De verbindende schoolcultuur

6 maart 2007 | Advies

Scholen in Nederland worden ‘zwarter' en ‘witter', en ook het aantal scholen met een gemengde leerlingenpopulatie neemt toe. Onderwijsinstellingen moeten beleid maken voor de omgang met cultureel-etnische verschillen.

Beleid maken op dit onderwerp is voor alle scholen van belang, of ze nu wit, zwart of gemengd zijn. Maar vooral voor gemengde scholen is het belangrijk om te werken aan een ‘wij-gevoel' of een verbindende schoolcultuur.

Drie routes naar een ‘wij-gevoel'

De raad onderscheidt drie gelijkwaardige routes voor het creëren van een wij-gevoel. De eerste is die van de convergentie: de toekomst staat voorop en alle leerlingen worden zonder onderscheid van herkomst behandeld. Een tweede route is dat de school zich juist profileert als een mengkroes van culturen: eerst de herkomst, dan de toekomst van de leerlingen. Daarnaast is er een derde route waarin levensbeschouwingen en religies als bindmiddel centraal staan. Scholen met een duidelijke visie op dit onderwerp zijn het meest succesvol in het creëren van een wij-gevoel. De gekozen route is minder belangrijk.

Investeren in externe relaties en/of ontwikkelen tot profielschool

Om de verbindende schoolcultuur te bevorderen kunnen scholen investeren in externe relaties en ze betrekken bij sporttoernooien of samenwerkingsprojecten. Daarnaast moet de overheid onderzoek doen naar schoolcultuur én naar de uitvoering van de Wet op actief burgerschap. Scholen die extra aandacht geven aan levensbeschouwing en religie moeten zich tot profielschool kunnen ontwikkelen en daarvoor subsidie kunnen krijgen - net als scholen die zich toeleggen op topsport of op kunst. Hetzelfde geldt voor scholen die een zogenoemd kosmopolitisch schoolprofiel uitwerken. Tot slot moet in relevante vensters van de canon voor het onderwijs meer aandacht komen voor migranten, zodat scholieren meer te weten komen over hun achtergrond.