De helft van Nederland hoogopgeleid

1 december 2005 | Advies

De Nederlandse regering wil het percentage hoger opgeleiden binnen de beroepsbevolking verhogen van 24% naar 50%. Dit is nodig om een van de sterkste kenniseconomieën ter wereld te worden. De raad steunt dit streven en ziet drie manieren om het te verwezenlijken.

Benut talenten optimaal

De raad vindt dat leerlingen onderwijs moeten hebben gevolgd op een zo hoog mogelijk niveau vóórdat zij naar het hoger onderwijs gaan. Het is beter op een hoger niveau een keer te doubleren dan af te vloeien naar een lager niveau als de resultaten tegenvallen. De raad wil daarom extra leerperioden stimuleren, maar ook het zogenoemde ‘stapelen' niet langer bestempelen als ‘inefficiënt' maar opwaarderen naar ‘doelmatig'. Verder moeten de overgangen van het primair onderwijs naar het secundair onderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs (vo) en het beroepsonderwijs (mbo) soepeler verlopen. Aansluitingsprogramma's naar het hoger onderwijs dienen verder te worden uitgebouwd.

Laat meer werkenden hoger onderwijs volgen

Het tweede advies luidt: laat meer werkenden hoger onderwijs volgen. ‘Levenslang leren' zal ook in deze sector moeten doorklinken. Dat betekent dat het aandeel private opleidingen in het hoger onderwijs zal toenemen en dat het minder exclusief een publiek systeem zal zijn.

Verhoog het rendement door meer variëteit in het onderwijsaanbod

Tot slot moet het rendement binnen het hoger onderwijs toenemen. Dit vraagt om een grotere variëteit en flexibiliteit in het onderwijsaanbod, en om een meer open bestel. Er is meer samenwerking nodig tussen bekostigde en niet-bekostigde instellingen. Het rendement zal ook toenemen als studenten een betere binding hebben met hun opleiding. Er zijn kleinschalige organisatievormen nodig binnen grote hogescholen en universiteiten om studenten meer binding te geven. Opleidingen moeten verder vooral in de eerste maanden van de studie investeren in de relatie met hun studenten. Dit kan bijvoorbeeld door extra aandacht te schenken aan studievaardigheden. Allochtone studenten verdienen hierbij speciale aandacht. 

Alexander Rinnooy Kan en Fons van Wieringen

Lees de volledige publicatie ›