Presteren naar vermogen

1 februari 2007 | Advies

Ga onderpresteren tegen door maatwerk te leveren in het primair en voortgezet onderwijs. Naar schatting tien procent van het totaal aantal leerlingen kan op alle begaafdheidsniveaus beter presteren dan het nu doet.

De Onderwijsraad gaat ervan uit dat elke leerling telt. Daarnaast is er een economische noodzaak om onderpresteren tegen te gaan. Meer doorstroom naar het hoger onderwijs en minder voortijdige uitval leidt tot meer hoger opgeleiden en tot een verbetering van werk- en inkomensperspectieven. Op lange termijn leidt het tot besparingen op de kosten van gezondheidszorg, sociale zekerheid en criminaliteit.

Kinderen die relatief vaker onderpresteren zijn Nederlandse leerlingen van laagopgeleide ouders, leerlingen van Turkse afkomst en hoogbegaafden. Verder is de taalontwikkeling van jongens op de basisschool niet optimaal, en meisjes doen het niet goed genoeg in de exacte vakken.

Maatregelen op scholen: aandacht voor leertijd, registratie en leraren

Scholen moeten de meest effectieve maatregelen inzetten om onderpresteren tegen te gaan. De raad denkt aan extra leertijd (na school, in de weekeinden en in de vakanties), een goede registratie van de prestaties van leerlingen (via eigen waarnemingen van leraren, toetsen, leerstandaarden en leerlingvolgsystemen), deskundigheidbevordering van leraren en het aanbieden van extra leerstof in de klas.

Maatregelen van de overheid: subsidies, voorlichting, eindrapport basisschool

De overheid moet scholen ondersteunen bij het leveren van maatwerk. Dat kan bijvoorbeeld met subsidies, het maken van afspraken, het geven van voorlichting of het laten verrichten van onderzoek. Ook zou er een format moeten komen voor een eindrapport van de basisschool. Dat rapport moet gaan meewegen in het schoolkeuzeadvies voor kinderen in groep 8. Nu wordt dit advies al halverwege groep 8 gegeven door de directeur van de basisschool, gebruikmakend van de resultaten van de Cito-eindtoets. Maar leerlingen moeten in de maanden na die toets nog de kans krijgen hun zwakke onderdelen bij te spijkeren. Dat zou dan zichtbaar moeten zijn op het eindrapport. 

 

 

Lees de volledige publicatie ›