Werk maken van een leven lang leren

5 november 2003 | Advies

Om mee te draaien in onze kenniseconomie moeten burgers goed zijn opgeleid én hun kennis en vaardigheden voortdurend ontwikkelen. ‘Een leven lang leren' geeft ze daarvoor de beste kansen. De raad wil het leren in alle levensfasen stimuleren.

Ieder mens leert tijdens zijn hele leven. Levenslang leren dient niet alleen economische doelen, maar ook de culturele vooruitgang van de samenleving en de persoonlijke ontwikkeling van burgers. Het is voor iedereen van belang.

Investeer in onderwijs voor werkenden en werkzoekenden

Burgers, het bedrijfsleven én de overheid kunnen meer investeren in onderwijs voor werkenden en werkzoekenden. De raad vindt bijvoorbeeld dat scholen en bedrijven de handen ineen moeten slaan en gezamenlijk opleidingsprogramma's moeten financieren. Burgers die reïntegreren op de arbeidsmarkt kunnen in ruil voor scholings- of werkervaringsplaatsen een deel van hun uitkering afstaan. De overheid kan programma's financieren die sectoroverschrijdend of innoverend zijn.

Verzilver buitenschoolse kennis en vaardigheden

De raad vindt dat kennis en vaardigheden die buiten het onderwijs zijn verworven ook benut moeten worden. Mensen kunnen in veel situaties leren. In bijvoorbeeld een vrijwilligersfunctie kan een mens dingen leren die hij of zij in een baan goed kan gebruiken. Voor deze vaardigheden moet iemand een certificaat kunnen krijgen.

Maak het hoger onderwijs aantrekkelijker voor werkenden

De raad wil het hoger onderwijs aantrekkelijker maken voor werkenden. Dat betekent dat het aandeel private opleidingen zal toenemen en dat het hoger onderwijs minder exclusief een publiek systeem zal blijven. Daarnaast kan de examinering beter en moet toegankelijker zijn. Iedereen die dat wil moet de kans krijgen examen te doen en een diploma te behalen, ongeacht of de bijbehorende opleiding is gevolgd.

Maak internationalisering onderdeel van levenslang leren

Burgers moeten steeds vaker over de grens kijken. Internationalisering is dus van belang, of mensen nu buiten Nederland werken of hier blijven. De raad vindt dat er aandacht nodig is voor internationale competentiewaardering én adviseert om internationale afspraken te maken met beroepssectoren over postinitieel onderwijs.

Lees de volledige publicatie ›