Doorstroom en talentontwikkeling

27 november 2007 | Verkenning

Verbeter de doorstroom in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Zorg ervoor dat leerlingen die door de vroege selectie niet op de goede plek zitten, alsnog van onderwijssoort kunnen veranderen. Geef ze daarvoor voldoende basiskennis mee.

Grote structuurwijzigingen zijn niet nodig, wel ‘onderhoudswerkzaamheden'. De raad wil scholen in voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (roc's) meer mogelijkheden geven om zelf de programma's en leerwegen te vereenvoudigen. Uiteindelijk moet niet het aanbod van opleidingen worden gewaarborgd, maar de doorstroom tussen opleidingen en ook de basiskennis die leerlingen meekrijgen.

Doorstroom: maak de stap van vmbo naar vervolgonderwijs gemakkelijker

Leerlingen moeten langer over het vmbo kunnen doen dan de vijf jaar die nu maximaal is toegestaan. Dat verhoogt de kans op het behalen van een diploma, en op succes in het mbo. De overstap van vmbo naar mbo zou verder versoepeld kunnen worden door het aantal routes in het vmbo te beperken en te verbreden. Ook kunnen beide schoolsoorten gezamenlijk leerlijnen ontwikkelen voor de laagste twee niveaus van het mbo (het kort-mbo). Verder kan de overstap van vmbo naar havo makkelijker, bijvoorbeeld door in klas 3 en 4 van het vmbo havo-kansklassen in te richten. Leerlingen moeten vanuit deze klassen op ieder gewenst moment kunnen overstappen.

De beide doorstroomwegen vanuit het vmbo (dus via de havo naar het hbo óf via voltijds (lang) mbo naar het hbo) zijn waardevolle onderdelen van ons onderwijssysteem. De raad wil beide wegen versterken.

Basiskennis: voer leerstandaarden in én investeer in docenten

Leerlingen zullen succesvoller zijn in hun vervolgonderwijs als zij over voldoende basiskennis beschikken, dat wil zeggen: kennis van Nederlands, Engels en wiskunde. Daarom pleit de raad ook in dit advies voor de invoering van leerstandaarden voor deze vakken. Tot slot is het van groot belang te investeren in de opleiding van docenten.