Betere overgangen in het onderwijs

1 december 2005 | Advies

Te veel leerlingen vallen uit en te weinig stromen door naar hogere opleidingen. Om dit aan te pakken pleit de raad voor verbetering van de onderwijsprogramma's en voor een betere begeleiding van leerlingen bij overgangsmomenten. Leerlingen moeten zelf ook een ‘tandje bijzetten'. 

Het onderwijs telt vele overgangen: van basis- naar voortgezet onderwijs, en vervolgens naar het middelbaar beroeps- of het hoger onderwijs. Vaak verlopen deze stroef, waardoor de schoolloopbaan stagneert. Op verzoek van de minister onderzocht de Onderwijsraad welke blokkades er zijn, wat scholen en instellingen daar nu al aan doen en welke verbeteringen er verder mogelijk zijn.

Zorg voor doorlopende trajecten

Het onderwijs moet zorgen voor doorlopende trajecten voor de leerlingen/studenten. Hiervoor is (nauwere) samenwerking nodig tussen scholen, ouders en gemeenten. Verder moet de financiering makkelijker over de grenzen van opleidingen of sectoren mee te nemen zijn.

Moedig extra leerperioden aan

De raad adviseert om de strakke jaarperioden en de duur van opleidingen te versoepelen, om overstappen te vergemakkelijken. Hij moedigt extra leerperioden aan, net als het ‘stapelen' van opleidingen als dat voor leerlingen beter is. De raad wil dat zittenblijven meer geaccepteerd wordt, omdat het afschuiven van ondermaats presterende leerlingen naar een lagere onderwijsvorm uiteindelijk de deelname aan hogere onderwijsvormen ondermijnt. Andere adviezen van de raad zijn: kies voor tempodifferentiatie over de schooljaren heen en vorm zomerscholen en weekeindscholen.

Loopbaanondersteuning op de lange en korte termijn

Opleidingen en sectoren moeten nauwer samenwerken, bijvoorbeeld door loopbaananalyses en -begeleiding voor leerlingen te ontwikkelen. Per leerling is een profielbeschrijving van sterke en zwakke punten nodig, die voortdurend up-to-date wordt gehouden. Deze beschrijving vormt een aanvulling op de continue pedagogische begeleiding en is belangrijk voor de binding tussen leerling en school. In te zetten middelen zijn verder: het persoonlijke gesprek/begeleiding, elektronische portfolio's en digitale leerlingendossiers. En ook: ruime inspraak van ouders en leerlingen bij keuzemomenten, om zo hun betrokkenheid te vergroten. 

Lees de volledige publicatie ›