De stand van educatief Nederland

17 januari 2005 | Advies

De raad maakt aan het einde van de zittingsperiode 2001-2004 de balans op. Zijn conclusie: het onderwijs in ons land is redelijk goed. Op sommige vlakken behoort Nederland zelfs tot de subtop. Maar het kan altijd beter.

Nederland loopt in Europa voorop als het gaat om keuzevrijheid in het onderwijs. Instellingen hebben ook relatief veel autonomie. Scholen krijgen veel ruimte om eigen prioriteiten te stellen en in te spelen op de lokale omgeving. De kwaliteit van het onderwijs is daarbij gegarandeerd. Verder zijn de onderwijsdeelname en het gemiddelde opleidingsniveau toegenomen. Ook presteren de Nederlandse scholieren internationaal gezien goed.

Minpunten zijn er echter ook. Zo kampen we met te veel voortijdig schoolverlaters. Wil Nederland tot de Europese top behoren, dan zijn speciale investeringen nodig in de zwakkere leerlingen en bijzondere talenten. Verder is er sprake van een toenemende vergrijzing van de lerarenpopulatie. Dit gegeven én het beeld dat het leraarsvak een zwaar beroep is, zet de instroom van nieuwe leraren onder druk. Waakzaamheid blijft geboden: ook in de toekomst moeten voldoende goede leraren beschikbaar zijn om de topambities te kunnen realiseren.

Voer een canon voor het onderwijs in

Het onderwijs kan meer bijdragen aan de vorming van de Nederlandse culturele identiteit. Daarom moet er volgens de raad een ‘canon' komen: een richtsnoer voor het onderwijs met daarin de belangrijkste elementen van onze cultuur en geschiedenis.

Respect voor anderen kan toenemen als we weten wie we zelf zijn en welke geschiedenis wij hebben. Kennis over de eigen identiteit versterkt het begrip voor anderen. Naast het bijbrengen van kennis over het eigen verleden (‘het verhaal van Nederland') kan het onderwijs jongeren helpen een moderne invulling te geven aan het begrip ‘burgerschap'. Een canon voor het onderwijs levert hieraan een belangrijke bijdrage.

De raad ziet de canon niet als een statisch document, maar als een richtsnoer dat door de tijd heen wordt aangepast. De leerinhouden van de canon moeten worden uitgewerkt naar concrete onderwerpen in vakken zoals taalonderwijs, geschiedenis, maatschappijleer en culturele en kunstzinnige vorming, techniek en geografie.