Ten dienste van de school

18 juli 2001 | Advies

Scholen moeten beter kunnen uitmaken welke diensten zij nodig hebben, vindt de raad. Dat vereist een nauwere samenwerking tussen de schoolbegeleidingsdiensten, de landelijke ondersteuningsdiensten en de lerarenopleidingen.

18 juli 2001

Geef scholen zeggenschap over diensten

Ten eerste vindt de raad dat scholen meer te zeggen moeten krijgen over de diensten die zij willen inhuren. Het overhevelen van geld van schoolbegeleidingsdiensten naar de scholen zelf is daarvoor een goede stap, mits die goed wordt begeleid. De raad beseft dat scholen onderling verschillen in de mate waarin zij hun vraag kunnen formuleren.

Geef zeggenschap over de lerarenopleidingen

Ook bij de lerarenopleidingen moeten scholen een grotere vinger in de pap krijgen. Denk hierbij aan co-producties tussen scholen en lerarenopleidingen, of aan eisen die scholen kunnen stellen aan de programma's. De raad werkt dit onderwerp verder uit in zijn advies Wet op beroepen in het onderwijs uit 2001.

Zorg voor gelijke uitgangsposities

Verder moeten ondersteunende diensten van de lerarenopleidingen en algemene ondersteuningsinstellingen een gelijke uitgangspositie verkrijgen. Hiervoor zijn gezamenlijke activiteiten nodig, gericht zijn op kennisdeling. Dit kan worden gefinancierd via de verschillende geldstromen voor de vernieuwing van lerarenopleidingen en denktankgelden (van de Landelijke Pedagogische centra en het CINOP).

De overheid coördineert, maar is ook marktpartij

De overheid moet ervoor zorgen dat scholen voldoende koopkracht en bestedingsvrijheid hebben. Ook moet zij het proces van vraag en aanbod in kaart brengen en volgen. De overheid is niet alleen markcoördinator, maar ook marktpartij. In die rol moeten bijvoorbeeld grote projecten en opdrachten openbaar aanbesteed worden, zodat alle aanbieders van ondersteunende diensten kunnen intekenen.

Bestellen