Publiek en Privaat. Mogelijkheden en gevolgen van private middelen in het publieke onderwijs

9 oktober 2001 | Advies

Een afgewogen marktwerking in het onderwijs vereist een actieve rol van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De overheid moet, als onmisbare ‘marktmeester', stimuleren, coördineren of ingrijpen om de markt beter zijn werk te laten doen.

9 oktober 2001

In zijn verkenning De Markt Meester (ook uit oktober 2001) geeft de raad aan op welke punten de overheid duidelijker moet zijn als het gaat om marktwerking in het onderwijs en waar nadere studie nodig is. Het onderhavige advies, Publiek en privaat, gaat specifiek over de inzet van private middelen in de sector. De raad levert hiermee een bijdrage aan de discussie over marktwerking: het advies is eerder een beginpunt dan het sluitstuk van dit debat.

Maak een helder onderscheid

Er gaat steeds meer privaat geld om in het publieke onderwijs. De betrokkenheid van ouders en bedrijven, financieel of in natura, acht de raad een groot goed. Er moet echter een helder onderscheid komen tussen de soorten private bijdragen: zijn ze structureel of projectmatig van aard? Zijn ze gericht op onderwijsinhoudelijke of ondersteunende activiteiten? De raad pleit ervoor de inzet van private bijdragen in het leerplichtige onderwijs uitsluitend te bestemmen voor niet-kernactiviteiten zoals excursies, buitenschools sporten of creatieve activiteiten. De toegang tot de verplichte kernactiviteiten in het leerplichtige onderwijs, het basispakket, mag onder geen beding afhankelijk worden van private middelen.

Neem de ouderbijdrage onder de loep

Verder adviseert de raad te kijken naar de hoogte van de ouderbijdrage aan niet-kernactiviteiten in primair en voortgezet onderwijs. Moet deze aan een maximum gebonden worden of niet? De hoogte vrijlaten is beter voor de autonomie en het concurrentievermogen van scholen. Bovendien bevordert het de keuzevrijheid van consumenten. Een tweede mogelijkheid is de hoogte van de private bijdrage aan een maximum te binden om lagere inkomens te ontzien. Het nadeel hiervan is dat ouders met een hoog inkomen dan minder bijdragen dan zij zouden willen of kunnen. De raad wil beide mogelijkheden goed bestuderen.

Lees de volledige publicatie ›

Bestellen