Degelijk onderwijsbestuur

6 december 2004 | Advies

Door schaalvergroting, deregulering en gewijzigde financieringsstromen neemt het belang van goed intern toezicht in het onderwijs toe. Instellingen moeten het toezicht op hun bestuur beter organiseren, zodat zij het vertrouwen van belanghebbenden kunnen behouden. Daarvoor is een verandering van de onderwijswetgeving nodig.

Onderwijsinstellingen worden steeds groter. Daardoor gaat er niet alleen meer geld in om, maar nemen ook de maatschappelijke belangen toe. Bovendien laat de overheid scholen vrijer in het inrichten van het onderwijs en de omgang met budgetten. Het gevolg is dat buitenstaanders zo steeds moeilijker zicht kunnen houden op het handelen van de school. Scholen moeten daarom beter kunnen verantwoorden wat zij doen, middels scherp(er) intern toezicht.

Bve-sector en hoger onderwijs: leg bevoegdheden raad van toezicht vast

In de bve-sector en in het hoger onderwijs is het interne toezicht vaak in handen van een raad van toezicht. Deze bewaakt de kwaliteit van het bestuur. Niet altijd is duidelijk waarop deze raad kan worden aangesproken. De Onderwijsraad wil daarom dat de bevoegdheden van een raad van toezicht wettelijk worden vastgelegd, zoals dat ook in het bedrijfsleven is gebeurd voor de raad van commissarissen. Verder pleit hij voor de oprichting van een landelijke vereniging van toezichthouders, om zo een platform te creëren voor onderlinge kennisuitwisseling.

Zorg voor een scheiding tussen bestuur en toezicht in het basis- en voortgezet onderwijs

In het basis- en voortgezet onderwijs moet een betere scheiding komen tussen bestuur en toezicht. Het bevoegd gezag moet zelf bepalen hoe deze scheiding eruit gaat zien en dit vastleggen in statuten of in andere eigen regelingen. Het kan bijvoorbeeld door twee toezichtorganen in te stellen óf door binnen één orgaan taken en bevoegdheden over verschillende personen te verdelen.

Laat verticale verantwoording in evenwicht zijn met horizontale verantwoording

Verticale en horizontale verantwoording moeten volgens de raad met elkaar in evenwicht zijn. Dit betekent onder meer dat de verantwoording aan belanghebbenden (horizontaal, niet hiërarchisch) nooit in de plaats kan komen van de verantwoording aan de overheid (verticaal, hiërarchisch). Dit geldt voor alle onderwijssectoren. De overheid heeft altijd een functie in het bewaken van aspecten van algemeen belang zoals kwaliteit, toegankelijkheid en keuzevrijheid. 

 

 

Lees de volledige publicatie ›