Wetsvoorstel tweede fase voortgezet onderwijs

13 januari 2005 | Advies

Al snel na de invoering van de tweede fase in het voortgezet onderwijs (1989-1999) kwam er kritiek op deze onderwijsvernieuwing. Het Wetsvoorstel tweede fase voortgezet onderwijs is het sluitstuk van een lange discussie over het onderwerp. De raad is positief over het wetsvoorstel.

Met het wetsvoorstel wordt het complexe systeem van vakken en deelvakken vervangen door een eenvoudiger systeem van volledige vakken met een min of meer gestandaardiseerde omvang.

De raad constateert dat de voorgestelde opbouw van de profielen voldoende basis biedt voor een brede kennisbasis. Scholen en leerlingen kunnen daarnaast eigen accenten leggen in het vakkenpakket. De raad betreurt de verlichting van het gemeenschappelijke deel, waardoor minder ruimte is voor de moderne vreemde talen en het vak geschiedenis. Zijn advies: vervang het vak maatschappijleer voor het combinatievak geschiedenis-maatschappijleer.

Maak natuurprofielen aantrekkelijker

De overheid moet natuurprofielen aantrekkelijker maken voor een grote groep leerlingen. Ook wil de raad dat de door de minister ingestelde profielcommissies zich buigen over de introductie van een beroepsgerelateerde component in de tweede fase. De raad vraagt verder aandacht voor de inhoudelijke samenhang binnen de profielen en voor beheersing van de belasting in de tweede fase.

Genoeg keuzemogelijkheden

De minister kiest enerzijds voor duidelijk herkenbare profielen, en wil anderzijds scholen, leraren en leerlingen meer keuzemogelijkheden geven. De herkenbare profielen leiden soms tot minder keuzemogelijkheden, maar de raad vindt dat dit niet altijd nadelig hoeft te zijn. Verder stemt de raad in met het voorstel om de examenprogramma's globaler te maken, mits het civiel effect van de examens (het vertrouwen dat de samenleving erin stelt) gewaarborgd blijft.

Neem een evaluatiebepaling op in de wet

Tot slot wil de raad een evaluatiebepaling in het wetsvoorstel opnemen: de minister moet binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de wet verslag uitbrengen aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid ervan en de effecten in de praktijk. Zo kan er, indien nodig, op tijd worden bijgestuurd.