basisvorming voor de periode na 2004 worden ingevuld? Al eerder concludeerde de raad dat het lesprogramma overladen en te versnipperd was. Vorig jaar nam de staatssecretaris van Onderwijs enkele tijdelijke maatregelen voor de korte termijn. De meer fundamentele aanpassingen die de raad in dit advies voorstelt, bieden duidelijkheid en verhogen de kwaliteit van de basisvorming.

Verdeel de vakken anders

De huidige basisvorming is breed samengesteld. Deze moet verdeeld worden in een verplicht deel (kerncurriculum) en een differentieel curriculum. Het kerncurriculum bevat:
• de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde
• het nieuw te ontwikkelen leergebied ‘science' (natuurkunde, scheikunde, biologie en techniek)
• sociaal-culturele vakken (geschiedenis, staatsinrichting, aardrijkskunde en kunstvakken)
• lichamelijke opvoeding en
• ict-vaardigheden.
Het differentieel curriculum omvat de overige talen en vakken als verzorging, economie, godsdienst en levensbeschouwelijke vorming.

Het kerncurriculum moet vijfachtste van de onderwijstijd in beslag nemen en het differentiële deel drieachtste. De totale lestijd blijft daarmee hetzelfde. Scholen mogen zelf bepalen hoe zij het differentiële gedeelte invullen.

Voeg een aantal vakken samen

De raad stelt voor de vakken natuurkunde, scheikunde, biologie en techniek in één leergebied, ‘science', onder te brengen. Hierdoor wordt de inhoudelijke samenhang beter benut en de versnippering tegengegaan. Ook kan de belangstelling voor (en keuze van) bètavakken erdoor worden gestimuleerd.

Breng niveaus aan

De raad stelt voor de kerndoelen op drie niveaus te formuleren: een minimumniveau (haalbaar voor bijna alle leerlingen), een middenniveau en een hoog niveau. De raad pleit ervoor dat er expliciete toetsing plaatsvindt, via de eindexamens of via eigen schooltoetsen aan het einde van de basisvorming. Ter ondersteuning moeten er landelijke voorbeeldtoetsen worden gemaakt. De invulling van procedure en toetsen wordt aan de scholen overgelaten, maar zij dienen hierover wel verantwoording aan de inspectie af te leggen.

Bestellen